Naar hoofdinhoud

Wil je een perfect gazon? “Trap niet in de val van de meststoffen”

Sla in het voorjaar de reclamefolders open en de meststoffen vliegen je om de oren: 4-in-1 gazonverzorging, allround gazon-meststof, bodemverbeteraar… Als we de producenten mogen geloven bemesten we het best drie keer per jaar ons gazon. “Maar daar kijk je beter mee uit”, zegt tuinspecialist Wim Collet. “Overbemesting kan een gevaar inhouden voor de bodem.”

Gepubliceerd:

Wim Collet geeft plantenleer aan de Erasmushogeschool in Brussel en is landschaps- en tuinarchitect. Net zoals zijn klanten houdt ook hij van een mooi gazon. Maar hij waarschuwt voor een overdreven gebruik van meststoffen.

“Private tuinen maken in Vlaanderen zowat 12% uit van de totale oppervlakte”, zegt Collet. “Dat is best veel. We hebben dus alle redenen om voorzichtig te zijn met wat we erop gooien. Wanneer we te veel bemesten kan dat heel nadelig zijn voor het milieu en de waterinfiltratie. Uit jaarlijkse onderzoeken blijkt dat door het proces van zomaar standaard iets te gaan kopen en te strooien, we meer kwaad doen dan goed doen en dat de kwaliteit van onze bodem erop achteruitgaat.”

Maar wat moet je dan wel doen? Volgens Wim Collet zijn drie tips.

1. Gebruik een mulchmaaier

"Mensen die mulchmaaien, waarbij de snippers terug op het gras komen, hoeven eigenlijk niets te doen. Door het mulchen krijgt het gras terug wat het geeft. Dan is de kringloop rond en moet je niet bijvoeden. Let op, mulchen kan je enkel met een specifieke mulchmachine, niet met een gewone grasmaaier, want dan zijn de grassnippers te lang en blijven ze bovenop het gras liggen. Het moeten kleine snippers zijn die tussen de grassprietjes naar beneden vallen. Het bodemleven gaat die dan terug omzetten tot voedingsstof."

2. Doe een bodemonderzoek

"Heb je geen mulchmaaier, dan moet je meten: Wat heb ik te kort? Vergelijk het met je gezondheid. Voor je vitaminen of pillen gaat slikken, ga je naar de huisarts voor een bloedanalyse. Daaruit blijkt wat je te kort hebt en dan gaat de huisarts zeggen wat je moet pakken." 

Als je je niet goed voelt, ga je ook eerst naar de huisarts voor een bloedanalyse vooraleer je pillen of vitaminen slikt

Tuinspecialist Wim Collet

Voor een bodemonderzoek kan je terecht bij de Bodemkundige Dienst (BDB). "Sommige tuincentra bieden het ook aan, maar hou er rekening mee dat die onderzoeken dan door producenten van meststoffen gestuurd kunnen worden."

"Als je de resultaten van je analyse hebt, ga je naar een tuincentrum en zij geven je dan de specifieke producten die je nodig hebt." Dat kunnen kalium of magnesium zijn, maar ook organisch materiaal, zoals compost. "Compost is echt goud in de tuin”, zegt Collet. “Het verbetert de structuur van je bodem en zorgt ook voor extra voedingsstoffen. Strooi in het najaar, rond de maand november, een laagje van ongeveer 1 centimeter over je gras uit. Als je dat een jaar of drie na elkaar doet, zul je effect zien." 

4 manieren om een bodemonderzoek te doen:

  • Een tuindoosje: Voor 79 euro koop je een tuindoosje bij vzw Bodemkundige dienst van België  of in de winkel. Er zit een uitgebreide handleiding bij hoe je je staal afneemt. Dat stuur je op en daarna krijg je een verslag en advies voor de komende vijf jaar.

  • De wrijftest: hoe donker de grond, hoe hoger het koolstofgehalte. Neem een hand aarde en wrijf ze goed open in je hand. Als je je hand afklopt en je die blijft zwart, dan heb je een gezonde koolstofgebonden grond. Zien je handen bruin, dan is de bodem koolstofarm.

  • De frietentest: hoe beter de aarde verkruimelt, hoe beter de structuur. Steek een spade (of nog beter een spitvork) in de grond. Schep de aarde op en schud die zoals je dat met frieten doet. Als de aarde mooi verkruimelt, dan heb je een goeie bodemstructuur. Valt de aarde uiteen in kleine korrels, of in grote brokken, dan duidt dat op een te laag organisch gehalte.

  • De gazonpunctie: hoe dieper de wortels, hoe beter de structuur. Bij een grasmat zouden de wortels ongeveer 20 à 25 cm diep moeten zitten. Stop daarom een klein buisje in de grond en schud de grond eruit. Zie je nog wortels zitten op die diepte, dan zit de bodemstructuur goed. Zie je er geen, dan heb je te weinig bodemstructuur.

3. Mijd stikstof en kalk

In tegenstelling tot wat veel mensen denken, heeft je gazon meestal geen gebrek aan stikstof. "Stikstof is een belangrijk basiselement voor een gezonde bodem, maar in Vlaanderen zit er al veel stikstof in de bodem", legt Collet uit. Overdreven stikstofgebruik zorgt ervoor dat er minder leven in de bodem zit. Je bodem wordt vaster, regenwater kan minder goed infiltreren en er kan minder water verdampen. Je bodemkwaliteit gaat erop achteruit."

Nog zo’n fabel: in het voorjaar moet je kalk strooien. “Ook daar doe je vaak meer kwaad dan goed mee. Uit de cijfers van de Bodemkundige Dienst van België blijkt dat Vlaanderen vandaag kampt met te veel kalk in de bodem." Collet vergelijkt het met uitgaan. "Je neemt vooraf ook geen pijnstiller omdat je denkt dat je de dag erna een kater zal hebben. Met kalk is het volgens net zo. Je moet het niet preventief gebruiken." 

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Wat schuilt er achter Go Church? En hoe komt het dat vooral kwetsbare minderjarigen hier slachtoffer van worden? VRT NWS Pano trok op onderzoek.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"