Nergens in de Europese Unie is de buitengrens zo hermetisch afgesloten als in Hongarije. Toch verdrievoudigde vorig jaar het aantal illegale grensoverschrijdingen op de Balkan. Metershoge grenshekken, ultramoderne en peperdure beveiligingstechnieken, grenspatrouilles, en vaak bikkelhard optreden van grenswachters houden de migratie niet tegen. En de smokkel en het geweld nemen er alleen maar toe. VRT NWS trok naar de grens tussen Servië en Hongarije.
Grenshekken houden migranten en smokkelaars niet tegen: VRT NWS trok naar het grensgebied tussen Servië en Hongarije
Een dubbel hek van vier meter hoog met prikkeldraad met scheermesjes loopt langs de hele grens tussen Servië en Hongarije, zowat 175 kilometer lang. Het is verboden om bij het hek te komen, alleen bij de officiële grensposten mag je de grens oversteken en dus in de buurt van het hek komen. Maar rondom de grens, in het noorden van Servië, kamperen migranten en vluchtelingen in leegstaande gebouwen, verlaten fabrieken, boerderijen en bouwvallen.
Overal zijn sporen te zien van hun aanwezigheid: grote hopen afval - waaronder veel lege blikjes energiedrank -, belkaarten, voedselresten, lege tubes tandpasta, achtergelaten kleren, lege portefeuilles en kapotte schoenen. Op de muren staan Arabische en andere graffiti.
"Tot een paar maanden geleden waren er ook hier in het dorp honderden migranten", zegt een bewoner van het grensdorp Horgos. "Elk huis dat leegstond, trokken ze binnen, en alles wat ze daar vonden stookten ze op. Maar nu zijn het er minder. Hier in het centrum zijn ze verdwenen, sinds de politie meer patrouilleert."
In het noordelijke grensgebied zijn drie officiële opvang- en transitcentra voor migranten. Tot november zaten ze overvol - in sommige kampen zaten tot vier keer meer mensen dan er plaatsen waren, mensen kampeerden ook buiten de kampen in tenten. Er was een stuitend gebrek aan hygiëne, en zelfs te weinig voedsel. Ondanks het feit dat er nu minder migranten en vluchtelingen in het grensgebied zijn, zitten de centra nog altijd vol.
Zo dicht mogelijk tegen de grens
Maar de meeste migranten en vluchtelingen willen zo dicht mogelijk bij de grens blijven. Hun doel is: het hek over geraken. Bij een verlaten fabriek in Sombor, in het noordwesten van Servië, zien we taxi's af en aanrijden. Ze komen mensen ophalen om ze zo dicht mogelijk bij de grens te brengen. De politie houdt de taxi's in de gaten, want heel wat plaatselijke taxichauffeurs verdienen een flinke duit bij dankzij de migranten.
In de verlaten fabriek zien we rook komen vanuit een gebouwtje. Twee jonge Syrische vluchtelingen liggen op dekens bij een versleten kachel. Eén van hen heeft een verband rond de voet. "Tijdens de oorlog in Syrië zijn zijn tenen afgesneden", vertelt zijn vriend. Hijzelf is in de gevangenissen van het regime gemarteld, zegt hij. Zodra hij vrijgelaten werd, is hij gevlucht.
De twee Syriërs hebben een smokkelaar die hen over de Hongaarse grens en verder Europa in zal helpen, zeggen ze. Eens ze de grens over zijn, zullen ze worden opgewacht door een bestelwagen, die hen door Hongarije moet rijden en zo het land uit.
Zonder smokkelaar lukt het niet
We horen gelijkaardige verhalen van andere mensen. Velen proberen op eigen houtje de grens over te geraken, ze knippen gaten in het hek, of ze kopen ladders om over het hek te klimmen. Maar de meesten worden gepakt, vaak zelfs nog voor ze goed en wel de grens over zijn. Zonder een smokkelaar is de kans op succes miniem.
Een smokkelaar weet op welke plekken en op welk moment je kan oversteken, een smokkelaar zorgt dat de grenswachters of de politie op het juiste moment een oogje toeknijpt, en dat je tot bij de wachtende bestelwagen geraakt.
