Na het tragische overlijden van de Roemeense jongen Raul in Gent, klinkt de oproep luid om als maatschappij meer aandacht te hebben voor kinderen en jongeren die thuis te maken krijgen met geweld. VRT NWS vroeg onderwijsprofessionals hoe zij signalen oppikken en ermee aan de slag gaan.
1 op de 10 kinderen groeit op in onveilige situatie, leerlingbegeleider Valerie: "Wij zien slechts het topje van de ijsberg"
“Wat wij op een gewone schooldag zien en horen, is moeilijk te bevatten voor een buitenstaander.” Aan het woord is Jutta Heijlen, directrice van de basisschool Sint-Godelieve in Deurne. Haar leerkrachten werken met een bijzonder divers leerlingenpubliek. Er is veel kansarmoede, nieuwkomers uit allerlei culturen komen toe in de wijk en vertrekken wanneer ze ergens anders betere perspectieven krijgen.
Vertrouwensband met de ouders
“We zetten sterk in op een vertrouwensband met de ouders”, klinkt het. “Wanneer we problemen binnen het gezin vermoeden, klampen we de ouders aan en trekken hen soms met een smoes de school binnen om een gesprek te kunnen starten.” Dat kan bijvoorbeeld wanneer een kleuterjuf in het poppenspel van een kind merkt dat het de poppen erg gewelddadig tegen elkaar uitspeelt. Bij ernstige vermoedens van geweld, wordt altijd het CLB ingeschakeld.
Soms kunnen er culturele verschillen spelen: “In sommige culturen is het aanvaard om een kind te straffen met een stok. Dan proberen we met handen en voeten en desnoods een tolk uit te leggen waarom dat bij ons niet mag.”
We hebben al acute situaties meegemaakt waarbij een kind verwijderd wordt uit de gezinscontext
Jutta Heijlen, directrice basisschool Sint-Godelieve
De directrice en zorgcoördinator staan dan samen in voor de communicatie met de ouders: “We willen de lijn tussen de ouders en leerkracht zoveel mogelijk behouden voor de klascontext. Want er komen soms heftige emoties en verwijten bij de ouders naar boven. We hebben bijvoorbeeld al acute situaties meegemaakt waarbij een kind verwijderd wordt uit de gezinscontext.”
1 op de 10 minderjarigen groeit op in een onveilige situatie
Volgens de meest strenge schatting krijgt drie procent van de minderjarigen met een ernstige vorm van mishandeling te maken. Maar de meeste westerse onderzoeken zien dat tien tot vijftien procent van de minderjarigen opgroeit in een onveilige situatie. Officiële Vlaamse of Belgische cijfers zijn er niet. Vorig jaar kwamen er bij de Vertrouwenscentra Kindermishandeling meldingen binnen over meer dan 10.000 kinderen en jongeren. Bij 28 procent van de meldingen nam de school of de kinderopvang daarvoor het initiatief.
Mishandeling in alle lagen van de bevolking
Kansarmoede is een risicofactor, maar ook in welgestelde gezinnen komt geweld voor.
Bij welgestelde gezinnen speelt bij kinderen nog meer een gevoel van schuld en schaamte: ze hebben schrik om het goede beeld van hun ouders teniet te doen
Ilse Van Campenhout, coördinator van nupraatikerover.be
Ilse Van Campenhout, coördinator van nupraatikerover.be en hulpverlener bij het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling in Brussel: “Vaak zijn de signalen dan subtieler en blijft het geweld meer binnen gesloten muren. Bij kinderen speelt daar nog meer een gevoel van schuld en schaamte. Ze hebben schrik om het goede beeld van hun ouders teniet te doen. Maar het is niet omdat ze materieel niets tekort komen, dat er emotioneel geen problemen kunnen zijn.”
Veilig gesprek bij de leerlingbegeleider
Valerie is leerlingbegeleider op een secundaire school in een provinciestad (*). Ze heeft het nog niet meegemaakt dat een leerling naar haar wordt doorgestuurd omdat een leerkracht mishandeling vermoedt.
Ik knoop sowieso altijd een gesprek aan als leerlingen iets zeggen wat bij mij alarmbellen doet rinkelen
Leerlingbegeleider Valerie
Wel kloppen leerlingen spontaan bij haar aan of komen verhalen los wanneer leerlingen om een andere reden naar haar worden doorgestuurd. Valerie: “Ik knoop sowieso altijd een gesprek aan als leerlingen iets zeggen wat bij mij alarmbellen doet rinkelen of wanneer ik aanvoel dat er iets niet klopt. Dan probeer ik uit te leggen dat ik iets ga vragen uit bezorgdheid en dat dat misschien raar overkomt. Wanneer ze zich dan veilig genoeg voelen, durven ze soms uit zichzelf hun verhaal te vertellen. Dat kan dan gaan over fysiek geweld, maar zeker zo vaak over mentaal geweld.”
