De wolharige mammoet ontwikkelde tijdens een steeds kouder wordend klimaat een dikkere vacht, terwijl ook de oren kleiner werden en hij erin slaagde om meer vetten op te slaan en zijn vetverbranding aan te passen. Dat blijkt uit een nieuwe studie die DNA van mammoeten uit verschillende tijdschalen heeft vergeleken.
Kleinere oren, (nog) meer wol en meer vet: hoe de wolharige mammoet evolueerde om te overleven in barre ijstijden
De wolharige mammoet begon ongeveer 10.000 jaar geleden sterk achteruit te gaan, na de laatste ijstijd. Het dier kreeg enerzijds te maken met een opwarmend klimaat, maar kreeg ook af te rekenen met de menselijke jacht. De laatste exemplaren zouden zowat 4.000 jaar geleden gestorven zijn op Wrangel, een Russisch eiland in de Noordelijke IJszee, voor de kust van Siberië.
Mammoeten liepen toen al een hele tijd rond op onze planeet. Wetenschappers hebben nu onderzocht in welke mate zij zich hebben aangepast aan de bijzonder barre tijden waarin ze leefden. Ze bestudeerden daarvoor genomen - de volledige genetische samenstelling - van 23 wolharige mammoeten (Mammuthus primigenius), op basis van fossielen die in de Siberische permafrost zijn gevonden.
De studie is vorige vrijdag gepubliceerd in het magazine Current Biology.
Tot 700.000 jaar terug
De onderzoekers onderzochten onder meer de genetische dataset van een exemplaar dat 700.000 jaar geleden leefde en de naam Chukochya meekreeg. Daarna vergeleken ze die met 22 datasets van veel recentere exemplaren die tijdens de laatste 100.000 jaar leefden. Ze namen er ook 28 genomen bij van moderne Afrikaanse en Aziatische olifanten, die aan de uitgestorven mammoet verwant zijn.
"We wilden achterhalen waarom een wolharige mammoet er precies zó uitzag, en gingen op zoek naar mutaties die enkel bij de mammoeten en niet bij de olifanten voorkwamen", vertelt hoofdauteur van de studie, David Díez del Molino, paleontoloog bij het Centre of Palaeogenetics in Stockholm.
We hebben gekeken naar mutaties die niet bij olifanten voorkwamen
Evolutionair geneticus David Díez-del-Molino
Onderstaande grafiek uit de studie toont hoe de wolharige mammoet apart evolueerde van de olifanten, en tijdens die evolutie verschillende specifieke kenmerken ging ontwikkelen, zowel in de vroege periode als daarna.
Ze kwamen uit op verschillende aanpassingen. De basis daarvoor was al gelegd bij het oudst onderzochte exemplaar, maar ze zijn wel verder geëvolueerd. De lichamen van de dieren raakten steeds meer aangepast aan de barre kou, zodat ze hun warmte beter konden bewaren.
Het gaat onder meer hierom:
wolharige mammoeten ontwikkelden kleinere oren, goed voor minder warmteverlies
ze kregen een nog dikkere wollen vacht
ze slaagden erin om beter vetten op te slaan in hun lichaam, als een vorm van isolatie
hun metabolisme raakte aangepast, zodat ze beter konden overleven op die vetten
ze leerden ook beter om koude aan te voelen
De eerste wolharige mammoeten hadden wellicht grotere oren en niet zo'n volumineuze wollen vacht
Evolutionair expert Love Dalén
"De eerste wolharige mammoeten hadden wellicht grotere oren en een ander soort wollen vacht, die minder isoleerde en niet zo volumineus was," zegt een van de hoofdauteurs van de studie Love Dalén, professor Evolutionaire Genomica aan het Centre for Palaeogenetics in Stockholm.
Volgens de nieuwste studie droeg de oudere mammoet al 92 procent van die unieke mutaties in zich, maar werden die later nog geperfectioneerd in de loop der tijden. De wolharige mammoet splitste zich af van de steppemammoet, een van zijn voorouders. De kenmerken die de wolharige mammoeten ontwikkelden, zijn momenteel nog terug te vinden bij onder meer ijsberen.
Wordt de wolharige mammoet weer tot leven gewekt?
De nieuwste studie zou ook kunnen helpen voor het opnieuw tot leven brengen van de wolharige mammoet via klonen. "Onze dataset kan gezien worden als een eerste element naar het opnieuw tot leven wekken. Maar die weg is nog lang en zal vol valkuilen zitten. In het slechtste scenario leidt het zelfs tot niets", zei Dalén daarover.



