Het psychiatrisch centrum Sint-Amandus in Beernem moet er over vijftien jaar helemaal anders uitzien. Het centrum heeft een plan klaar om alle gebouwen in verschillende fases te vernieuwen. De belangrijkste verandering is de bouw van een nieuwe psychiatrische hoofdkliniek. Alles samen investeert het centrum bijna 100 miljoen euro.
Psychiatrisch centrum in Beernem krijgt volledige make-over, goed voor 100 miljoen euro
Het psychiatrisch centrum Sint-Amandus in Beernem heeft de plannen bekend gemaakt voor het toekomstige centrum. Over vijftien jaar zouden bijna alle gebouwen vernieuwd moeten worden. "De normen op het vlak van duurzaamheid en veiligheid worden elk jaar hoger", vertelt directeur Patrick Penders. "Onze huidige gebouwen hebben hun limiet bereikt en dus moeten we vernieuwen."
"Als we onze patiënten in een goeie omgeving willen blijven ontvangen, moeten we investeren. De werken zullen in verschillende fases verlopen. De grootste fase is die van ons nieuw ziekenhuis. Dat wordt een volledig nieuw gebouw met een nieuw onthaal voor ons centrum. Er zal binnenin plaats zijn voor een polikliniek, waar mensen terecht kunnen voor eenvoudige behandelingen. Maar we krijgen ook twee afdelingen voor mensen met een intensieve psychiatrische problematiek."
"We hopen tegen 2028 klaar te zijn met dat ziekenhuis. Dat jaar bestaat ons centrum ook 100 jaar, dus dat zou zeer mooi zijn als we dat jubileum op die manier zouden kunnen vieren", aldus Penders.
Meer groen, meer rust
Niet alleen voor het ziekenhuis zelf, maar ook voor het volledige centrum zal er wat veranderen. "Als je het centrum op dit moment bekijkt, dan zie je eigenlijk een wirwar van gebouwen. Je ziet ook veel bestrating en verharding. We willen met onze vernieuwingen voor meer groen zorgen. We willen meer rust uitstralen, want dat is heel belangrijk voor de mensen die bij ons verblijven. De natuur biedt veel mogelijkheden op een goed herstel."
Alles samen komt de kostprijs voor de vernieuwingen op 100 miljoen euro. Het ziekenhuis alleen al kost de helft. "Tussen de 50 en de 60 procent wordt betaald door de Vlaamse overheid. Het andere deel financieren wij zelf, maar op termijn verdienen we dat terug via de dagprijzen die onze patiënten betalen."
Regionaal nieuws uit West-Vlaanderen