"We hebben elk 500 euro betaald om alleen maar het hek over te geraken", zegt een vermoeid ogende Marokkaanse man. We spreken hem in een kamp in de buurt van het grensdorp Horgos. Hij wijst al zijn vrienden aan rondom zich: "Elk van hen 500 euro." Maar daarna hadden ze pech en werden ze gesnapt. De Hongaarse politie nam foto's van hen en zette hen weer de grens over.
Bij een eerdere poging waren twee van hen tot in de Hongaarse hoofdstad Boedapest geraakt. Maar daar werden ze opgepakt, daarna zijn ze zwaar geslagen door de Hongaarse politie zeggen ze, ze kregen vuistslagen en schoppen. De man toont een wond op zijn arm.
Het zijn verhalen die we vaker horen. Ook hulporganisaties zien veel verwondingen bij migranten en vluchtelingen die de grens probeerden over te geraken: gebroken armen en benen, hondenbeten, blauwe plekken… Er circuleren tal van verhalen over brutaal geweld door de grenswachters. Mensen worden van het hek gerukt en rijten zichzelf zo open. Of de grenswachters rijden met jeeps tegen de hekken tot de migranten vallen, vaak lopen ze daarbij breuken op. Ook rubberkogels zouden worden gebruikt.
Visumvrij reizen met het vliegtuig
Vlak bij de snelweg, op een paar kilometer van de grens met Hongarije, vinden we een paar leegstaande, bouwvallige huizen. Eén huis is opmerkelijk netjes gepoetst, tegen een muur staat een paar krukken. Van achter een gordijn duikt een Tunesiër op, hij is gewond. Twee dagen geleden had hij een verkeersongeluk. Dat gebeurt wel vaker, zeggen hulpverleners, vooral als migranten de snelweg proberen over te steken.
De Tunesiër is gewoon met het vliegtuig naar Servië gekomen, een paar maanden geleden. Sommige nationaliteiten hadden tot voor kort geen visum nodig om Servië binnen te komen, onder andere Tunesiërs. Via Servië konden zo bijvoorbeeld tal van Burundezen vorig jaar naar België reizen. Opmerkelijk veel Indiërs trokken op die manier naar Oostenrijk.
De visumkwestie vormt voor een deel een verklaring voor de toegenomen migratie via de Balkanroute. Smokkelbendes vinden heel snel achterpoortjes en maken daar maximaal gebruik van. Maar de Servische regering heeft de visumregels onder druk van Europa alweer aangescherpt. Al kunnen bijvoorbeeld Turken nog altijd zonder visum naar Servië reizen.
De gewonde Tunesiër in het kamp bij het grensdorp Horgos wil inmiddels terug naar huis, zegt hij. Hij heeft overal pijn, en bij een controle heeft de Servische politie 500 euro van hem afgepakt, zegt hij. Hij is berooid, heeft niks meer. Hij wil terug naar Tunis.
Schietpartijen met kalasjnikovs
In het grensgebied zien we geregeld Duitse, Italiaanse en andere politiewagens. Ook in het hotel waar we verblijven, logeren verschillende buitenlandse politieagenten. Ze zijn hier om de Servische politie bij te staan bij hun patrouilles en acties tegen de migratie en de smokkel, zeggen ze. Ze werken voor het Europese grensagentschap Frontex.
Volgens voorzichtige schattingen zou de smokkel op de Balkan jaarlijks 50 miljoen euro opbrengen. Wellicht is het in werkelijkheid nog een pak meer. Er zijn de grote, internationale smokkelaars, maar daaronder zijn er ook de mensen die op het terrein kleine hand- en spandiensten verlenen, zoals veilige plekken bieden om te logeren of een betrouwbare chauffeur regelen. En dan zijn er nog de "gatekeepers", de smokkelaars die je de grens over kunnen helpen.
De Servische onderzoeksjournalist deed onderzoek naar de mensensmokkel in zijn land. Die is erg lucratief, zegt hij, en uit zijn onderzoek bleek dat er ook politie bij betrokken is. "Het is georganiseerde misdaad", zegt Dragojlo. "En die wordt alsmaar gewelddadiger. Er is te veel geld mee gemoeid, iedereen wil een graantje meepikken, en de verschillende smokkelbendes vechten met automatische wapens tegen elkaar, en soms ook tegen de politie."
