Sinds deze week ligt het levenswerk van Matthijs de Ridder in de winkel: een lijvige biografie van dichter Paul van Ostaijen. Er is een nieuwe Margaret Atwood: "Besjes in het bos", een bundel met vijftien korte verhalen. Journaliste Katrin Swartenbroux onderzoekt de millennial mindfuck van de twintigers en dertigers in "OK dan niet". Misdaadauteur Toni Coppers schrijft met "Onschuld" zijn twintigste thriller met Liese Meerhout in de hoofdrol en in "Autopia" van Peter Giesen komen we te weten hoe de auto de wereld veranderde. Dit zijn de vijf boeken die VRT NWS deze week tipt.
De vijf boeken van de week: de langverwachte biografie van Paul van Ostaijen, verhalen van Margaret Atwood en de nieuwe thriller van Toni Coppers
Auteur Matthijs de Ridder heeft een tour de force afgeleverd. Na jaren zwoegen breng hij de biografie uit van een van onze grootste en meest swingende dichters. “Paul van Ostaijen. De dichter die de wereld wilde veranderen” (uitgeverij Pelckmans) telt maar liefst 900 bladzijden en is een eerbetoon aan de jonggestorven Van Ostaijen.
Een nieuwe maatschappij
Paul van Ostaijen (1896-1928) groeit op in Antwerpen als jongste in een gezin van zeven in de Lange Leemstraat. Matthijs de Ridder woonde zelf een tijdje in dat huis. “Je gaat niet dagelijks op zoek naar de geest van Paul van Ostaijen, maar die hing er nog wel,” vertelt hij op Radio 1.
Paul van Ostaijen komt via zijn oudere broers al heel vroeg in contact met de letteren. Hij leest hedendaagse teksten van Streuvels, Teirlinck of Vermeylen, grasduint in allerlei tijdschriften, gaat naar lezingen en tentoonstellingen. "Daarin onderscheidt hij zich van zijn leeftijdsgenoten. Hij was een van de slimste mensen van zijn generatie”, zegt Matthijs de Ridder.
Volgens Van Ostaijen heeft de 19de eeuw met het systeem van koningen, hertogen, keizers en de kerk lang genoeg geduurd. De Eerste Wereldoorlog is het eindpunt, en daarna zou de moderne wereld beginnen. Van Ostaijen gelooft in “een nieuwe maatschappij” die vertrekt vanuit de kunst en die de landsgrenzen overschrijdt. Zijn dichtbundel "Music Hall" brengt een schokgolf teweeg, onder meer omdat poëzie zich voor het eerst in de stad afspeelt en niet op het platteland.
Voor altijd een jonge man
Paul van Ostaijen woont na de oorlog een tijdje in Berlijn, op dat moment het centrum van de avant-garde. Vanuit Berlijn schrijft hij "Bezette stad", een werk waarin de invloeden van het dadaïsme, expressionisme, futurisme en kubisme sterk voelbaar zijn. Het wordt een extreem radicaal werk met een geheel nieuwe typografie. Het wordt maar lauw onthaald in Antwerpen. Eenmaal terug in Antwerpen, blijkt Van Ostaijen bovendien aan tuberculose te lijden. Op dat moment was daar geen genezing voor mogelijk. Van Ostaijen gaat naar een sanatorium in de Ardennen, waar hij uiteindelijk overlijdt.
N.a.v. de 100ste verjaardag van Van Ostaijen's indrukwekkende dichtbundel “Bezette stad” brachten Klara en Vlaams-Nederlands Huis deBuren in 2021 de podcast "Boem Paukeslag" met Matthijs de Ridder, die je kan beluisteren op VRT MAX .
De Canadese auteur Margaret Atwood, 83 jaar en bekend van de wereldwijde en verfilmde bestseller "The handmaid’s tale", blijft schrijven. Haar nieuwste boek, "Besjes in het bos" (uitgeverij Prometheus) is een bundel met vijftien korte verhalen.
Atwood laat de lezer voelen wat het betekent om ouder te worden en alleen te zijn
"Besjes", dat slaat op oude vrouwtjes; de Engelse titel van het boek is "Old babes in the wood”. Opvallend is dat Atwood in sommige verhalen ook autobiografische elementen heeft verwerkt. Dat vertelt literatuurwetenschapper en Atwoodexperte Hilde Staels op Klara. In de bundel voert ze een hoogbejaard koppel op: Nell en Tig, dat gelijkenissen vertoont met Atwood en haar in 2019 overleden partner Graeme Gibson. "Normaal gezien schrijft ze geen autobiografieën of autofictie", vertelt Staels. Net als in "Moral Disorder", een eerdere bundel van Atwood over hetzelfde koppel, vermengt ze feiten en fictie. Zo lijdt Tig net als haar echte partner aan vasculaire dementie. Volgens Staels laat Atwood de lezer voelen wat het betekent om ouder te worden en alleen te zijn.
Er komt geen eind aan de verbeeldingskracht van Margaret Atwood
De bundel bevat ook een dystopisch kortverhaal uit 1986, geschreven midden in de aidsepidemie en de sfeer van de angst die er was voor het levensgevaarlijke virus. Andere verhalen in het boek zijn dan weer absurd, zoals het fictieve interview met George Orwell, de schrijver van onder meer "1984". Het is deze afwisseling die "Besjes in het bos" siert, vindt Hilde Staels.
Katrin Swartenbroux is journalist bij De Morgen en in haar artikels probeert ze de tijdsgeest te vatten. Ze schreef een boek over millennials, de generatie waartoe ze zelf behoort: "OK dan niet. Over mijlpalen, maakbaarheid en de millennial mindfuck" (Overamstel Uitgevers).
