Het afgelopen jaar werd een recordaantal treinen geschrapt. Dat bericht De Tijd, die cijfers van spoornetbeheerder Infrabel analyseerde. Structurele infrastructuur- en personeelsproblemen liggen aan de basis van de forse inperking van het treinaanbod.
Recordaantal treinen geschrapt in 2022: ongevallen, personeelsproblemen en verouderde infrastructuur
In totaal werden het voorbije jaar meer dan 38.400 treinritten die gepland stonden, geschrapt. 2022 breekt daarmee nu al het record uit 2016, toen er iets meer dan 38.000 treinen deels of volledig werden afgeschaft. Per maand worden nu bijna 3.500 ritten geschrapt, waardoor de eindbalans ver boven de 40.000 dreigt uit te komen. Dat komt neer op 3,7 procent van alle dagelijkse treinen. In het jaar 2021 ging het nog om 93 afgeschafte treinen per dag, vandaag zijn dat er gemiddeld 115.
Met uitzondering van coronajaar 2020 zit het aantal geschrapte treinen al jaren in de lift. Ongevallen, spoorlopers of externe factoren zoals het weer liggen aan de basis van de meeste schrappingen, maar dit jaar valt vooral de impact van personeelstekorten en een hoog ziekteverzuim bij de NMBS op. Normaal is de spoorwegmaatschappij de oorzaak van een derde van de afschaffingen, nu is dat 40 procent, of meer dan 15.000 afschaffingen.
Daar komt nog de verouderde infrastructuur bij. Fel verouderde treinstellen blijven in roulatie omdat de 200 bestelde nieuwe dubbeldekstreinen maar niet geleverd worden, maar die vallen vaker uit. Daarnaast is naar schatting 700 kilometer aan spoor er zo slecht aan toe dat er eigenlijk geen treinen zouden mogen rijden. Bestuurders moeten daardoor trager rijden, met vertraging tot gevolg.
Als gevolg van die problemen zakte ook de stiptheid het afgelopen jaar verder weg. Minder dan 90 procent van de treinen kwam in 2022 binnen de zes minuten na de voorziene aankomsttijd aan in het station. Vooral de grote stations kampen met een tanende stiptheid.
Toekomstplannen
Het spoor koestert grote ambities. Om de problemen het hoofd te bieden sloot minister van Mobiliteit Georges Gilkinet (Ecolo) op 2 december nog een nieuwe beheersovereenkomst af met de NMBS. Het is de eerste aanpassing van de beheersovereenkomst sinds 2012. Daarin blijft de NMBS vasthouden aan de ambitieuze doelstelling om 10 procent meer treinen te laten rijden en 30 procent meer reizigers aan te trekken tegen het jaar 2032, maar door het personeelstekort en de verouderde infrastructuur, de indexatie van de lonen en de energiekosten van de NMBS worden enkele investeringen op de lange baan geschoven.
Eind december werd de overeenkomst door de voltallige regering goedgekeurd, ook de Raad van Bestuur van de NMBS stemde in. Voor de periode 2022-2032 wordt er 43,8 miljard euro voorzien voor het spoor, een sterke stijging van het budget. Het is de bedoeling om nieuwere treinen te installeren die veel stipter zijn. Op de grote lijnen tussen de grote steden moeten er bijvoorbeeld minstens vier treinen per uur rijden in 2032. Ook krijgt de NMBS meer vrijheid in de prijszetting en speelt men met het idee de tarieven te laten variëren bij spits- en daluren. Er moet ook meer personeel aanwezig zijn in de stations en het wordt in de toekomst verboden om nog spoorlijnen af te schaffen.
Voor het zover is moeten de huidige problemen opgelost worden. Om dat te doen wil de NMBS op korte termijn meer personeel opleiden en het aantal afschaffingen tot een absoluut minimum beperken.

