In het water langs de Vestingen in Ieper is ruim 500 kilo uitgezet. Het gaat om onder meer karpers, brasems en snoeken. De stad Ieper vult het visbestand elk jaar opnieuw aan. Om het ecosysteem in de gaten te houden rekent de stad op het dagboek van de karpervissers.
De stad Ieper moet het visbestand langs de vestingen elk jaar opnieuw aanvullen. Want ook vissen gaan dood door ziekte of ouderdom, of worden het middagmaal van een aalscholver. Dit jaar zijn er extra veel verschillende soorten vis uitgezet. Het gaat om 150 kg blankvoorn, 100 kg brasem, 100 kg winde, 100 kg zeelt, 10 schubkarpers en 50 snoeken. Die aantallen zijn perfect afgemeten om te zorgen voor een evenwichtig ecosysteem.
Perfect afgewogen
"Blankvoorn en winde zetten we elk jaar uit", vertelt schepen Valentijn Despeghel (Vooruit). "Die vissen doen niemand kwaad. Hetzelfde geldt voor de snoeken. De snoek eet zieke en kleinere vissen op en dat zorgt voor een gezond evenwicht. Brasem en karper zetten we niet elk jaar uit. Karpers woelen de bodem om en eten waterplanten op, dus die mogen we niet elk jaar uitzetten."
Karperdagboek
Dit jaar zijn er wél tien schubkarpers in het water gelaten. Die hebben een speciaal schubpatroon, waardoor je de vissen perfect uit elkaar kan halen. En dat is ideaal voor de karpervissers in Ieper. "We hebben hier een paar heel fervente karpervissers die telkens een foto nemen van hun vangst en daar gegevens van bijhouden", vertelt Despeghel. "Dankzij dat patroon kunnen ze de vissen herkennen. Als ze dezelfde vis drie jaar later nog eens opvissen, kunnen ze dankzij hun karperdagboek perfect zien hoeveel die gegroeid is en hoe zijn toestand is. Op die manier kunnen ook wij zien of alles goed gaat en kan de Vlaamse Milieumaatschappij het evenwicht in de gaten houden."
Regionaal nieuws uit West-Vlaanderen