Wij hebben onze identiteit bepaald via het internet
Millennials (generatie Y, geboren tussen 1980 en 1999) hebben heel wat met elkaar gemeen, legt Swartenbroux uit op Radio 1. “We hebben samen de opkomst van het internet meegemaakt. Dat kwam op een vormend moment in ons leven, toen wij opgroeiden. (Sociaalnetwerksite, red.) Myspace en andere platformen vroegen om jezelf in een paar zinnen te omschrijven. Wij hebben onze identiteit bepaald via het internet.”
Maar dan komt er het moment waarop Swartenbroux merkt dat ze niet meer alles begrijpt wat jongeren doen op sociale media. Dat is de millennial mindfuck: "de realisatie dat we niet meer relevant zijn op de media die er ooit voor zorgden dat we relevant waren. Het internet zegt ons dat we oud zijn. Dat wil zeggen dat we volwassen zijn, maar dat voelt niet zo.”
Millennials voelen zich nog niet volwassen omdat ze de traditionele mijlpalen zoals trouwen of kinderen krijgen nog niet bereikt hebben. “Sociologisch onderzoek wijst uit dat we steeds langer wachten om die mijlpalen te halen,” vertelt Swartenbroux. “Enerzijds zijn ze minder aantrekkelijk: niet iedereen staat te springen om te trouwen. Anderzijds lijken ze ook minder haalbaar: een huis kopen is zeker in de steden niet evident."
Het boek is ook een ode aan het twijfelen en de zoektocht naar welke richting je uit wil. “Twijfel, het niet-weten, is lang verguisd geweest, net omdat wij een status-updategeneratie zijn.” Swartenbroux wil duidelijk maken dat twijfel oké is. “In het zoeken zit net iets heel waardevols. Je stelt jezelf in vraag, en gaat nadenken over wie je bent en wat je wil.”
Met "Onschuld" (uitgeverij Borgerhoff & Lamberights) voegt misdaadauteur Toni Coppers een twingtigste thriller toe aan zijn populaire reeks met commissaris Liese Meerhout in de hoofdrol. Coppers is een gevierd schrijver: in 2022 ontving hij de Lifetime Achievement Award van de Knack Hercule Poirot-Prijs en de Nederlandse prijs MAX Gouden Vleermuis 2022.
Welk geheim draagt Meerhout met zich mee?
Het is lente en commissaris Liese Meerhout gedraagt zich vreemd. Het is duidelijk dat ze iets te verbergen heeft en geheim houdt voor haar collega's. Verdenkt ze iemand uit haar team of wil ze net iemand beschermen? Ook hoofdinspecteur Michel Masson worstelt met iets waar hij zich heel schuldig over voelt en dat hij op zijn manier probeert recht te zetten. De ontrafeling van deze mysteries houdt de lezer 333 pagina's in de ban. De zoektocht is moeilijker dan ooit, want iemand lijkt Meerhout en Masson uit elkaar te willen drijven en stelt het team op de proef.
Toni Coppers op Vlaanderenleestdag
Toni Coppers is op zondag 23 april, Vlaanderenfeestdag, de gast van Pat Donnez in het programma "Berg en dal" op Klara. Hij is die dag ook één van de veertig auteurs die Tom De Cock interviewt in de Boekathon , live te volgen op VRT MAX.
De auto heeft een immense stempel gedrukt, niet alleen op onze (im)mobiliteit maar ook op het gebied van arbeid en sociale verhoudingen. Journalist Peter Giesen schreef een cultuurgeschiedenis over de auto, “Autopia. Hoe de auto onze wereld veranderde” (Alfabet Uitgevers).
De auto wordt een massaproduct
“Autopia” begint in 1885 bij de eerste auto met een benzinemotor. Die werd op de wereld gezet in Mannheim in Duitsland door Carl Benz. Zijn vrouw heeft het allereerste ritje met een auto met een verbrandingsmotor gemaakt. Na 20 meter werd ze uit het voertuig geslingerd. Later zou ze de eerste langeafstandsrit met een automobiel maken.
Aanvankelijk kon enkel de elite een auto betalen. Het was de Amerikaanse zakenman Henry Ford die de auto democratiseerde. “Hij was de eerste die principes van massaproductie op de auto toepaste,” vertelt Giesen op Radio 1. “Omdat hij ontzettend grote aantallen kon produceren, kon hij ze goedkoop maken. Daardoor kwam de auto in het bereik van een grote groep mensen.”
In Europa wordt de auto pas na de Tweede Wereldoorlog gemeengoed, veel later dan in Amerika. In Europa liggen de inkomens lager, is de benzine duurder en de autoproductie leende zich bovendien minder voor schaalvergroting, omdat nationale automarkten werden beschermd met importtarieven. Elk land kende zijn eigen automerken, terwijl de markt in de Verenigde Staten groter is. "Tegenwoordig zie je nog steeds dat dat verschil veel uitmaakt bij de ontwikkeling van nieuwe producten."
Einde van de benzinemotor
Kritiek op de vervuiling van de auto kwam er al in de jaren 60, maar het heeft lang geduurd vooraleer er echt iets in beweging kwam. In 2035 zet Europa de verkoop van auto’s met een benzinemotor stop en zullen alle nieuwe auto’s elektrisch rijden. “Er zit wel meer romantiek in de dieselauto,” vindt Giesen, “maar elektrische auto’s zijn superieur op meerdere vlakken."


