Hangt er een schilderij van de Vlaamse barokschilder Jacob Jordaens in de Sint-Vedastuskerk in de Limburgse gemeente Hoepertingen? Expert Joost Vander Auwera is zeker dat het werk, waarop een tafereel uit het evangelie volgens Lucas is afgebeeld, uit het atelier van de Antwerpse meester afkomstig is. In welke mate Jordaens zelf aan het doek heeft gewerkt, is moeilijk te achterhalen.
Hangt er een werk van Jacob Jordaens zélf in de kerk van Hoepertingen? "Het komt zeker uit zijn atelier"
Op het hoofdaltaar van de Sint-Vedastuskerk in Hoepertingen, een deelgemeente van Borgloon, hangt een schilderij waarop de Visitatie is afgebeeld, naar het Evangelie volgens Lucas.
De Visitatie verwijst naar het bezoek van Maria, die zwanger is van Jezus, aan haar nicht Elisabeth, die op haar beurt zwanger is van Johannes de Doper. Wanneer Elisabeth Maria ziet, wordt Elisabeth vervuld van de Heilige Geest, waardoor het kind opspringt in haar buik en ze de woorden uitspreekt, die later opgenomen worden in het populaire gebed "weesgegroet".
Mogelijk retouches door Jordaens zelf
Of het werk dat in Hoepertingen hangt effectief geschilderd is door Jacob Jordaens zelf valt niet zo makkelijk te bepalen. Volgens Joost Vander Auwera, doctor in de kunstwetenschappen en Jordaenskenner, dateert het werk zeker uit de 17e eeuw en blijkt uit de stijl ook dat het afkomstig is uit het atelier van Jordaens.
Vooral de hoofden op het schilderij zijn typisch voor de stijl van de barokschilder. Een zeer gelijkaardig hoofd van Zacharias staat op een werk van Jordaens, dat in Wenen hangt. Het is dus mogelijk dat Jordaens zelf, eigenhandig ook enkele retouches heeft aangebracht aan het werk, maar met 100 procent zekerheid kunnen we dat niet zeggen.
Drie versies van hetzelfde werk
Het is ook zeker dat er minstens drie versies van de Visitatie bestaan, waarvoor Jordaens telkens als maker is betaald. Er hing ooit een versie van de Visitatie in de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Rupelmonde. Dat werk is aan het einde van de 18e eeuw meegenomen door de Fransen, waarna het in het Louvre heeft gehangen en uiteindelijk in het Musée des Beaux-Arts in Lyon is beland.
Een tweede exemplaar kwam uit een Hongaars-Weense verzameling en is in 1961 gekocht op een veiling in New York. Daarna werd het geschonken aan het Dayton Art Institute in de Amerikaanse staat Ohio. De derde versie van het werk hangt in de Sint-Vedastuskerk in Hoepertingen.
Dat de kunstenaar als genie één origineel werk maakt dat daarna gekopieerd wordt, is een romantisch idee dat niet klopt
Jordaenskenner Joost Vander Auwera
In kunstenaarsateliers in de 17e eeuw was het gebruikelijk dat verschillende medewerkers tegelijkertijd aan verschillende versies van een schilderij werkten. Daardoor vertonen de werken dus verschillende graden van authenticiteit.
Alle werken hebben wel een kwaliteitslabel, omdat ze in het atelier van een grote meester - in dit geval Jordaens - zijn gemaakt. Na de dood van Rubens en Van Dyck moest het Jordaensatelier zich aanpassen, omdat er plots veel vraag was naar religieuze en historische werken, die eigenlijk bij de overleden kunstenaars waren besteld.
"Het is gebruikelijk dat er vier of zelfs vijf versies bestaan van eenzelfde werk. Dat de kunstenaar als genie één origineel werk maakt en de andere werken volledig gekopieerd worden, is een romantisch idee uit de negentiende eeuw. We mogen het atelier van Jordaens niet benaderen met gedateerde opvattingen van hoe een schildersatelier eruit ziet", zegt Joost Vander Auwera. Hij leidt het onderzoeksproject "Jordaens Van Dyck Panel Paintings Project" naar alle bewaarde paneelschilderijen van de twee barokmeesters.
Meer veiligheidsmaatregelen nodig
Het werk uit het atelier van Jordaens in de kerk van Hoepertingen wordt geschat op een waarde van 300.000 euro. "Nu iedereen weet dat er een Jordaens in de kerk hangt, zullen er uiteraard extra veiligheidsmaatregelen nodig zijn", zegt Luc Wijnants, die alles in gang heeft gezet om te weten te komen of het werk een Jordaens is.
"De kerk van Hoepertingen is voorlopig enkel open op zondag voor de ochtendmis, maar de provincie vraagt nu om de kerk vaker te openen zodat iedereen de kans krijgt om de Visitatie te bekijken. Dat zie ik zeker zitten, maar dan zal er wel geïnvesteerd moeten worden in meer beveiliging om het werk te beschermen. Zeker nu we weten wat het werk waard is, mag dit niet meer lang op zich laten wachten."
Ook hoe het werk verzekerd moet worden, wordt nog volop besproken. De gemeente Borgloon hoopt in ieder geval op wat steun van de Vlaamse overheid om de kerk beter te beveiligen en te restaureren.

