Leefloners zijn verplicht zich in te schrijven bij de VDAB, zo heeft de Vlaamse regering beslist. Op die manier hoopt ze meer leefloners aan het werk te krijgen en lokale besturen te stimuleren om hen meer te activeren. Lokale besturen krijgen daar in 2023 en 2024 samen 20 miljoen euro voor.
Vlaamse regering verplicht leefloners om zich in te schrijven bij VDAB
Van de meer dan 40.000 leefloners in Vlaanderen vindt 22,5 procent na 1 jaar werk, ondanks een actieve begeleiding naar werk voor de meesten van hen. Het zijn de OCMW's die verantwoordelijk zijn voor de begeleiding van leefloners. Meestal doen zij dit via een contract, een geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie (GPMI), waarbinnen een traject naar werk wordt opgesteld als de betrokkene arbeidsbekwaam is. Voor driekwart van de leefloongerechtigden is zo'n traject uitgetekend.
Ook de VDAB speelt zijn rol. Een federale omzendbrief vraagt de lokale besturen namelijk om leefloners in te schrijven bij de gewestelijke arbeidsbemiddelingsdiensten. Maar in de praktijk zijn er grote verschillen tussen de verschillende steden en gemeenten. Ongeveer 56 procent van de Vlaamse leefloners is bij de VDAB bekend. Daarnaast is ook iets meer dan de helft van de 17.000 Oekraïense ontheemden die een equivalent leefloon ontvangen, bij de VDAB ingeschreven. Van de leefloongerechtigden die bij de VDAB bekend zijn, gaat 40 procent na 1 jaar aan de slag.
Inschrijvingsplicht bij de VDAB
De ministers Jo Brouns (CD&V) en Bart Somers (Open VLD) willen de inschakeling van de VDAB nu een vaste basis geven. "Om meer leefloners aan de slag te krijgen, willen we de inschrijvingsplicht bij de VDAB decretaal verankeren en gaan we objectieve richtlijnen uitwerken voor de OCMW's over wie arbeidsgeschikt is en wie niet. Ook de Oekraïense vluchtelingen in Vlaanderen zullen we daarmee bereiken", zegt Brouns. "Daarnaast gaan we zorgen voor een betere informatie-uitwisseling tussen de OCMW's en de VDAB en willen we de drempel naar de VDAB-dienstverlening voor de leefloners verlagen."
OCMW's en lokale besturen blijven de keuze behouden om zelf leefloongerechtigden te activeren of om de VDAB in te schakelen voor de activering. Om lokale besturen daartoe te stimuleren, "voorzie ik een premie van 1.000 euro voor de gemeenten per geactiveerde leefloner boven het Vlaamse gemiddelde. Een gemeente kan dit met of zonder VDAB doen", zegt minister Somers. Intussen blijft de VDAB door de verplichte inschrijving op de hoogte van het aantal leefloners en kan de dienst de OCMW's waar dat gewenst is, bijstaan in opleiding of de volledige trajectbegeleiding.
Om de lokale besturen "nog meer vrijheid te geven in hoe ze leefloners activeren", voorziet Somers 20 miljoen euro over 2023 en 2024 samen.

