Hogere lonen, duurdere doktersbezoeken en postzegels, de invoering van het capaciteitstarief en een algemeen rookverbod op perrons: het zijn slechts enkele zaken die het nieuwe jaar met zich meebrengt, want het aantal nieuwe wetten, decreten en maatregelen dat vandaag in werking treedt, is gigantisch. Ontdek hier per thema wat 2023 in petto heeft.
Hogere lonen, duurdere doktersbezoeken en véél meer: deze nieuwigheden heeft 2023 in petto
Energieprijzen
Vanaf 1 januari doet het capaciteitstarief zijn intrede op de stroomfactuur van de Vlaamse gezinnen. Een deel van de factuur wordt voortaan bepaald door ons piekverbruik. Voor de meeste gezinnen zal dat niet zo heel veel veranderen, verzekert de Vlaamse energieregulator Vreg.
Concreet zal 7 procent van de factuur worden bepaald door het piekverbruik of hoe zwaar het stroomnet wordt belast. Het overgrote deel van de factuur blijft dus afhankelijk van het verbruik.
De berekening gebeurt op basis van gemeten maandpieken. Dat kan enkel voor wie een digitale meter heeft. Wie nog een klassieke meter heeft, betaalt een vast bedrag. Er is overigens ook een minimumbedrag voor het gebruik van het net. Het nettarief is ook op elk moment hetzelfde: het verschil tussen dag- en nachturen verdwijnt op die manier voor het netgebruik.
Voor wie een sociaal tarief heeft, verandert er helemaal niks en is het capaciteitstarief niet van toepassing. Zestien procent van de Vlaamse gezinnen heeft een sociaal tarief.
Bedoeling is om gezinnen en bedrijven ertoe aan te zetten om het verbruik van vooral zware toestellen - denk aan een warmtepomp of een elektrische wagen - te spreiden. Door de energietransitie zullen we immers steeds minder fossiele brandstoffen gebruiken, en meer elektriciteit. Dat zorgt voor een hogere belasting van het stroomnet. Door het net efficiënt te gebruiken en het verbruik te spreiden, kunnen miljardenzware investeringen in dat net worden vermeden. Op die manier blijven de nettarieven in de toekomst voor iedereen betaalbaar, argumenteert de regulator.
Heel veel zal er niet veranderen voor de meeste mensen, verzekert de regulator nog. Mensen hoeven hun dagelijkse routine niet om te gooien en het nieuwe tarief zal niet leiden tot een torenhoge stroomfactuur. Wie zijn verbruik spreidt, zal minder betalen dan wie dat niet doet.
Vanaf vandaag kan u bij distributienetbeheerder Fluvius gratis een digitale meter aanvragen. Tot nu toe kostte een digitale meter aanvragen 89 euro, tenzij Fluvius zelf voorstelde om die te komen installeren, dan was het al gratis. Dankzij de digitale meter moet je geen meterstanden meer doorgeven of hoeft er geen meteropnemer meer langs te komen. De digitale meter stuurt die automatisch door naar Fluvius. Daarnaast biedt ze ook een beter inzicht in het verbruik. Ook maandfacturatie en energiedelen is mogelijk voor wie een digitale meter heeft.
De sociale tarieven voor elektriciteit en aardgas gaan op 1 januari omhoog. Het elektriciteitstarief stijgt gemiddeld met 7,8 procent en dat van aardgas met 9,7 procent. Dat blijkt uit gegevens van de federale energieregulator CREG.
Het sociaal tarief enkelvoudig voor elektriciteit gaat naar 28,579 cent per kilowattuur inclusief btw. Het sociaal tarief voor aardgas zal 3,729 cent per kilowattuur bedragen, inclusief btw.
Het sociaal tarief is een verminderd tarief voor bepaalde categorieën personen of huishoudens, bijvoorbeeld mensen die recht hebben op een leefloon, bewoners van een sociale woning of ouderen met inkomensgarantie. Naar schatting 2 miljoen mensen hebben er recht op. Het tarief is bij alle energieleveranciers hetzelfde, en wordt elke drie maanden vastgelegd door de CREG.
