In Armenië zijn vijftien soldaten om het leven gekomen bij een brand in een legerkazerne. Er geraakten ook zeven soldaten gewond, onder wie drie ernstig. Dat meldt het Armeense ministerie van Defensie. "De brand is ontstaan nadat soldaten benzine hadden gebruikt als brandstof voor de kachel", vertelt de Armeense minister van Defensie.
In het Armeense dorp Azat zijn deze nacht vijftien soldaten omgekomen door een brand. De brand brak uit nadat er benzine was gebruikt als brandstof voor een kachel. Het gebruik van benzine om de kazerne te verwarmen, is verboden. Daarom heeft de premier van Armenië, Nikol Pasjinian, de hoofdcommandant van de kazerne en enkele soldaten ontslagen. De aanklagers zijn een strafrechtelijk onderzoek begonnen.
De brand brak uit in Azat, een dorp op de grens tussen Armenië en Azerbeidzjan. Er woedt al jaren een conflict tussen de twee landen. Uit de eerste onderzoeken blijkt dat er geen verband is tussen het conflict en de brand.
Het conflict tussen Armenië en Azerbeidzjan
Nagorno-Karabach
Armenië en Azerbeidzjan maakten beide deel uit van de Sovjet-Unie. Nadat de Sovjet-Unie in 1991 uiteen was gevallen, zijn de buurlanden al in verschillende grensconflicten verwikkeld geraakt. Centraal in de grensconflicten staat de regio Nagorno-Karabach. Het gebied ligt in de zuidelijke Kaukasus in Azerbeidzjan, maar wordt vooral bewoond door Armeniërs. Beide landen maken aanspraak op Nagorno-Karabach.
Het staakt-het-vuren van 1994
De spanningen liepen uit op een conflict, waarbij Armenië Nagorno-Karabach veroverde. Met behulp van Rusland kwam er in 1994 een staakt-het-vuren. Een groot deel van Nagorno-Karabach werd officieel ingelijfd als Armeens grondgebied. Maar ook enkele omliggende gebieden die door Azeri's bewoond werden, kwamen onder het bewind van Armenië terecht. Azerbeidzjan legde zich erbij neer, maar een vredesakkoord is er nooit van gekomen. Nagorno-Karabach is sindsdien internationaal erkend als Armeens grondgebied in Azerbeidjzan, een Armeense enclave dus.
Het conflict in 2020
In 2020 vonden kleine gevechten plaats op de grens van Armeens Nagorno-Karabach en Azerbeidjzan. Duizenden Azerbeidzjanen kwamen op straat om zich positief uit te spreken over een oorlog. De betogers konden op de hulp van Turkije rekenen om oorlogspropaganda te verspreiden. Enkele dagen later marcheerde het Azerbeidzjaanse leger de enclave binnen. Daarmee was de oorlog uitgebroken. Na zes weken oorlog, 6.500 slachtoffers en drie mislukte vredesakkoorden, kwam er op 10 november 2020 een einde aan de oorlog onder het toezicht van Rusland. De wapenstilstand werd getekend door Ilham Aliyev, de president van Azerbeidzjan, Nikol Pasjinian, de premier van Armenië en Vladimir Poetin, de president van Rusland. Sindsdien houden Russische troepen er een oogje in het zeil.
De penibele veiligheidssituatie
Ondertussen groeit de internationele bezorgdheid over het gebied. Enkele dodelijke conflicten op de grens doen de gemoederen hoog oplaaien. Sinds de Russische invasie in Oekraïne, is Azerbeidzjan een belangrijke gasleverancier van Europa geworden. Het land kan op militaire steun van Turkije rekenen. Aan de andere kant is Armenië afhankelijk van Rusland. De oorlog in Oekraïne leidt ertoe dat Rusland minder oog heeft voor Armenië, wat de veiligheidssituatie in gevaar brengt. De Verenigde Naties pleiten voor een nieuwe staakt-het-vuren.
