Bijna 25 jaar na de Kosovo-oorlog start vandaag in Den Haag het proces tegen Hashim Thaci, gewezen president van Kosovo en leider van het Kosovaarse Bevrijdingsleger UCK. Thaci staat samen met drie anderen terecht voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid, waaronder moorden, martelingen en verdwijningen.
Hashim Thaci, oud-president van Kosovo, staat na bijna kwarteeuw terecht voor oorlogsmisdaden
Hashim Thaci staat voor de speciale rechtbank voor Kosovo terecht samen met drie anderen: Kadri Veseli, Jakup Krasniqi en Rexhep Selimi. Tijdens de Kosovo-oorlog (1998-1999) stonden zij aan het hoofd van het Kosovaarse Bevrijdingsleger UCK, een militie van etnische Albanezen, die streed tegen het Servische bestuur.
Onder hun leiding zouden oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid zijn gepleegd waarvan honderden burgers het slachtoffer werden. De aanklagers in Den Haag spreken van moorden en ook verdwijningen, vervolgingen en martelingen van Albanees-Kosovaarse tegenstanders, Serviërs en Roma.
Als leider van het UCK zou Thaci niet alleen verantwoordelijk zijn geweest voor gruweldaden van de militie. Hij had ook zelf de reputatie meedogenloos te zijn geweest. Maar Thaci pleit onschuldig, net als de drie anderen, die net als hij na de oorlog prominente politici werden.
Meerdere jaren
De speciale rechtbank voor Kosovo of ("Special Chambers") werkt volgens Kosovaars recht, maar met internationale rechters om de onafhankelijkheid van de rechtspraak te garanderen.
Ze is gevestigd in Den Haag, zodat er een betere garantie is op bescherming voor getuigen. Maar zelfs nu zijn er nog gevallen van intimidatie vastgesteld: mensen die gelieerd zijn aan de UCK die kandidaat-getuigen intimideren.
Het proces tegen Thaci en de drie anderen is de grootste rechtszaak in verband met de Joegoslavische oorlogen sinds de processen tegen de Bosnische Serviërs Radovan Karadzic en Ratko Mladic.
Het proces kan naar verwachtingen meerdere jaren duren.
Protest
In Den Haag zijn vandaag trouwens honderden Albanese Kosovaren op straat gekomen om te protesteren tegen het proces tegen Thaci. Ze droegen spandoeken met daarop "Het UCK vocht voor vrijheid" en "Stel slachtoffers niet op één lijn met daders".
In Kosovo zelf hebben gisteren ook al duizenden mensen, vooral UCK-veteranen, gedemonstreerd om hun ongenoegen te uiten over het proces.
Veel Albanese Kosovaren - en vooral voormalige leden en sympathisanten van het UCK - staan wantrouwig tegenover de speciale rechtbank voor Kosovo. Zij wijzen erop dat het in de eerste plaats Kosovaren waren die door de Servische troepen werden uitgemoord en mishandeld. Thaci wordt door veel mensen in Kosovo ook gezien als een held, omdat hij een belangrijke rol speelde bij de onafhankelijkheid.
Kosovotribunaal begint met proces tegen oud-president Hashim Thaci: "Kan tot spanningen leiden in Kosovo"
Kosovo, een woordje uitleg
Kosovo was een provincie van de Joegoslavische deelrepubliek Servië. De meerderheid van de inwoners was en is etnisch Albanees. Bij het uiteenvallen van Joegoslavië klonk ook in Kosovo de roep om onafhankelijkheid steeds luider.
Het Kosovaars Bevrijdingsleger (UCK) wilde de onafhankelijkheid gewapenderhand afdwingen. Vanaf 1998 kwamen het tot een burgeroorlog tussen het UCK en de veel sterkere Servisch/Joegoslavische troepen. Het Westen - vooral de Verenigde Staten - steunden de Kosovaren in hun strijd tegen de Servische leider Slobodan Milosevic. Tijdens het conflict kwamen meer dan 13.000 mensen om het leven.
Begin 1999 vond een internationale vredesconferentie plaats in het Franse kasteel van Rambouillet. De Kosovaren werden er vertegenwoordigd door Hashim Thaci, intussen leider van het UCK.
De conferentie mislukte, en eind maart 1999 begon de NAVO met bombardementen op doelwitten in toenmalig Joegoslavië (Servië en Montenegro). De NAVO-bombardementen duurden 78 dagen, waarna Milosevic zijn troepen weghaalde uit Kosovo. Toen de Albanese Kosovaren terugkeerden, begonnen ze wraakacties tegen de Servische bevolking. Onder meer op die wraakacties hebben de aanklachten van het Joegoslavië-tribunaal betrekking.
In 2008, zo'n tien jaar na de oorlog, riep Kosovo eenzijdig de onafhankelijkheid uit van Servië. De Kosovaarse onafhankelijkheid wordt door een 100-tal landen erkend, waaronder de meeste westerse landen, ook België. Onder meer Servië, dat Kosovo nog altijd ziet als een afvallige provincie, en Rusland erkennen het land niet. Met name de voorbije maanden zijn er meermaals grensgeschillen tussen Servië en Kosovo geweest.
Hashim Thaci werd in 2008 premier van Kosovo en in 2016 president. In 2020, toen bekend werd dat hij terecht zou staan in Den Haag, nam hij ontslag als president.