Lonen en pensioenen
Door de aanpassing van de belastingschalen in de bedrijfsvoorheffing, zullen alle Belgen vanaf 1 januari hun nettoloon zien stijgen, zowel in de private als in de openbare sector. Volgens hr-dienstverlener SD Worx gaat het om minstens 50 euro netto per maand die men meer zal gaan verdienen, of 600 euro netto per jaar.
De stijging staat los van de automatische loonindexering, die voor een pak werknemers uit de privésector ook op 1 januari valt en het nettoloon dus nog meer zal doen stijgen.
De aanpassing van de belastingschalen in de bedrijfsvoorheffing - het deeltje loon dat maandelijks wordt afgehouden van het brutoloon - is eveneens gelinkt aan de inflatie. Ook de belastingtarieven indexeren immers, waardoor een groter deel van het loon in een lagere belastingschaal terechtkomt, met een hoger netto loon tot gevolg
Al zijn er wel nog verschillen per gezinssituatie. SD Worx maakte berekeningen voor brutomaandlonen van 2.000 euro, 2.750 euro, 3.750 euro en 4.500 euro, en komt uit op minstens 50 euro meer per maand tot maximaal 70 euro meer.
Twee jaar geleden leverde de aanpassing van de belastingschalen een Belgische werknemer gemiddeld 5 euro per maand of 60 euro per jaar op, vorig jaar ongeveer 240 euro per jaar.
De lonen van meer dan een miljoen werknemers stijgen vanaf januari met dik 11 procent. Hun lonen worden aangepast aan de stijgende inflatie. In heel wat sectoren gebeurt dat een keer per jaar, vaak op 1 januari.
De grootste groep van werknemers die hun lonen zien stijgen op 1 januari - met 11,08 procent - valt onder het paritair comité 200. Ze zijn met een half miljoen. Onder meer IT'ers, maar ook werknemers van callcentra of bedienden in uitzendkantoren of in de grafische nijverheid behoren tot dat paritair comité.
Er zijn nog wel meer werknemers die hun loon vanaf januari aangepast zien aan de index. Dat is bijvoorbeeld het geval voor werknemers uit de voedingsnijverheid (10,96 procent), de handel in voedingswaren (11,08 procent), het goederenvervoer voor rekening van derden (10,96 procent), de bedienden van de internationale handel (11,19 procent), de horeca (10,964 procent), de verzekeringen (11,1905 procent) of het beheer van gebouwen en vastgoedmakelaars (11,08 procent). Alles samen gaat het om meer dan een miljoen werknemers.
Vanaf 1 januari zullen weduwen en weduwnaars met een overlevingspensioen een hoger inkomen mogen verwerven. Het maximale inkomen dat toegelaten werd om te cumuleren met het weduwenpensioen wordt verhoogd naargelang het aantal kinderen ten laste. Dat bevestigt minister van Pensioenen Karine Lalieux. De verhoging komt overeen met 5.000 euro per kind ten laste, en dit op jaarbasis.
Vanaf de maand januari verhoogt de inkomensgrens van een bediende of ambtenaar naar 30.152 euro bij één kind ten laste en 35.177 euro voor wie twee kinderen ten laste heeft.
Tot nu toe bedroeg het maximaal inkomen zonder vermindering van het overlevingspensioen 20.102 euro voor werknemers die geen kinderbijslag kregen en 25.127 euro met kinderbijslag. Voor zelfstandigen waren deze bedragen respectievelijk 16.082 euro en 20.102 euro.
Het overlevingspensioen wordt uitgereikt aan mensen die minstens 48,5 jaar oud zijn. Die leeftijdsgrens wordt stilaan opgetrokken om in 2025 op 50 te staan. Wie jonger is dan de vastgelegde leeftijd heeft bij het verlies van zijn partner recht op een overbruggingskrediet.
Partners - gehuwd of wettelijk samenwonend - van zelfstandigen die minstens 90 dagen per jaar meewerken in de zaak en geen andere inkomsten hebben, krijgen het statuut van meewerkende echtgenoten. Al meer dan 15 jaar kunnen zij ook pensioenrechten opbouwen, maar voor veel oudere meewerkende partners kwam dat te laat, omdat ze niet voldoende loopbaanjaren op de teller hebben staan om een minimumpensioen te kunnen krijgen.