Een inwoner van het grensdorp Horgos vertelt ons hoe hij op een nacht zeker honderd schoten hoorde in het bos vlak bij zijn huis aan de buitenrand van het dorp. In november was er zelfs een schietpartij in het centrum van het dorp.
Gisteravond nog was er opnieuw een schietpartij in de buurt van de noordelijke stad Subotica. Twintig migranten raakten er slaags met elkaar, er vielen schoten en er raakten mensen gewond. Een deel van de migranten is opgepakt, de rest is naar het officiële opvangcentrum in Subotica gebracht.
Politiepatrouilles en invallen
Politicus Robert Lacko ziet het met lede ogen aan. Hij is in de gemeente Horgos verantwoordelijk voor de migratieproblematiek. "Vroeger had je hier echte migranten, gezinnen met kinderen en zo", zegt hij. "Nu is het bijna een gewapend leger." De smokkelbendes heersen hier, zegt hij. "De mensen zijn bang, ze durven hun kinderen niet meer alleen naar school te sturen."
Na de schietpartij in het centrum van Horgos is de nationale Servische gendarmerie naar het dorp gestuurd. Sindsdien patrouilleert de politie veel meer, met flink wat steun van Europa. "In de centra van dorpen en steden zijn er sindsdien veel minder migranten te zien, maar in de bossen zijn de smokkelbendes nog lang niet onder controle", zegt Lacko.
De politie doet de laatste maanden ook heel geregeld invallen in de geïmproviseerde migrantenkampen in het grensgebied, want ook daar huizen overal handlangers van de smokkelbendes. Geregeld worden er wapens gevonden. Ook van die politieacties circuleren filmpjes op sociale media.
De migranten en vluchtelingen in de kampen bevestigen dat ze steeds meer opgejaagd worden. "Als de politie nu migranten oppakt, brengt ze hen helemaal naar het zuiden van Servië, naar de grens met Macedonië of Kosovo, of naar kampen bij die zuidgrens", zegt een Marokkaanse man. "Maar wij willen hier blijven. Dus we verstoppen ons. En proberen het opnieuw en opnieuw, of we nu geld hebben voor een smokkelaar of niet. Tot het lukt."
Soms leidt het noodlot naar Servië
In Sombor, aan de noordwestelijke kant van het grensgebied, ontmoeten we een Syrisch-Koerdische man die dat niet meer wil. Khaled verloor zijn vrouw en vier kinderen in de oorlog in Syrië. Daarna vertrok hij op een helletocht door Turkije, Griekenland, Albanië, tot in Servië. In Turkije voelde hij zich als Koerd onveilig, uit de Griekse kampen wilde hij weg omdat daar overal heroïne gespoten werd, in Albanië werd hij scheef bekeken en voor dief uitgemaakt, vertelt hij.
In Servië probeerde hij één keer de grens naar Hongarije over te steken. Maar de Hongaarse politie pakte hem op, en brak expres zijn been, zegt hij. Op drie plaatsen. Hij toont foto's, röntgenfoto's ook. Hij werd achtergelaten bij de grens, twee andere vluchtelingen sleepten hem op een stuk zeildoek terug naar de bewoonde wereld, zegt hij. Elf maanden bracht hij in verschillende ziekenhuizen door, nog altijd staat zijn been krom.
In Sombor werd hij opgevangen door plaatselijke bewoners, en daar is hij nu - na drie jaar - nog altijd. "Ik heb besloten om te blijven", zegt hij. "Ik heb een zus in Canada die dokter is en mijn been beter kan maken. Ik heb familie in Denemarken. Maar ik zie het niet meer zitten", zegt hij. "De mensen hier zijn goed voor mij, ik blijf hier."
Beluister hieronder de radioreportages van Mieke Strynckx vanuit Servië:
330.000 pogingen om illegaal de grens over te steken: "Grensgebied tussen Hongarije en Servië zwaar beveiligd"
Mensensmokkel op de grens tussen Servië en Hongarije neemt toe


