Meer dan 47.000 nieuwkomers in Vlaanderen hebben vorig jaar een cursus Nederlands gevolgd. Dat blijkt uit cijfers die Vlaams Parlementslid Maaike De Vreese (N-VA) heeft opgevraagd. Driekwart van de nieuwkomers is EU-burger en is niet verplicht om een inburgeringstraject te volgen.
Een taalcursus Nederlands is verplicht voor mensen die van buiten de EU komen, omdat het deel uitmaakt van hun verplichte inburgeringstraject. EU-burgers of Oekraïeners met het apart statuut van tijdelijk ontheemden hebben recht om de inburgeringscursus te volgen, maar zijn niet verplicht. Ongeveer 35.000 van hen volgden vorig jaar wel een cursus Nederlands. Dat was driekwart van alle cursisten.
In totaal waren er vorig jaar 72.000 nieuwkomers in Vlaanderen. 30.000 van hen waren Oekraïens. Van de overige 42.000 was een kwart verplicht om de inburgeringscursus te volgen. Dat gaat dan om asielzoekers of andere mensen van buiten de EU. In totaal namen 47.000 nieuwkomers deel aan een taalcursus Nederlands via het agentschap Integratie en Inburgering. Driekwart van hen deed dat vrijwillig en van de Oekraïeners vonden er 14.000 de weg naar een taalcursus.
Naast een cursus Nederlands bestaat het inburgeringstraject uit een cursus maatschappelijke oriëntatie, een traject naar werk en een participatietraject. Bij dat laatste hoort bijvoorbeeld het "buddyproject", waarbij een Vlaming 40 uur allerlei activiteiten doet met een nieuwkomer.
Rolmodellen
"Zo'n hele inburgeringscursus is een inspanning en daardoor kiezen diegenen die niet verplicht zijn voor wat ze praktisch nodig hebben en dat is vaak het Nederlands", zegt Jo De Ro (Open VLD) in "De ochtend". Hij is directeur van agentschap Integratie en Inburgering.
20 jaar geleden veranderde het inburgeringsbeleid: "Mensen zijn economisch naar hier gehaald en aan hun lot overgelaten"
Volgens Vlaams Parlementslid Maaike De Vreese (N-VA) moet Vlaanderen hen nu motiveren om ook de rest van het inburgeringstraject vrijwillig te volgen. Ze stelt daarbij voor om nauwer samen te werken met rolmodellen uit de verschillende gemeenschappen.
"We zien dat 40 procent van de mensen die vrijwillig het traject kunnen volgen, Roemenen, Bulgaren, Polen en Spanjaarden zijn", zegt ze. "Daarom roep ik op om een grote wervingscampagne te doen met ex-inburgeraars en rolmodellen uit bijvoorbeeld de Poolse katholieke en de Roemeens-Orthodoxe gemeenschappen. Zij kunnen een heel belangrijke rol spelen in de mond-tot-mondreclame voor ons inburgeringstraject."
Inburgeringswet
Het is deze week precies 20 jaar geleden dat het Vlaams Parlement het inburgeringstraject goedkeurde. "Vlaanderen heeft na de Tweede Wereldoorlog heel weinig gedaan voor nieuwkomers", vertelt De Ro. "We hebben mensen om economische redenen naar hier gehaald en hen daarna eigenlijk aan hun lot overgelaten."
"In het begin van de jaren 2.000 werd de discussie gevoerd dat we iets moesten doen voor de nieuwkomers, maar dat zij ook iets moeten terugdoen. Dat leidde in 2003 uiteindelijk tot de eerste embryo van het inburgeringsdecreet."