CLB start traject naar hulp
Valerie probeert de leerling vervolgens te overtuigen om met het CLB aan de slag te gaan, bijvoorbeeld door in eerste instantie de ouders nog niet te betrekken.
Daarnaast vraagt Valerie de leerlingen om wekelijks op gesprek te blijven komen: “Meestal kijken ze dan even heel angstig en leg ik hen uit dat ik niets zal doen zonder eerst hun mening te vragen. Dan zien leerlingen dat wel zitten. Al maak ik me nu wel zorgen om een meisje dat al enkele weken niet naar onze afspraak kon komen. Zij vertelde me eerder dat haar ouders haar thuis soms pijn doen. Dan probeer ik extra aandachtig te zijn om haar in de gang tegen te komen.”
Topje van de ijsberg
Valerie vreest dat slechts het topje van de ijsberg tot bij haar komt. Ilse Van Campenhout kan dat beamen: “Er blijft veel onder de radar want niet elke mishandeling is zichtbaar door brandwonden of blauwe plekken.”
Er blijft veel onder de radar want niet elke mishandeling is zichtbaar door brandwonden of blauwe plekken
Ilse Van Campenhout, coördinator van nupraatikerover.be
Op welke signalen kan een leerkracht dan nog meer letten? “Bijvoorbeeld wanneer een kind slechte punten heeft en zich angstig afvraagt of de ouders dit moeten weten. Of wanneer je het gedrag van de leerling ziet veranderen en dat die zich bijvoorbeeld meer terugtrekt.”
Gesprek durven aan te gaan
Gezien worden is voor het kind dan een belangrijke eerste stap: “Spreek het kind aan en geef mee dat je je zorgen maakt en dat het kind alles aan je mag vertellen. Je kan de problemen niet oplossen, maar de hulpverlening wel in gang zetten. Vaak kennen volwassenen nog steeds de naam van de leerkracht die hen als kind voor het eerst aansprak.”
Vaak kennen volwassenen nog steeds de naam van de leerkracht die hen als kind voor het eerst aansprak
Ilse Van Campenhout, coördinator van nupraatikerover.be
Van Campenhout raadt bovendien aan om thema’s als ‘grenzen stellen’ al aan bod te laten komen in de klas zonder dat er vermoedens van mishandeling zijn: “Soms komen er zo reacties of verhalen naar boven, waar je de leerling later tijdens een pauze over kan aanspreken. Sommige leerlingen minimaliseren daarop het geweld thuis omdat ze alleen de extreme verhalen kennen. Maar ook die leerlingen verdienen aandacht.”
(*) We vermelden geen details om de vertrouwensband met de leerlingen niet te schaden
Waar kan je terecht met vragen en bezorgdheden?
Leerkrachten kunnen het zorgteam inschakelen bij bezorgdheden. Bij ernstige vermoedens, schakel je het CLB in.
Professionele hulpverleners kunnen rechtstreeks contact opnemen met het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling van de regio waar het kind of de jongere woont.
Kinderen en jongeren kunnen terecht op Nupraatikerover.be , waar ze anoniem kunnen chatten over verwaarlozing, mishandeling en misbruik. Ze kunnen ook bellen naar 1712, een hulplijn voor vragen over geweld, misbruik en kindermishandeling. Een hulpverlener luistert en geeft advies. D aarnaast is er nog de kinder- en jongerenhulplijn Awel. Ze kunnen ook iemand uit hun omgeving in vertrouwen nemen.
Ook ouders kunnen contact opnemen met de hulplijn 1712 . Daarnaast kunnen ze ook een beroep doen op iemand die ze vertrouwen en die hen wegwijs kan maken in het hulpverleningslandschap, bijvoorbeeld een arts, het CAW, het CLB...
Burgers die bezorgd zijn, kunnen ook terecht bij 1712 , waar een hulpverlener naar hun verhaal luistert en samen de situatie probeert in te schatten en bekijkt welke eventuele stappen gezet zouden kunnen worden. (Bron: www.vertrouwenscentrum-kindermishandeling.be)



