Volgens de erfgenamen van de Joodse familie Adler is “La repasseuse” van Pablo Picasso net voor de Tweede Wereldoorlog veel te goedkoop verkocht aan een verzamelaar, die het later aan het Guggenheim-museum heeft geschonken. De nabestaanden zijn naar de rechter gestapt om het schilderij terug te eisen. Het museum wijst de claim van de hand.
Nabestaanden van Joodse eigenaars eisen topwerk van Picasso terug uit Guggenheim-museum in New York
Het is een pronkstuk van het Solomon R. Guggenheim-museum in New York: “La repasseuse” of “De strijkster” uit de blauwe periode van Pablo Picasso, geschilderd in 1904. De huidige waarde van het werk wordt op 200 miljoen euro geschat.
De nabestaanden van de vroegere eigenaars van het werk, de Duitse zakenman Karl Adler en zijn echtgenote Rosi, eisen nu dat het museum het werk teruggeeft. Volgens hen heeft het Joodse koppel in 1938 het schilderij veel te goedkoop moeten verkopen. Ze maakten hun bezittingen te gelde om hun vlucht uit nazi-Duitsland te betalen en moesten zich tevreden stellen met een laag bedrag: ruim 1.500 dollar.
De koper toen was Justin K. Thannhauser , een eveneens Joodse verzamelaar en galeriehouder die Duitsland was ontvlucht en in Parijs verbleef. Thannhauser is overleden in 1976. Een deel van zijn verzameling heeft hij geschonken aan het Guggenheim. Onder meer een 30-tal werken van Pablo Picasso, waaronder ook “La repasseuse”.
De nabestaanden van de Adlers hebben nu samen met allerlei organisaties een zaak aanhangig gemaakt bij de rechtbank in New York . Ze voeren aan dat het museum de onrechtmatige eigenaar is van het schilderij en eisen het terug.
Het Guggenheim-museum verwerpt de eis en zegt dat het grondig onderzoek heeft verricht naar het schilderij. In de jaren 70 heeft het museum naar eigen zeggen de zoon van Karl Adler gecontacteerd, maar die eiste het werk toen niet terug. Het gaat hier niet om een schilderij dat gestolen of in beslag genomen is door de nazi's, voegt het museum eraan toe, maar dat is verkocht door een Joodse zakenman aan een Joodse kunsthandelaar.
Ook eerder al Picasso's teruggeëist
Het is niet de eerste eis van nabestaanden van Joodse kunstbezitters. In 2009 eisten de erfgenamen van de Joodse bankier Paul von Mendelssohn-Bartholdy twee schilderijen van Picasso terug uit datzelfde Guggenheim-museum en uit het MoMA in New York. Ook twee doeken die door de eigenaar waren verkocht aan kunstdealer Thannhauser. Die schilderijen zijn niet teruggeven, ze hangen nog altijd in de musea. Die hebben wel een akkoord gesloten met de nabestaanden. Details daarover zijn nooit bekendgemaakt.
Picassojaar
Op 8 april is het 50 jaar geleden dat Pablo Picasso (1881-1973) overleed. Spanje en Frankrijk - respectievelijk zijn geboorteland en het land waar hij overleed - hebben 2023 uitgeroepen tot het Picassojaar. Over de hele wereld worden bijna 50 tentoonstellingen en manifestaties gewijd aan de kunstenaar, zowel aan zijn schilderijen als zijn sculpturen.

