Het Europees Parlement heeft een akkoord bereikt om een omstreden aanvullend pensioenfonds in te perken. De pensioenen worden gehalveerd en de leeftijd vanaf wanneer pensioenen uit het fonds worden betaald, wordt ook verhoogd van 65 naar 67 jaar. Het gaat om de pensioenen van parlementsleden die voor 2009 waren toegetreden.
Het aanvullend pensioenfonds was een vrijwillig fonds, opgericht in de jaren 90, en was vooral bedoeld om parlementsleden uit armere lidstaten te helpen. Het waren toen de lidstaten zelf, bij ons bijvoorbeeld de Kamer, die de pensioenen van hun Europese parlementsleden moesten betalen.
In 2009 werd dat stopgezet en sindsdien kreeg iedereen hetzelfde pensioen. Al wie voordien bijdragen betaalde, bleef wel nog recht hebben op het pensioen. "Daardoor had het fonds 310 miljoen tekort", zegt VRT NWS-journalist en Europakenner Rob Heirbaut. "Door de maatregelen die nu zijn goedgekeurd wordt die put, die met belastinggeld gedicht moet worden, verkleind tot 86 miljoen euro."
Daarover bereikte het Bureau dus gisteren een nieuw akkoord. Het Bureau is het orgaan dat de organisatorische en administratieve zaken van het parlement regelt. Concreet wil dat het bedrag van de pensioenen halveren, de pensioenen niet meer indexeren en de pensioenleeftijd verhogen van 65 tot 67 jaar. Daarnaast krijgen de begunstigden ook de kans om vrijwillig eerder uit het fonds te stappen.
In totaal genieten nog zo'n 900 mensen van dat pensioen. "Daarbij zitten ook bekende namen, zoals de brexiteer Nigel Farage of de huidige buitenlandvertegenwoordiger Joseph Borrel", vertelt Heirbaut. "Er zijn ook 17 Belgen, van alle politieke strekkingen."
Een riant systeem
Het fonds ligt al jaren onder vuur in het Europees Parlement. Europarlementslid Bart Staes van Groen klaagde het in 2003 al aan. Het was dan ook een riant systeem, zegt Heirbaut. "Parlementsleden moesten slechts enkele jaren een bijdrage betalen om recht te hebben op een pensioen. Het parlement legde daar zelf nog eens twee derde bij."
Het Bureau stelde een aantal jaar geleden al enkele maatregelen voor om de financiële levensvatbaarheid van het fonds te verbeteren. Zo werd de pensioenleeftijd opgetrokken van 63 tot 65 jaar en werd een heffing van 5 procent op toekomstige betalingen ingevoerd. Daar gingen toen een aantal parlementsleden tegen in beroep, maar volgens het Europese Hof van Justitie waren de maatregelen legitiem. Ook nu kunnen parlementsleden nog in beroep gaan.
Voor Europarlementslid en voorzitter van de begrotingscommissie Johan Van Overtveldt (N-VA) zijn de maatregelen onvoldoende. "Het is een stap in de goede richting, maar het probleem wordt slechts gedeeltelijk aangepakt", zegt hij. "Men duwt het resterende tekort voor zich uit."

