In Genk is het aantal leegstaande winkels vorig jaar gedaald, van 14,7 procent naar 12,7 procent. De stad deed de voorbije jaren heel wat inspanningen om de leegstand aan te pakken door het winkelen in eigen stad te promoten. Maar ook door subsidies te geven aan handelaars of horeca-uitbaters die in een leegstand pand trekken of hun zaak renoveren.
Minder leegstaande winkels in Genk: "Maar nog extra inspanningen nodig"
Vorig jaar is het aantal leegstaande winkels in Genk met 2 procent gedaald, van 14,7 naar 12,7 procent. Schepen van Economie Toon Vandeurzen (CD&V) is dan ook tevreden. "Als we rekening houden met de totale oppervlakte, dan is de trend nog beter: daar daalt de leegstand van 15,8 naar 13,4 procent. En dat verschil zie je in het centrum, maar bijvoorbeeld ook in de Stalenstraat, waarin we fors geïnvesteerd hebben."
Volgens de stad is de daling te wijten aan een mix aan inspanningen. "Vooreerst hebben we de coronacrisis goed opgevangen met een aantal stevige maatregelen", legt Vandeurzen uit. "Zo was er bijvoorbeeld de invoering van de ‘Doe es Genk’-kaart, die op minder dan een jaar tijd een omzetstijging van 3 miljoen euro heeft opgeleverd. In Genk kunnen handelaars en horeca-uitbaters subsidies krijgen als ze in een leegstand pand trekken, of hun pand renoveren of vergroenen. "Welke stad geeft een handelaar 5.000 euro als die investeert in een duurzame renovatie? Of tot 10.000 euro als die vergroent of een leeg pand betrekt?"
Die aanpak heeft geloond, vindt Luca Bruno, voorzitter van Unizo Genk. "Ondernemers die investeren in onze stad verdienen ondersteuning, door Unizo én door de stad. Het effect daarvan is nu duidelijk voelbaar in de dalende leegstand."
"Fygitaal"
Toon Vandeurzen beseft dat het tij nog niet gekeerd is. "We zullen de komende jaren die trend nog verder kunnen zetten, en bijkomende inspanningen leveren. Zo zullen we handelaars leren om "fygitaal" te worden. En dat betekent dat ze hun fysieke winkel combineren met een digitale online-shop."
Regionaal nieuws uit Limburg



