Op het assisenproces over de terreuraanslagen van 22 maart 2016 heeft de voorzitter aan de beschuldigden gevraagd wat de doelstelling was achter de aanslagen. De beschuldigden waren duidelijk: een antwoord bieden op de westerse bombardementen tegen stellingen van Islamitische Staat in Syrië en Irak. "Oog om oog, tand om tand om de bombardementen te doen stoppen", concludeerde de rechter.
Assisenvoorzitter vraagt beschuldigden naar "doel" achter de aanslagen: "Oog om oog, tand om tand wegens westerse bombardementen"
"U stelt me een strikvraag", zei Salah Abdeslam tegenover de rechter. Hij ontkent namelijk dat hij iets te maken heeft met de aanslagen in ons land, want hij zat toen al in de cel voor de aanslagen in Parijs. Maar over de beweegredenen van IS-aanslagen in Europa en over waarom hij in Parijs had willen toeslaan, was hij duidelijk: de beslissing van westerse landen om IS-stellingen te bombarderen in Irak en Syrië.
"Ondanks onze verschillen leefden we vreedzaam samen, totdat de leiders hier desastreuze beslissingen hebben genomen. Ze hebben Islamitische Staat aangevallen terwijl IS toen geen bedreiging was voor het Westen", klonk het. Het doel van de aanslagen was dus niet om "IS-vlaggen op te hangen in de straten in het westen", aldus Abdeslam, maar om het Westen te doen stoppen met de bombardementen.
Iets wat Mohamed Abrini, die zich had moeten opblazen op Brussels Airport maar rechtsomkeer maakte, beaamde. Al gaf hij toe dat hij besefte dat zulke acties de bommen van de coalitie tegen IS niet zouden tegenhouden en "dat het voor hem stopte toen er onschuldige mensen werden vermoord".
Abdeslam vindt dat Belgische staat excuses zou moeten aanbieden
Medebeschuldigde Bilal El Makhoukhi - die eerder al werd veroordeeld als Syriëstrijder - stelde het als volgt: "Ik zie geen verschil tussen de bommen in Syrië en Irak en de bommen in de metro. In beide richtingen sterven onschuldige mensen, dus daarom moet de vraag waarom die bommen worden gegooid ook in beide richtingen worden gesteld."
Volgens Salah Abdeslam is het in dat licht de taak van de regering en autoriteiten hier om te erkennen dat ze "risico's hebben genomen", een "verantwoordelijkheid" hebben en excuses zouden moeten uiten.
Abdeslam zei dat hij zich realiseerde dat sommige uitspraken choquerend en kwetsend kunnen zijn. "Maar we zijn hier voor de waarheid. En beter een waarheid die kwetst dan een leugen die goed aanvoelt", zei Abdeslam. Hij zei ook dat het onbegrip van slachtoffers die kwamen getuigen hem "erg geraakt" heeft. "Daarom wil ik de emoties even terzijde schuiven en me duidelijk uitdrukken, zodat ze ons kunnen begrijpen."
Volgens Philippe Vansteenkiste, die zijn zus verloor op de luchthaven, tonen de verklaringen aan dat de beschuldigden de aanslagen nog altijd legitimeren. "Dat is volgens mij het extremisme dat we hier horen. Wat IS daar gedaan heeft, ging zeer ver. Mensen vermoorden die niet hun gedachten volgden. Dat ze nog niet inzien wat dat met zich heeft meegebracht, is voor mij een vorm van extremisme."
Ayari: "Haat ontwikkeld in Syrië"
Ook Sofien Ayari kreeg dezelfde vraag van de assisenvoorzitter. Ayari werd samen met Abdeslam opgepakt op 18 maart 2016, enkele dagen voor de aanslagen. De Tunesiër had eerder gevochten voor IS in Syrië, raakte daar gewond en werd verzorgd in het ziekenhuis in Raqqa, het bolwerk van Islamitische Staat in Syrië. Hij zag naar eigen zeggen hoe bombardementen van de internationale coalitie burgerslachtoffers eisten in moskeeën en op markten.
"Ik weet dat wat ik nu zeg tegen mij zal gebruikt worden. Maar ik heb daar een haat ontwikkeld die ik nooit eerder had gevoeld. Het was als een fysieke pijn", klonk het. Hij kreeg in 2015 van IS de opdracht om via de migratiestroom terug naar Europa te keren om hier aanslagen te plegen, al waren er volgens hem toen nog geen concrete doelwitten. Ayari meent, net als andere medebeschuldigden, dat er hier maar "één kant berecht" wordt en vindt dat degenen die verantwoordelijk waren voor de bombardementen van de internationale coalitie ook zouden moeten terechtstaan.
Wat later verwees de Tunesiër naar het getuigenis van de gewezen topbasketballer Sebastien Bellin op het proces vorige maand. Bellin raakte zwaargewond in Brussels Airport. Ayari zei dat het hem erg raakte om iemand als Bellin te horen zeggen dat hij de terroristen vergeeft en zelfs wil helpen. "Het is makkelijker om iemand te horen die de confrontatie zoekt", aldus Ayari.
Ayari werd na zijn verhoor overigens emotioneel en begon te huilen, nadat de rechter hem had gevraagd hoe hij terugkijkt op de oorlog in Syrië. "Als ik het nieuws zie, en zie hoe de mensen daar nu leven, dan vraag ik me af of het beter is dan voor mijn vertrek. Hebben mijn daden het resultaat gehad dat ik wou? Er is geen IS meer, maar is het er beter?"


