"Niet alle jongeren die zich somber of angstig voelen of stress hebben, kunnen naar een psycholoog gaan of van andere (jeugd)zorg gebruikmaken." Rond dat opvallende standpunt wil de Nederlandse staatssecretaris voor Volksgezondheid en Welzijn Maarten van Ooijen, die ook bevoegd is voor Jeugdgezondheidszorg, een "maatschappelijke discussie" opstarten. Volgens hem is een "grenzeloze groei" niet te organiseren en niet te betalen.
Nederlandse staatssecretaris voor Welzijn: "Niet alle sombere jongeren kunnen professionele hulp krijgen"
Recent onderzoek in Nederland toont aan dat ongeveer de helft van de jongeren tussen 16 en 25 jaar mentale problemen hebben. "Het percentage jongeren dat gebruikmaakt van een vorm van jeugdzorg was zo’n 25 jaar geleden 1 op de 27, nu is dat bijna 1 op de 7. Deze ongekende stijging gaat gewoon door als we niets doen", zegt staatssecretaris Van Ooijen (ChristenUnie). "Een hele generatie met professionele hulp; dat mogen we niet laten gebeuren. Dat is niet te organiseren of te betalen. Maar we moeten het vooral niet willen."
Van Ooijen benadrukt wel dat er hulp beschikbaar moet zijn als een kind of jongere die nodig heeft. Volgens hem heeft goede zorg voor kinderen en gezinnen met de meest complexe problemen daarbij de hoogste prioriteit. Maar toch wordt een oplossing volgens Van Ooijen nu te vaak gezocht bij de overheid en bij de jeugdzorg.
De staatssecretaris denkt dat "we het veel meer moeten zoeken bij elkaar" en verwijst naar het Afrikaanse gezegde: "Er is een heel dorp, een hele stad voor nodig om een kind te laten groeien". Hij vindt dat er "maatschappelijke veranderingen" nodig zijn waardoor minder jongeren een beroep zullen doen op jeugdzorg. Jongeren zouden die steun ook kunnen krijgen van bijvoorbeeld "sport- en muziekverenigingen, kerken en buurt- en inloophuizen".
BEKIJK - Van Ooijen: "Het gaat niet goed met te veel kinderen en jongeren":
Kritiek op uitspraken
Maar er komt ook kritiek op de uitspraken van Van Ooijen. Zo wordt hem onder meer een gebrek aan inlevingsvermogen verweten en wordt erop gewezen dat de overheid hier medeverantwoordelijk voor is, omdat ze de jeugd "twee jaar opgesloten heeft" (tijdens de coronapandemie).
Dat zijn uitspraken om de jeugdzorg te ontlasten door meer laagdrempelige jeugdvoorzieningen te realiseren een besparingsoperatie zijn, ontkent hij. "Eerlijk gezegd is voor mij de hoofdvraag of we in een samenleving willen leven waar zoveel jongeren zich mentaal niet goed voelen", zegt Van Ooijen. "Financiën staan niet op de eerste plaats", zei hij voor het begin van de ministerraad.
In mei vorig jaar kondigde de staatssecretaris al aan dat hij de jeugdzorg grondig wilde reorganiseren, maar dat is voorlopig nog niet gelukt. Het doel van die reorganisatie zou zijn dat minder jongeren met relatief lichte problemen er een beroep op moeten doen. Daardoor zou er meer geld overblijven voor jongeren met ernstige problemen, zoals bijvoorbeeld anorexia of depressie.
Daarnaast is Van Ooijen ook bezorgd over een nieuwe trend, zelfdiagnose via TikTok. "Op die manier heeft iedereen binnen de kortste keren een label en een jeugdzorgvraag. Dat is ongezond voor kinderen, voor gezinnen, voor de samenleving."
De staatssecretaris wil nu vanaf 25 april praten met ouders en instanties over de begrenzing van de professionele hulp.
