Meer dan 6 op de 10 Vlaamse jongeren tussen 18 en 24 jaar oud vinden dat ze te afhankelijk geworden zijn van hun smartphone. Dat blijkt uit de Digimeter, het jaarlijkse onderzoek naar het mediagebruik van Vlamingen. Die bezorgdheid verklaart waarom intussen bijna iedereen zichzelf regeltjes oplegt om die afhankelijkheid weer wat te beperken.
6 op de 10 jongeren vinden zich te afhankelijk van smartphone: "Technologie is als een wild dier in huis, je moet dat temmen"
Nee, de Vlaming staat niet per se negatief tegenover technologie. Nog altijd zijn 7 op de 10 mensen ervan overtuigd dat technologie ons leven makkelijker en comfortabeler maakt. Maar na corona is dat optimisme wel wat bekoeld, leert het jaarlijkse Digimeteronderzoek van het technologisch onderzoekscentrum Imec bij meer dan 2.300 mensen. Zo zegt ongeveer de helft van hen dat technologische veranderingen te snel na elkaar volgen. En ruim de helft (56 procent) vindt zich bovendien te afhankelijk van technologie.
Dat laatste geldt zeker voor onze relatie met de smartphone. Nu al noemen 4 op de 10 bevraagde Vlamingen zich te afhankelijk van hun smartphone, een stijging met 7 procentpunt tegenover een jaar geleden. Bij jongeren tussen 18 en 24 jaar oud is die bezorgdheid nog groter: meer dan 6 van de 10 jongeren noemen zich te afhankelijk.
36 procent van de respondenten zegt dat hij te veel tijd op zijn smartphone doorbrengt, 5 procentpunt meer dan vorig jaar. Bij jongeren is dat al 57 procent (+11 procent). Voor 6 op de 10 jongeren slorpen sociale media veel te veel tijd op. En ongeveer 1 op de 4 Vlamingen denkt zelfs dat hij verslaafd is aan zijn smartphone. Bij jongeren is dat intussen meer dan 1 op de 3.
Regeltjes
Hoe we dat proberen te doen? Door die technologie, of beter: ons gebruik ervan, regeltjes op te leggen. Bijna 9 op de 10 Vlamingen (88 procent, en bij jongeren is dat zelfs 99 procent) hebben zo minstens 1 regel: de smartphone consequent op stil zetten, niet meer mee in de slaapkamer nemen of notificaties uitzetten.
"Die regels schieten alle kanten uit, maar eigenlijk zegt maar 23 procent van de mensen dat ze ook echt helpen", zegt Lieven De Marez, professor nieuwe communicatietechnologieën (Imec/UGent). "Je kunt het beschouwen als een gigantische domesticatiestrijd: technologie komt heel snel binnen in ons leven, langs alle kanten. Maar technologie is als een wild dier dat je in huis neemt: je moet dat temmen. Nu gaat dat dier meer met jou lopen dan omgekeerd. We zoeken een manier om weer baas te worden."
Digitale kloof
Opvallend nog: hoe afhankelijk we ook zijn van technologie, meer dan 4 op de 10 Vlamingen hebben onvoldoende vertrouwen in zichzelf om technologische problemen op te lossen. Meer nog: bij jongeren gaat dat vertrouwen in basisvaardigheden erop achteruit. 1 op de 3 Vlamingen vindt de termen die worden gebruikt bij digitale toepassingen te verwarrend.
De Marez spreekt daarom over een digitale kloof die niet gaat over toegang tot technologie, maar wel over vaardigheden. "Je moet voorbij aan het cliché dat de digitale kloof iets is van de mensen die het niet kunnen betalen, de ouderen of lagergeschoolden. Ja, die zijn er, maar dat is maar een fractie."