Op initiatief van minister van Zelfstandigen David Clarinval (MR) is de referteperiode voor de berekening nu aangepast, waardoor de meewerkende echtgenoten geboren tussen 1956 en 1968 nu wel in aanmerking zullen komen voor het minimumpensioen. Het gaat om 17.326 mensen, van wie 88 procent vrouwen zijn, aldus de minister. De maatregel treedt in werking voor alle pensioenen die vanaf 1 januari 2023 ingaan.
Winstgevende bedrijven kunnen een eenmalige koopkrachtpremie toekennen aan hun werknemers. Daarvoor moeten vakbonden en werkgevers wel eerst een akkoord bereiken op sectoraal niveau.
In bedrijven met winst kan de premie maximaal 500 euro bedragen. In bedrijven met "uitzonderlijke winsten" kan de premie gaan van 500 tot 750 euro.
De federale regering werkte de koopkrachtpremie uit nadat het sociaal overleg over de lonen was vastgelopen. Terwijl de werkgevers vasthielden aan de loonnorm - door de opgelopen loonkloof met de buurlanden mogen de lonen de komende twee jaar niet stijgen boven op de automatische indexering - eisten de vakbonden vrije onderhandelingen bij bedrijven die goed boeren.
Gezondheid
Het tarief voor een consultatie bij de huisarts en bepaalde specialisten wordt vanaf 1 januari 2023 opgetrokken tot 30 euro. Dat zijn de artsen en ziekenfondsen overeengekomen. Het gaat enerzijds om de doorrekening van de indexering, maar ook deels om een opwaardering van de laagste consultatiehonoraria, waaronder dat voor huisartsen. Voor de patiënt verandert er echter niets.
Net als alle andere verloningen worden ook de artsenhonoraria geïndexeerd. Dat gebeurt op basis van de afgevlakte gezondheidsindex die in juni vorig jaar 8,14 procent bedroeg. Een deel daarvan - 2 procent - werd vorig jaar al verrekend.
De artsen en ziekenfondsen hebben geopteerd voor een gedifferentieerde indexatie. Concreet houdt dat in dat bepaalde honoraria lager werden geïndexeerd - hoofdzakelijk technische verstrekkingen -, terwijl er voor andere een hogere indexatie werd doorgevoerd. Daarnaast blijft dan nog een spaarpotje over waarmee nieuwe initiatieven kunnen worden gefinancierd. Met dat geld werd beslist om de raadplegingshonoraria voor huisartsen nog eens met 81 cent op te trekken en voor bepaalde specialisten die hun inkomen vooral uit raadplegingen halen, zoals reumatologen en oncologen, met een euro.
Daardoor krijgt een huisarts vanaf 1 januari 2023 30 euro per consultatie tegenover 27,25 euro in 2022. In totaal gaat het voor hen dus om een stijging met 10 procent.
Voor de patiënt verandert er echter niets. Het remgeld blijft onveranderd op 4 euro voor patiënten met een globaal medisch dossier, 6 euro voor patiënten zonder en 1 euro voor patiënten met een voorkeurstarief. Ook bij specialisten blijft het remgeld hetzelfde: 12 euro voor niet-voorkeurstarieven en 3 euro voor patiënten met een voorkeurstarief.
Voor geboortes die vanaf 1 januari 2023 plaatsvinden, wordt het geboorteverlof voor vaders en meemoeders opgetrokken van vijftien naar twintig dagen. Dat heeft de federale regering beslist.
Het recht op geboorteverlof, dat vroeger het vaderschapsverlof genoemd werd, geldt voor de werknemer, die niet de moeder is die van het kind bevallen is, maar die wel een wettelijke afstammingsband met het kind heeft: dat is dus de vader of de meemoeder van het kind. In grote lijnen is het geboorteverlof van toepassing op werknemers uit de privésector, contractuele personeelsleden in overheidsdienst en zelfstandigen.
Elke werknemer heeft, ongeacht zijn arbeidsregime, recht om in de vier maanden vanaf de dag van de bevalling twintig dagen afwezig te zijn van het werk. Tijdens de eerste drie dagen van het geboorteverlof behoudt de werknemer zijn volledige loon ten laste van zijn werkgever. Daarna wordt een uitkering toegekend door de ziekenfondsen: het bedrag van die uitkering is vastgesteld op 82 procent van het gederfde brutoloon. Bij de geboorte van een tweeling of een meerling wordt het geboorteverlof maar één keer toegekend.
