Het is vandaag exact 50 jaar geleden dat het allereerste gsm-gesprek gevoerd werd. Met een toestel van meer dan 1 kilogram dat in niets lijkt op onze huidige fancy toestellen. Ontwerper Martin Cooper (94) blikt terug én kijkt vooruit: "Dit ding heeft nog een enorm potentieel, maar we zijn op dit moment ietwat geobsedeerd."
Ontwerper van mobiele telefoon, 50 jaar na het allereerste gsm-gesprek: "We zitten te veel op onze smartphone"
Heb je vandaag al "gelukkige verjaardag" gezegd aan je gsm/smartphone? Wie zich geroepen voelt, hou je vooral niet in. Vandaag is het namelijk exact 50 jaar geleden dat het eerste gsm-gesprek gevoerd werd. En het toestel waarmee dat gebeurde, leek in niets op de ultraslimme, hyper-uitgeruste toestelletjes waarop je dit artikel misschien wel leest.
Hoe zag dat eerste toestel eruit, en hoe verliep dat eerste gesprek? In een interview met het Franse persagentschap AFP blikt de Amerikaanse ingenieur Martin Cooper (94) daarop terug. En hij kan het weten, want hij wordt wel eens "de vader van de mobiele telefonie" genoemd. Hij is de eerste die een mobiel telefoontoestel ontwierp, en de eerste die er een gesprek mee voerde.
Een telefoon van meer dan 1 kilogram
In 1973 stond Martin Cooper aan het hoofd van een team ontwerpers en ingenieurs bij Motorola, een groot communicatietechnologiebedrijf in de Verenigde Staten. Motorola investeerde in die tijd miljoenen dollars om het eerste systeem voor mobiele telefonie te ontwikkelen. Daarmee wilde het zijn grote concurrent Bell System voor zijn.
Bell System had het idee van mobiele telefoons al gelanceerd na het einde van de Tweede Wereldoorlog. Ze waren aan het einde van de jaren 60 nog niet verder geraakt dan de installatie van telefoons in auto's. Groot probleem was de enorme batterij die mobiele telefoons op dat moment nodig hadden.
De batterij had een gebruiksduur van ongeveer 25 minuten. Geen probleem, het apparaat was zo zwaar dat je het geen 25 minuten kon vasthouden.
Martin Cooper
Dat hield Martin Cooper en zijn team niet tegen. Na drie maanden onafgebroken werk slaagde hij erin om een mobiel telefoontoestel op punt te stellen, met de illustere naam DynaTAC. "Die telefoon woog meer dan 1 kilogram", herinnert Cooper zich. "Je kon er maar twee dingen mee doen: praten en luisteren. De batterij had een gebruiksduur van ongeveer 25 minuten. Maar dat was geen probleem, want het apparaat was zo zwaar dat je het geen 25 minuten kon vasthouden."
Martin Cooper kreeg het geniale idee om zijn rivaal bij Bell System te bellen, Joel Engel, die daar aan een gelijkaardig project werkte. "Ik zei hem: Joel, dit is Martin Cooper hier. Ik praat nu met jou met een mobiele telefoon. Maar een echte mobiele telefoon. Persoonlijk. Draagbaar. In de hand. Er was een stilte aan de andere kant van de lijn. Ik geloof dat hij zijn tanden knarste."
Het duurde nog tien jaar voor het eerste mobiele telefoontoestel op de markt kwam. In 1983 kwam de Motorola DynaTAC 8000X uit. Een ding van 33 centimeter groot en 794 gram zwaar, met de bijnaam "de baksteen". Kostprijs in die tijd: 3.995 dollar.
"Ze zijn gek geworden"
Vandaag heeft Coopers uitvinding de hele wereld veroverd. De meesten onder ons kunnen zich geen leven meer zonder voorstellen. Bellen, tekst- en videoberichten sturen, mailen, muziek beluisteren, filmpjes kijken, spelletjes spelen, routes navigeren, bestellingen doen, rekeningen betalen, sporten, je eet- en slaapgewoonten tracken... Om nog maar te zwijgen van sociale media. Er zijn maar weinig dingen waarvoor we niet naar dat toestel grijpen. Hoe kijkt Martin Cooper daarnaar?
Dit ding heeft een enorm potentieel, maar op dit moment zijn we licht geobsedeerd. Het gaat er een beetje over.
Martin Cooper
Met gemengde gevoelens, zo blijkt. Cooper heeft zijn bedenkingen bij de manier waarop we vastplakken aan ons toestel. "Mensen met smartphones kijken er te veel naar, ze worden er helemaal door in beslag genomen. Dit ding heeft een enorm potentieel, maar op dit moment zijn we geobsedeerd. Het gaat er een beetje over", zegt hij. "Ik moet zeggen, ik ben geshockeerd als ik mensen de straat zie oversteken terwijl ze op hun gsm zitten te kijken. Ze zijn gek geworden."
Toch is Cooper geen hater van smartphones en digitale toepassingen. Hij heeft een Applewatch om zijn pols en het laatste model iPhone. Hij gebruikt het toestel vooral om te bellen, mails en foto's te bekijken en de bediening van zijn hoorapparaat te regelen met een app. Hij koopt elk nieuw model en test alle mogelijkheden grondig uit.
Al geeft hij toe dat hij duizelt van "al die miljoenen apps". "Ik ga nooit, nooit begrijpen hoe ik een smartphone kan gebruiken zoals mijn klein- en achterkleinkinderen dat doen."
"Ziektes overwinnen"
Cooper is ondanks zijn bedenkingen bij onze obsessie uiterst optimistisch over wat mobiele telefoons ons in de toekomst gaan brengen. "Vandaag is onze gsm een aanhangsel van onszelf, we kunnen er zoveel mee doen. Dit is nog maar het begin, we beginnen nog maar te begrijpen van wat er allemaal mee mogelijk is."
"In de toekomst kunnen we verwachten dat ons mobiele toestel het onderwijs en de gezondheidszorg revolutionair zal veranderen", zegt Cooper zonder aarzelen. "Ik weet dat dat overdreven klinkt, maar noteer: over een of twee generaties gaat het ons helpen om ziektes te overwinnen."
Hij verwacht dat telefoons gelinkt gaan kunnen worden aan lichaamssensoren die aandoeningen opsporen, nog voor ze zichtbaar worden. Op een gelijkaardige manier zoals Coopers smartwatch zijn polsslag bijhoudt als hij gaat zwemmen.
"Altijd een beetje intelligenter"
En ook met onze obsessie ziet hij het nog wel goed komen. "Elke generatie wordt altijd een beetje intelligenter. We gaan leren om ons toestel efficiënter te gebruiken. Vroeg of laat komen mensen altijd uit op vooruitgang."

