De stiptheid van de treinen is het voorbije jaar voor het eerst sinds 2018 onder de 90 procent gedoken. Dat blijkt uit cijfers van spoorinfrastructuurbeheerder Infrabel. Daarvoor blijken een aantal verklaringen te bestaan, maar het wordt ook duidelijk dat dit probleem nog even zal duren.
Treinen reden vorig jaar opvallend minder stipt: "Kan rechtgetrokken worden, maar zal even duren"
De stiptheid van de treinen bedroeg vorig jaar 89,2 procent. Een jaar eerder was dat nog 92,6 procent, en twee jaar geleden 93,6 procent.
Met andere woorden: meer dan één trein op de tien rijdt met een vertraging van minstens zes minuten. Treinen die met minder dan zes minuten vertraging aankomen in hun eindstation, worden als stipt beschouwd.
Vorig jaar werden ook meer dan 44.000 treinen geschrapt. Als ook daar rekening mee wordt gehouden, daalt de stiptheid zelfs naar 86,3 procent.
Als we oudere treinen langer moeten inzetten, betekent dat dat die treinen ook gevoeliger voor pannes zijn
Dimitri Temmerman (NMBS)
"Er zijn eigenlijk drie grote oorzaken", duidt Stefan Stynen van reizigersvereniging TreinTramBus. "Er is een materieel probleem (treinen die vaker in panne vallen, treinen die verouderd zijn), er is een personeelstekort (zowel bij het rijdend personeel als bij het personeel in de werkplaatsen) en er is ook jarenlang bespaard op onderhoud van de infrastructuur (seinen, bovenleidingen, wissels)."
Zowel Infrabel als de NMBS verwijzen in eerste instantie naar externe factoren als slechte weersomstandigheden, spoorlopers en persoonsongevallen. "Het aandeel derden bedraagt ongeveer 40 procent", zegt Frédéric Petit van infrastructuurbeheerder Infrabel.
"Maar we moeten ook naar onszelf kijken", geeft Dimitri Temmerman van de NMBS toe. "Als we oudere treinen langer moeten inzetten, betekent dat dat die treinen ook gevoeliger voor pannes zijn."
Jammer genoeg wordt dit een zure appel waar we door moeten bijten
Stefan Stynen (TreinTramBus)
"Dat kan rechtgetrokken worden", zegt Stefan Stynen. "Maar aanwervingen, bestellingen van nieuwe treinen, het wegwerken van onderhoudsachterstand gaan toch een tijd duren. Dat vergt budgetten, maar ook mensen en intensieve planning." De scheve situatie van vandaag kan niet ineens worden rechtgetrokken. "Jammer genoeg wordt dit een zure appel waar we door moeten bijten", zegt Stynen.
Volgens hem is er jarenlang te weinig in het spoor geïnvesteerd en was er ook totaal geen visie over waar we naartoe moesten. "Het is pijnlijk dat ons land op het vlak van langetermijnbeleid zulke steken laat vallen."
Minister Gilkinet: "Maatregelen om situatie te verbeteren"
Minister van Mobiliteit Georges Gilkinet (Ecolo) vindt de stiptheid van de treinen niet bevredigend, ook al is dit volgens hem te wijten aan omstandigheden waarop de overheidsbedrijven geen vat hebben. Zo moet het spoorbedrijf bijvoorbeeld al een tijd wachten op nieuwe bestelde treinen.
De minister wijst wel op maatregelen die al genomen zijn om de situatie te verbeteren: snellere aanwervingen, de aanpak van spoorlopen, stabilisering van het treinaanbod, bestelling van nieuw materieel en investeringen in het spoornetwerk.
Er wordt ook gewerkt op langere termijn. "Op langere termijn moeten de nieuwe contracten tussen de spoorwegmaatschappijen en de herfinanciering daarvan voor de komende tien jaar het mogelijk maken om de betrouwbaarheid van de dienst structureel te verbeteren door het spoornet te verbeteren en de helft van het rollend materieel te vernieuwen", klinkt het bij Gilkinet.
In de nieuwe contracten zal de financiering van de NMBS en Infrabel gedeeltelijk afhangen van door de regering vastgestelde doelstellingen, "met name wat betreft de stiptheid", aldus nog de minister van Mobiliteit.