"Een van de eerste beslissingen bij het aantreden van de regering was de uitbreiding van het geboorteverlof, zodat vaders en meemoeders meer tijd met hun pasgeboren kind kunnen doorbrengen", zegt federaal minister van Economie en Werk, Pierre-Yves Dermagne. "Op 1 januari 2021 werd het aantal dagen al uitgebreid van tien tot vijftien. Bij geboortes vanaf 1 januari 2023 zullen alle werknemers en zelfstandigen recht hebben op twintig dagen geboorteverlof."
Vanaf 1 januari geldt er aan algemeen rookverbod in alle 550 treinstations in België. Dat verbod geldt ook in open lucht: roken en vapen mag dus ook niet meer op het perron.
Het volledige rookverbod is de laatste stap in het rookvrij maken van het spoorwegdomein. Sinds 2004 mag er niet meer gerookt worden in de trein, en later kwam er ook een rookverbod in de stations en op overdekte perrons.
Concreet zullen alle asbakken van de perrons worden verwijderd en zullen er verbodsborden worden opgehangen. Wie het verbod overtreedt, riskeert een boete van minstens 50 euro.
Het rookverbod op perrons werd eerder al getest in de stations van Mechelen en Charleroi. Daaruit bleek volgens spoorwegmaatschappij NMBS dat "het rookverbod goed werd onthaald en gerespecteerd". Uit een enquête zou ook blijken dat zeven op de tien reizigers voorstanders zijn van rookvrije perrons.
Volgens de NMBS leidt het algemene rookverbod tot meer duidelijkheid (geen onderscheid meer tussen overdekte perrons en perrons in open lucht), meer netheid (geen peuken meer op de grond) en is het ook goed voor de gezondheid. "Een tabakvrije omgeving beschermt reizigers en spoorwegpersoneel tegen de schadelijke gevolgen ervan. Dit gaat ook kopieergedrag tegen, met name bij jongeren en kinderen die gebruikmaken van de perrons", zo zei de NMBS onlangs.
Het algemeen rookverbod in de stations is een politieke beslissing. "De maatregel zal zorgen voor gezondere lucht op de perrons en zal vooral ook de druk verminderen voor jongeren die gestopt zijn, of willen stoppen met roken", aldus minister van Mobiliteit Georges Gilkinet (Ecolo).
De Vlaamse vaccinatiecentra sluiten eind december de deuren. Vanaf januari zal de COVID-vaccinatie via het normale vaccinatiecircuit verlopen, onder meer via de huisartsen. Dat heeft de Vlaamse regering beslist.
Het was een van de grootste logistieke operaties sinds de Tweede Wereldoorlog. De manier waarop de voorbije jaren de brede vaccinatiecampagnes met de hulp van duizenden vrijwilligers op poten werden gezet in de verschillende vaccinatiecentra, wordt gezien als een succesverhaal. Door dat succes is Vlaanderen er volgens minister van Welzijn Crevits in geslaagd "een van de meest gevaccineerde en dus best beschermde regio's ter wereld te worden".
Maar na de campagne met de herfstbooster, met voor de meeste mensen de vierde prik, is het tijd om de vaccinatiecentra te sluiten. Het Agentschap Zorg en Gezondheid zal de COVID-vaccinatie vanaf januari organiseren via het normale circuit voor vaccinatie met huisartsen, apothekers, thuisverpleegkundigen, bedrijfsgeneeskundige diensten en het agentschap Opgroeien als belangrijkste vaccinatoren.
Gezinnen die recht hebben op de sociale toeslag van het Groeipakket, zien het bedrag van die toeslag met 15 euro stijgen. Die verhoging gebeurt in december, maar zal een eerste keer te merken zijn bij de uitbetaling van het Groeipakket in januari 2023.
De sociale toeslag is een tegemoetkoming voor gezinnen die met hun inkomen de opvoedingskosten moeilijker kunnen dragen. De toeslag wordt automatisch toegekend zodra je er recht op hebt en is afhankelijk van je inkomen en je gezinsgrootte.
Daarnaast zullen de basisbedragen van het Groeipakket in december geïndexeerd worden, waardoor de basisbedragen met 1 procent stijgen vanaf de uitbetaling van januari. De bedragen die in september 2022 met 1 procent werden verhoogd, worden dus in december 2022 nogmaals met 1 procent verhoogd.
