Geen donkere, zware thema’s in deze tentoonstelling met schilders en beeldhouwers uit het Vlaamse expressionisme. Wel integendeel: het Kunstmuseum Den Haag zet de zonnige kant van hun werk centraal tijdens de “roaring twenties”. Met vooral schilderijen van Gustave De Smet, Frits Van den Berghe en Edgard Tytgat.
"Geestig, schalks en soms wat schunnig": Kunstmuseum Den Haag zet Vlaamse expressionisten in de kijker
Het Kunstmuseum Den Haag, vroeger bekend als Gemeentemuseum, in het prachtige art-decogebouw van Berlage, toont meer dan 100 werken van Vlaamse expressionistische kunstenaars. Terwijl er jazz van Django Reinhardt klinkt, wandel je van het ene naar het andere zomerse tafereel. Van drie pastoors aan de waterkant over een paardenmolen tot een café met kaartspelers of een inkijkje in een “kabberdoesjke”. We schrijven de jaren twintig, een eeuw geleden dus.
Naast hun donkere tonen en zware thema's maakten de Vlaamse expressionisten ook kunst over de vrolijke kant van het leven
Conservator Thijs de Raedt: “Het cliché is dat de Vlaamse expressionisten met donkere tonen en zware thema’s werkten. Maar er is ook hun kunst over de vrolijke kant van het leven, de verpozing, de tijd buiten arbeid en zwaar leven om. Op die luchtige thematiek leggen we de nadruk in deze tentoonstelling, met vooral werk van Gustave De Smet, Frits Van den Berghe en Edgard Tytgat.” Constant Permeke, de kunstenaar die we bij uitstek associëren met gebogen ruggen en handen als kolenschoppen, is slechts met enkele werken vertegenwoordigd, een ervan trouwens een kleurrijk zicht op Oostende met een kermismolen.
In de eerste zaal overheerst nog de rust van met licht overgoten werken à la Emile Claus uit het begin van de 20e eeuw. Maar daarna verandert alles snel. De Eerste Wereldoorlog is een belangrijke breuklijn. “Het is alsof de schokgolven van de oorlog nodig waren om de kunstenaars wakker te schudden,” oppert De Raedt. Veel Vlaamse artiesten vluchten naar het buitenland, met name naar Nederland, waar ze in contact komen met andere kunstenaars, verzamelaars of tijdschriften. “Allerlei kunstenaars hebben buiten België een beweging naar het moderne gemaakt.”
Alsof de schokgolven van de Eerste Wereldoorlog nodig waren
Eenmaal weer aan de Leie ontmoeten de Vlaamse expressionisten elkaar in het buitenverblijf van het echtpaar Van Hecke. Dat huis “Malpertuis” wordt een verzamelpunt voor schrijvers en kunstenaars. De Smet en Van den Berghe gaan er zelfs wonen. De lome, zomerse sfeer van zondagen met vrienden, bootjevaren inbegrepen, vindt zijn weg naar hun werk. Op een moderne manier, zegt Thijs de Raedt: “Ze experimenteerden met kleur, vorm, met hoeken of afsnijdingen. Maar ook het thema “verpozing” zelf was modern. Dat er überhaupt sprake was van vrije tijd, was nieuw. Daarvoor moesten eerst afspraken worden gemaakt over arbeidstijd en inkomen.”
Het zijn de “roaring twenties”, met opluchting na de Eerste Wereldoorlog maar ook een zenuwachtig en koortsachtig politiek klimaat. Er komt een eind aan met de beurscrash van 1929, waardoor ook het echtpaar Van Hecke zijn kunstcollectie moet verkopen. De tentoonstelling verkent die bijzondere jaren twintig aan de hand van verschillende thema’s.
Opvallend is de fascinatie voor kermis. Goochelaars, paardenmolens, messenwerpers, een schietkraam met gipsen pijpjes of een freakshow met een reuzin, “Angela” genaamd: de Vlaamse expressionisten waren er dol op. Dat had vaak heel persoonlijke redenen. De vader van Gustave en Léon De Smet beschilderde circuskramen en Edgard Tytgat verloor als kind ooit het bewustzijn in een carrousel.
