De menselijke cultuur is waarschijnlijk het resultaat van 'zelfdomesticatie', een evolutionair proces dat leidt tot minder agressieve individuen en individuen die meer prosociaal zijn, meer geneigd anderen te helpen. Een team onder leiding van het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek stelt in een nieuwe studie dat olifanten - net als mensen en bonobo's - ook zelfdomesticatie kunnen ondergaan hebben. Olifanten vertonen immers veel kenmerken die daarmee geassocieerd worden, zoals prosociaal gedrag, speelsheid en complexe communicatievermogens.
Mensen vertonen complex sociaal gedrag, hebben diverse communicatievermogens en een sterk ontwikkeld vermogen om werktuigen te gebruiken.
Wetenschappers stellen dat de menselijke evolutie kan vergeleken worden met het proces van domesticatie van dieren - het tam maken van dieren als vee en huisdieren -, waarbij minder agressieve individuen verkozen worden.
Op dezelfde manier kan de menselijke evolutie het resultaat zijn van een natuurlijke selectie voor meer prosociale en behulpzame individuen, wat dan zelfdomesticatie genoemd wordt. Dergelijke individuen zijn meer geneigd tot interactie met anderen en ze vormen complexe gemeenschappen, waarin ze van elkaar kunnen leren.
"De theorie van zelfdomesticatie is moeilijk te testen", zei Limor Raviv van het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek in Nijmegen, de eerste auteur van de studie. "Dat komt omdat naast mensen er van slechts één andere soort gesteld wordt dat ze zelfgedomesticeerd zijn, bonobo's namelijk."
Zouden olifanten het eerste diermodel van niet-primaten kunnen zijn voor zelfdomesticatie? Om dat te onderzoeken, bestudeerden Raviv en haar collega's de gelijkenissen tussen olifanten, bonobo's en mensen en daarna voerden ze nog een genetische analyse uit.
Kenmerken van domesticatie
Het team stelde vast dat olifanten veel kenmerken van domesticatie vertonen. Net zoals mensen en bonobo's hebben ze lage niveaus van agressie, hoge niveaus van empathisch en prosociaal gedrag, een verlengde periode van onvolwassenheid en een toegenomen speelsheid en nieuwsgierigheid.
Olifanten vormen coalities, 'babysitten' op kalfjes, bieden andere olifanten bescherming en steun en helpen stervende of zieke leden van hun kudde - en soms zelfs een occasionele buitenstaander. Er zijn ook aanwijzingen dat olifanten zelfbewustzijn hebben en gevoelig zijn aan de noden en verlangens van anderen.
Een ander belangrijk kenmerk is het vermogen van olifanten om te leren van elkaar. Gedragingen die bij andere dieren vaak aangeboren zijn - zoals wat te eten en hoe nakomelingen groot te brengen - worden bij olifanten sociaal doorgegeven.
Olifanten hebben ook een gesofisticeerd communicatiesysteem op verschillende niveaus. Ze hebben een uitgebreid vocaal repertoire, dat gaat van getrompetter en geschetter tot gerommel met een erg lage frequentie. Zo hebben olifanten in Kenia verschillende alarmsignalen voor mensen en bijen, en hun gevarieerde en gecombineerde roepen vertonen zelfs tekenen van grammatica.
Ten slotte ging het team ook nog op zoek naar genen die bij gedomesticeerde dieren geassocieerd worden met onder meer een meer volgzaam karakter. De onderzoekers vonden bij wilde Afrikaanse olifanten 79 van dergelijke genen, voor de Aziatische olifant waren hierover geen gegevens beschikbaar.
Een veilige omgeving
De onderzoekers veronderstellen dat de zelfdomesticatie van de olifanten verband kan houden met hun enorme grootte en hun kracht.
"Die betekenen dat olifanten doorgaans minder bezorgd zijn over het ontvluchten of bevechten van andere dieren voor hun overleving", zei Raviv. "Dit soort van 'veilige omgeving' kan de selectieve druk verminderen voor agressie, cognitieve middelen vrijmaken en meer mogelijkheden openen voor onderzoek, communicatie en spel."
