Het Rijksarchief ontvangt vandaag een oude Vlaamse oorkonde van de Vlaamse graaf Filips van de Elzas. Het bezegelde perkamenten document dateert van 1176 en behoorde toe aan de abdij van Mesen. Het verdween samen met een honderdtal andere historische documenten tijdens de Eerste Wereldoorlog, en werd onlangs teruggevonden in de collecties van het Metropolitan Museum in New York.
Van Mesen naar New York en terug: Rijksarchief krijgt verloren middeleeuwse oorkonde van Vlaamse graaf Filips van de Elzas terug
Vandaag wordt plechtig een document uit 1176 overhandigd aan het Rijksarchief. Het gaat om een perkamenten oorkonde van de Vlaamse graaf Filips van de Elzas aan de abdij van Mesen. De oorkonde verdween in 1914.
Belgische historici hadden het perkament aangetroffen in de collecties van het befaamde Metropolitan Museum in New York. Ze vermoedden toen al dat het afkomstig was van het archief van de abdij, dat tijdens de Eerste Wereldoorlog verloren ging. Dat bleek na grondig onderzoek het geval. De Belgische overheid vroeg het terug en het museum bleek daartoe bereid.
Van abdij tot kostschool
Sinds 1057 bestond in het stadje Mesen bij Ieper een benedictinessenabdij. De graven van Vlaanderen hebben de abdij eeuwenlang talrijke goederen en voorrechten geschonken. Dat gebeurde met plechtige oorkonden in perkament, voorzien van het grafelijk zegel.
In 1776 schafte keizerin Maria Theresia de abdij af en vormde ze om tot een kostschool voor kinderen van behoeftige militairen die gesneuveld of invalide waren. Dit “Koninklijk Gesticht van Mesen” nam de vele eigendommen van de abdij over. Daaronder ook het rijke archief. Toen de Fransen een twintigtal jaar nadien alle kloosters in onze gewesten onteigenden en verkochten, lieten ze de goederen van het Koninklijk Gesticht met rust. Dat was immers geen klooster meer.
Zo bleef het abdijarchief in Mesen… tot het begin van de Eerste Wereldoorlog. Op 20 oktober 1914 begonnen er bloedige gevechten tussen de naderende Duitse troepen en de Britten, die de heuvelrug rond Mesen verdedigden. Op 30 oktober vloog de abdij door een beschieting in brand. In drie dagen brandde ze af.
Hitler, schilder aan het front
De meeste inwoners van Mesen vluchtten naar het nabijgelegen Frankrijk. De weinigen die overbleven moesten kort daarop van de Duitsers vertrekken. De kelders van de abdij werden door het Duitse leger als hoofdkwartier gebruikt. Opmerkelijk is dat de Duitse soldaat Adolf Hitler toen berichten van het hoofdkwartier naar het front moest brengen. De mislukte schilder Hitler zou trouwens de ruïnes van de abdij op een schilderij vastleggen.
Mesen bleef de hele oorlog in het frontgebied en werd volledig verwoest. Op de kerk na werd de abdij nadien niet heropgebouwd. De kostschool van het Koninklijk Gesticht verhuisde naar een ander gebouw in Lede (Oost-Vlaanderen).
Souvenirs voor Duitse frontsoldaten
Maar wat gebeurde er met het kostbare archief? Volgens Johan Beun, een expert in de geschiedenis van Mesen, is het archief of althans een deel in veiligheid gebracht: ‘Toen sommige personeelsleden van het Koninklijk Gesticht na de oorlog terugkeerden stelden ze vast dat het archieflokaal van de abdij niet door de brand was aangetast. Maar alle papieren waren verdwenen. Tegenover de abdij stond een brouwerij”, aldus Beun. “De brouwer heeft later tegen mijn moeder gezegd dat hij het archief had ondergebracht in zijn kelders. Maar of dat waar is, weet ik niet.”
Hoe dan ook was het archief volledig verdwenen maar niet vernietigd. De Duitse officier Kress von Kressenstein schreef kort na de brand van het abdijgebouw: “Geen enkele kamer van dit grote, uitgestrekte gebouw was nog intact, alles lag in puin. In een klein huis, dat uit het puin stak, vond ik verschillende oude documenten met gotische en romaanse zegels. Ik groef ze op en nam ze mee als souvenirs. Dit moeten de archieven of de bibliotheek zijn geweest.”
Blijkbaar hebben veel meer Duitse militairen dergelijke “souvenirs” uit Mesen meegenomen. Vaak te goeder trouw, omdat ze anders onherroepelijk verloren zouden zijn gegaan. Nog geen jaar na de ramp stuurde een Duits staatsarchief een twintigtal akten naar het Algemeen Rijksarchief in België, die “door Duitse soldaten waren opgeraapt in een slagveld in Vlaanderen”. Na de oorlog volgden nog andere teruggaven uit Duitsland. Maar heel wat andere vinders hebben hun vondsten voor zichzelf gehouden of verkocht.
Johan Beun: “Als het ging om perkamenten en er hingen zegels aan, dan wisten de bezitters dat het wat waard was, maar gewone papieren, zoals de rekeningen van de abdij, zijn wellicht weggeworpen”. Kostbare documenten doken inderdaad hier en daar op bij antiquairs.
Staatseigendom
Hendrik Callewier van het Rijksarchief in Brugge zoekt al jaren naar de overgebleven archiefstukken, die zich intussen over verscheidene landen hebben verspreid: “De meest recente oorkonden vonden we in Nederland, Duitsland en Zweden". Nog in 2021 kreeg hij in München drie kostbare oorkonden overhandigd. Twee ervan waren in bezit van de nakomelingen van Kress von Kressenstein.
De oorkonde in het Metropolitan Museum was afkomstig van een Duitser die naar de VS was geëmigreerd. In totaal is nu zowat een vijfde van de gekende archiefstukken opnieuw opgedoken.
In principe moet iedereen die zo'n archiefstuk bezit, dit aan de Belgische Staat teruggeven. De documenten behoren immers het Koninklijk Gesticht van Mesen toe, dat staatseigendom is. "We kunnen de verdwenen stukken beschouwen als oorlogsbuit", aldus Callewier. “Het is enkele keren gebeurd dat archiefstukken uit Mesen op een veiling werden aangeboden. In die gevallen hebben we belet dat de verkoop doorging. en ze opgeëist."
Regionaal nieuws uit West-Vlaanderen