Conservator De Raedt staat in bewondering voor “De grote schietkraam” van Gustave De Smet: “In dit fantastische werk komt het kermisthema samen met een rood en bruin kleurenpalet. Een vrolijk schilderij, waar tegelijk iets zwaars in zit, met een uitmuntende compositie. We zijn heel blij dat we dit monumentale werk kunnen tonen.”
Nachtleven
Ook het nachtleven komt aan bod. Waarbij het, met onze blik van 2023, toch weer opvalt hoe vaak op één doek geklede mannen en ontklede vrouwen te zien zijn… De titel “Taferelen uit een verdacht huis” van een broeierig drieluik van Frits van den Berghe spreekt boekdelen. Ook te ontdekken: een reeks scabreuze aquarellen van Edgard Tytgat over de seksspelletjes van acht vrouwen in een klooster. Kunstmuseum Den Haag bezit een schilderij van Tytgat met dezelfde acht vrouwen. Nu zijn de bijpassende tekeningen en aquarellen uit een Belgische privécollectie erbij te zien. "Dit voelt als thuiskomen”, zegt conservator Thijs de Raedt.
Het Kunstmuseum heeft uit de eigen rijke collectie Vlaamse expressionisten geput en toont ook bruiklenen uit Vlaamse musea als KMSKA, MSK, Groeningemuseum, Museum Dhondt-Dhaenens of Mudel. Daar zijn ook enkele werken bij van de Vlaamse Topstukkenlijst. Daarnaast komen maar liefst 38 werken van The Phoebus Foundation, de privéverzameling van havenbaas Fernand Huts. Een van die schilderijen is "De plezierboot" van Gustave De Smet, dat vorig jaar werd geveild voor een recordbedrag van 640.000 euro.
Als ge gekweld wordt door lichte miseries, twijfels allerhande, leg u achterover in ’t gras te staren in de ruimte
Stijn Streuvels
Het zijn niet allemaal geestige werken. Bijzonder aangrijpend is het schilderij “Obsessie” van Frits Van den Berghe, een Edvard Munch-achtig portret van Gustave De Smet en zijn vrouw nadat ze hun enige zoon hadden verloren. Ook de sculpturen en houtsneden van Jozef Cantré (grootvader van Sonja Cantré, voormalig BRT-omroepster en presentatrice) zijn bijzonder, net als het ontroerende schilderij “Marc groet ’s morgens de dingen” van Floris Jespers, naar het bekende gedicht van Paul van Ostaijen. Of de foto’s die auteur Stijn Streuvels zelf maakte in dezelfde jaren twintig. Een citaat van de schrijver vat deze expo mooi samen: “Als ge gekweld wordt door lichte miseries, twijfels allerhande, leg u achterover in ’t gras te staren in de ruimte…”
“Vlaamse expressionisten. Heerlijke herinneringen ” loopt tot en met 20 augustus in het Kunstmuseum Den Haag. Tegelijk verschijnt het kinderboek "Een zomerse zondag " met tekst en tekeningen van Gerda Dendooven.
BELUISTER - Conservator Thijs de Raedt (Kunstmuseum Den Haag) over de Vlaamse expressionisten
In het Kunstmuseum loopt tegelijk ook een tentoonstelling met de beroemde optische illusies van M.C. Escher, in een sprookjesachtige scenografie van het Belgische kunstenaars- en architectenduo Gijs Van Vaerenbergh, bekend van het “doorkijkkerkje” in Borgloon of de zuilengalerij van de Triënnale in Brugge. Ze exposeren eigen ontwerpen en maken de “andere” wereld van Escher tastbaar.
“Escher. Andere wereld ” in hetzelfde Kunstmuseum Den Haag tot en met 10 september.
Nog meer Vlaamse expressionisten kun je bewonderen in Museum Dhondt-Dhaenens. Dat duikt in de eigen geschiedenis, met name de collectie van de stichters, het kunstverzamelende koppel Irma en Jules Dhondt-Dhaenens. De expo "Het erf" toont werk van grote namen zoals James Ensor, Edgard Tytgat, Rik Wouters, Constantin Meunier of Georges Minne, samen met nooit eerder getoond archiefmateriaal en een installatie van Guillaume Bijl. Tot 21 mei in MDD in Deurle .