"Onze hypothese van zelfdomesticatie bij olifanten biedt een opwindend potentieel voor toekomstig onderzoek bij andere soorten. Het kan ons begrip verbeteren van de evolutie van prosociaal gedrag bij evolutionair ver van elkaar verwijderde soorten en belangrijke inzichten bieden in convergente evolutie." Het team is intussen begonnen met onderzoek naar dolfijnen, walvissen en papegaaien.
Professor Adriaens: geen agressief gedrag
In het programma 'De ochtend' op Radio 1 gaf evolutiebioloog en professor aan de Universiteit Gent Dominique Adriaens meer uitleg over de studie.
Zelfdomesticatie is een proces dat analoog loopt met de gewone domesticatie, waarbij de mens dieren kweekt en temt door te selecteren voor dieren of individuen die minder agressief zijn, zo zei hij. Mensen hebben dat gedaan met katten en honden, runderen en met varkens. Als je een everzwijn vergelijkt met onze huidige varkens, zijn die veel minder agressief, wat handig was voor de mens om daarmee te kunnen kweken.
Dat is het domesticatieproces, waarbij door generatie na generatie te selecteren op minder agressieve individuen, je een aantal kenmerken krijgt die daarmee gepaard gaan. En zelfdomesticatie is dan een natuurlijk proces, dat de mens dus niet stuurt en bewust beïnvloedt, maar waarbij de organismen zelf gaan selecteren op individuen die minder agressief zijn, omdat dat een voordeel biedt om bijvoorbeeld samen te werken om voedsel te kunnen delen of om zichzelf te beschermen in groep in plaats van individueel. En dat proces leidt tot gelijkaardige kenmerken als domesticatie.
Een ander voordeel is volgens Adriaens dat de mannetjes minder agressief zijn tegenover elkaar. Als je naar andere dieren kijkt, zie je dat de mannetjes dikwijls zeer agressief zijn ten opzichte van elkaar. Die hebben soms ook kenmerken om beter te kunnen vechten, ze zijn vaak groter dan de vrouwtjes. Dat biedt hen het voordeel dat ze beter met elkaar kunnen vechten en zo aanspraak kunnen maken op meer wijfjes, wat hen dan weer een evolutionair voordeel geeft, want ze kunnen zich meer voortplanten.
Bij olifanten ziet men daarentegen zeer weinig agressief gedrag, zelfs als de mannetjes op zoek gaan naar een partner, komt het zelden tot fysiek agressief gedrag, waarbij een dier verwond of gedood zou kunnen worden. Bij heel wat andere dieren, ook bij een aantal primaten, is dat zeker wel het geval en leidt dat dikwijls tot de dood, aldus Adriaens.
Ook andere soorten?
Professor Adriaens is het met de onderzoekers eens dat de grootte van de olifanten een belangrijke factor kan zijn. Ze hebben weinig predatoren en dus ook geen nood aan constant agressief gedrag om zich tegen predatoren te beschermen.
Het wegvallen van de agressie biedt daarentegen voordelen: olifanten kunnen beter samenwerken en bijvoorbeeld samen zorg dragen voor de jongen. De kalfjes worden in een kudde niet enkel door de moeder zelf opgevoed maar meerdere volwassen vrouwtjes in de groep helpen mee om de jongen groot te brengen.
Adriaens is het er ook mee eens dat het onderzoek aantoont dat men toch eens wat verder zou moeten kijken naar andere soorten, want misschien komt zelfdomesticatie wel meer voor dan men denkt.
Men heeft nu de olifant genomen omdat die aan een aantal vereisten voor zelfdomesticatie voldoet, zoals het vertonen van prosociaal gedrag. Ook een uitgesproken vorm van communicatie is zo'n kenmerk en olifanten communiceren visueel met elkaar, via geluiden, via chemische stoffen en door aanrakingen.
Het zou de professor echter niet verwonderen dat men die kenmerken ook zou kunnen terugvinden bij andere diersoorten als men eens diepgaand onderzoek gaat doen naar al de indicatoren die wijzen op zelfdomesticatie bij andere soorten.
De studie van het team is gepubliceerd in . Dit artikel is gebaseerd op een persmededeling van het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek, een artikel van NOS-nieuws en het interview met professor Adriaens.
Olifanten kunnen zichzelf temmen: "Nog geen huisdieren"






