Na meer dan 200 jaar stelt het Hunterian Museum in Londen het skelet van Charles Byrne niet meer tentoon. Byrne leefde in de 18e eeuw en stond door zijn lengte van 2,30 meter bekend als de "Ierse reus". Byrne wilde uitdrukkelijk een zeemansgraf, maar zijn skelet viel toch in handen van een Schotse chirurg die het tentoonstelde. Het museum haalt het skelet nu weg vanwege "gevoeligheden en verschillende opvattingen".
Skelet van "Ierse reus" verdwijnt na meer dan 200 jaar uit Londens museum wegens "gevoeligheden"
Charles Byrne was zo groot dat hij zijn pijp kon aansteken aan de straatlantaarns van Edinburgh, zonder op zijn tippen te moeten staan. Het is maar één van de vele verhalen over de "Ierse reus".
Byrne werd in 1761 geboren in wat nu Noord-Ierland is. Op 21-jarige leeftijd kwam hij aan in Londen, waar hij door zijn opvallende lengte al snel de kost begon te verdienen als "bezienswaardigheid" in freakshows.
Volgens de legende werd Byrne zo groot, omdat hij bovenop een hooiberg was verwekt. Meer waarschijnlijk is een hormonale aandoening, waardoor hij te veel groeihormoon aanmaakte. Zijn opvallende verschijning wekte in elk geval de nieuwsgierigheid van dokters en wetenschappers.
Geen zeemansgraf
Uit angst dat dokters zijn lichaam na zijn dood zouden ontleden en tentoonstellen, liet Byrne kort voor zijn dood in 1783 optekenen dat hij in een loden kist in zee wilde worden begraven. Maar de Schotse chirurg John Hunter kon het lijk van Byrne onderweg naar de haven toch onderscheppen. Hunter zou daarvoor vrienden van Byrne hebben omgekocht.
Hunter stelde het geraamte van Byrne tentoon in zijn persoonlijk museum, waar hij "anatomisch bijzondere exemplaren" verzamelde. Daar bleef het meer dan twee eeuwen lang te bezichtigen. Tot nu.
Het Hunterian Museum heeft nu toch beslist om het skelet niet meer tentoon te stellen uit ethische overwegingen. Het museum was vijf jaar dicht voor renovatiewerken en gaat dit voorjaar weer open. Zonder skelet van de "Ierse reus" dus.
"John Hunter en andere anatomen en chirurgen uit de 18e en 19e eeuw hebben veel voorwerpen verworven op manieren die we tegenwoordig niet meer als ethisch beschouwen en die terecht onderwerp zijn van herziening en discussie", klinkt het in een persmededeling van het Hunterian Museum.
Beslissing van het museum blijft toch wat dubbel, er wordt nog steeds geen gehoor gegeven aan de laatste wens van Byrne
Tinne Claes, cultuurhistorica KU Leuven
Toch krijgt Byrne zijn gewenste zeemansgraf nog steeds niet. Zijn skelet blijft ter beschikking van wetenschappelijk onderzoek, zegt het museum. "Dat maakt de beslissing van het museum toch wat dubbel vind ik", reageert cultuurhistorica Tinne Claes (KU Leuven) in "De wereld vandaag" op Radio 1.
"Charles Byrne stelde zijn lichaam tijdens zijn leven zelf tentoon, dus vermoedelijk had hij daar niet echt een probleem mee. Hij wilde wellicht vooral dat wetenschappelijk onderzoek niet. En laat nu net dat zijn waar zijn skelet voor beschikbaar blijft."
Brits museum haalt skelet van 'Ierse reus' weg: "Bewijs van grotere ethische gevoeligheid, maar ook hypocriet"
"De vraag is: wat laat je primeren? Het medisch onderzoek of de individuele wens? Vandaag is toestemming cruciaal. Zonder toestemming zou je vandaag niet zomaar iemands lichaam mogen bijhouden", zegt Claes. "Vroeger was dat nog geen gevestigd principe. Tot de late 19e eeuw gebeurden medische collecties in principe zonder toestemming."
Ook in België is er langzaamaan meer debat over historische collecties van menselijke resten
Tinne Claes, cultuurhistorica KU Leuven
Vandaag is de ethische gevoeligheid wel groter. "In veel landen is er tegenwoordig discussie over. Mag je bijvoorbeeld zomaar mummies tonen? Ook in België is er langzaamaan meer debat gaande. Het gaat dan vooral over menselijke resten die verzameld zijn in koloniale context", zegt Claes.
"Maar anders dan bij Charles Byrne weten we vaak niet waar de menselijke resten vandaan komen, wie die mensen waren en wat hun wensen waren. Maar ook in België groeit de aandacht. Vandaag is er wel wetgeving voor wat we vandaag mogen bijhouden, maar niet voor wat we nog hebben van vroeger."

