In 9 op de 10 Belgische gemeenten zijn mensen die alleen wonen de grootste groep geworden. Alleenwonenden zijn huishoudens bestaande uit 1 persoon. In 30 jaar tijd is hun aantal met een vijfde gestegen. Het klassieke gezin met kinderen wordt een minderheid. Dat schrijft De Tijd op basis van gegevens van Statbel.
Steeds meer mensen in ons land wonen alleen, klassiek gezin met kinderen wordt een minderheid
Eerst even dit: alleenwonend is niet noodzakelijk hetzelfde als alleenstaand of single. Met een "alleenwonende" wordt een huishouden bestaand uit één persoon bedoeld. Een eenoudergezin met kinderen wordt bijvoorbeeld niet geregistreerd als alleenwonend. Mensen in een LAT-relatie, die apart wonen, kunnen geregistreerd staan als alleenwonend of als een eenoudergezin met kinderen, maar zijn niet alleenstaand.
De Tijd dook in demografische cijfers van Statbel, dat statistische gegevens in ons land bijhoudt. Hoe zijn de huishoudens in ons land samengesteld? Daaruit blijkt dat Belgen steeds vaker alleen wonen. Bijna 36 procent van alle huishoudens in ons land bestaat uit alleenwonenden, zo tonen de meest recente cijfers uit 2022. Het zijn er nu 1,8 miljoen, van de in totaal 5 miljoen huishoudens in ons land. In 9 op de 10 gemeenten zijn alleenwonenden zelfs de norm geworden.
En daarmee hebben de alleenwonenden een hele evolutie doorgemaakt:
Begin jaren 90 waren alle alleenwonenden goed voor minder dan 30 procent van alle huishoudens.
In 2002 werd het aantal alleenwonenden nipt groter dan het klassieke gezin (koppels met kinderen).
In 2005 was 1 op de 3 huishoudens een alleenwonende.
In 2022 bestond zoals gezegd 36 procent van alle huishoudens uit een alleenwonende.
Klassieke "gezin met kinderen" gaat er steeds meer uit
Het klassieke beeld van de Belgische huishoudens was lang dat van het gehuwde of ongehuwde koppel met thuiswonende kinderen. Begin jaren 90 vormden zij met ruim 36 procent de grootste groep. Alleen in steden waren alleenwonenden de grootste groep.
Maar dat "klassieke" beeld gaat er in de loop der jaren steeds meer uit. Minder dan 30 procent van alle huishoudens vandaag bestaat uit gehuwde of ongehuwde koppels met kinderen.
Het Planbureau verwacht dat alleenwonenden in 2070 goed zijn voor 41 procent van de huishoudens. Nog maar 12 procent van de huishoudens in 2070 zou bestaan uit gehuwde koppels met inwonende kinderen, 10 procent uit ongehuwde koppels met kinderen.
Naast alleenwonenden en gehuwde of ongehuwde koppels met kinderen, zijn er nog andere samenstellingen.
Gehuwde of ongehuwde koppels zonder thuiswonende kinderen: hun aandeel bleef doorheen de jaren ongeveer gelijk op 25 procent.
Alleenstaande ouders: zij waren in 2022 goed voor 10 procent van alle huishoudens.
Vergrijzing en echtscheidingen
De belangrijkste verklaring voor de sterke stijging van het aantal alleenwonenden is emancipatie en vergrijzing. De Tijd citeert gezinssocioloog Dimitri Mortelmans (UAntwerpen): "Dat heeft te maken met de hogere levensverwachting, maar het hangt ook samen met de expliciete wens van veel mensen om langer zelfstandig te blijven. Vroeger ging je bijna vanzelfsprekend op je 70e naar een woonzorgcentrum, vandaag is het rusthuis voor als het niet meer anders kan. We zien ook dat veel ouderen die hun partner overleven nog jaren alleen blijven wonen."
Vroeger ging je bijna vanzelfsprekend op je 70e naar een woonzorgcentrum, vandaag is het rusthuis voor als het niet meer anders kan.
Gezinssocioloog Dimitri Mortelmans in De Tijd
Een andere belangrijke reden voor de stijging zijn volgens Dimitri Mortelmans echtscheidingen en aflopende relaties, al is de duur van het alleen wonen voor die groep wel korter. Dat het merendeel van de alleenwonenden mannen zijn, verklaart Mortelmans ook door echtscheidingen. Kinderen worden vaker bij de moeder ingeschreven, waardoor vaders op papier als alleenwonend worden gezien.
Onaangepast beleid
Hoewel het aantal alleenwonenden in ons land almaar toeneemt, lijkt het beleid toch vooral nog gericht op het klassieke gezin. Zo is er een overschot aan grote woningen en een gebrek aan betaalbare alternatieven voor starters en kleine huishoudens. Het risico op armoede is ook hoger en alleenwonenden kampen ook met fiscaal andere, minder gunstige regelingen. "Alleenwonenden zijn een diverse groep, en dat maakt dat ze vaak onzichtbaar blijven of weinig politieke druk kunnen uitoefenen", zegt Mortelmans in De Tijd.