De Europese Unie legt vanaf 1 januari 2023 limieten op voor de hoeveelheid PFAS in een aantal voedselcategorieën: eieren, vis, schaaldieren, tweekleppige weekdieren, vlees en eetbaar slachtafval.
Levensmiddelenbedrijven moeten erop toezien dat hun producten conform zijn aan deze nieuwe normen. In de eerste plaats zijn zij zelf verantwoordelijk zijn voor de producten die ze op de markt brengen. Overschrijdt een product 1 van die normen? Dan mag het niet in de handel worden gebracht.
De geharmoniseerde Europese normen komen er na een rapport van de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid. Die wijst erop dat PFAS een negatief effect kan hebben op het serumcholesterolgehalte, de lever, het immuunsysteem en het geboortegewicht van mensen.
Wonen
Vanaf 1 januari moeten werkloze sociale huurders zich verplicht inschrijven bij arbeidsbemiddelingsdienst VDAB. Dat meldt Vlaams minister van Wonen Matthias Diependaele (N-VA). Ook op de kennis van het Nederlands wordt voortaan strenger toegekeken. "Sociaal huren is niet alleen een maatschappelijke gunst, maar ook een verhaal van rechten en plichten", zegt de minister.
De komende dagen zullen alle sociale huurders een brief ontvangen om hen op de verplichte inschrijving bij de VDAB te wijzen. Die is gericht op huurders die niet werken, maar ook sociale huurders die wél werk hebben ontvangen de brief. Zo zijn ze op de hoogte van de verplichting mochten ze werkloos worden, zegt Diependaele. De nieuwe regel is hoe dan ook niet van toepassing op sociale huurders die arbeidsongeschikt zijn, of ouder zijn dan 64 jaar.
De verplichte inschrijving bij de VDAB geldt voor bestaande en nieuwe sociale huurders, en voor zowel de hoofdhuurder als de eventuele inwonende partner. Woonmaatschappijen zullen de inschrijving vanaf 1 april 2023 controleren via hun webapplicatie. Huurders krijgen dus drie maanden de tijd om zich in regel te stellen. Wie dat niet doet, riskeert administratieve boetes die kunnen oplopen tot 5.000 euro.
De Vlaamse regering verstrengt daarnaast ook de taalkennisvereiste. Voor nieuwe huurders wordt de verplichte kennis van het Nederlands opgetrokken van niveau A1 tot A2. Volgens Diependaele zorgt een goede kennis van het Nederlands voor een vlottere integratie in de maatschappij, meer kansen op werk en een betere betrokkenheid in de wijk.
Huurders krijgen twee jaar de tijd om het niveau A2 te halen vanaf de toewijzing van de sociale woning. Daarna volgt een controle door de woonmaatschappij. De sneltest om de kennis van het Nederlands te testen verdwijnt dan weer. Voortaan is enkel een certificaat van een bevoegde instantie nog geldig. Bovendien komt de Vlaamse overheid niet langer financieel tussen in de kosten voor een cursus Nederlands.
De premie voor wie zonnepanelen op een dak installeert in Vlaanderen, wordt in 2023 gehalveerd tot maximaal 750 euro. De premie wordt berekend op basis van het vermogen van de zonnepanelen zelf (en dus niet het vermogen van de omvormer). Ze bedraagt 150 euro per kilowattpiek (kWp) voor installaties tot maximaal 4 kWp en bijkomend 75 euro per kWp van 4 tot 6 kWp. Dat komt overeen met maximaal 750 euro. De premie is bovendien begrensd tot 40 procent van de investeringskosten inclusief btw, vermeld op de facturen. In 2024 zal de premie normaal gezien nog eens halveren, vanaf 2025 zal ze verdwijnen.
Het is de datum van de keuring van de installatie die telt voor de premie. Zij moet worden aangevraagd bij netbeheerder Fluvius. Onder meer Nelectra, de federatie voor de elektrosector, had erop aangedrongen om het premiebedrag van 2022 - maximaal 1.500 euro - te verlengen. Veel mensen die dit jaar zonnepanelen hebben besteld en dus rekenden op een hogere premie, wachten er al maanden tevergeefs op omdat de installateurs door leveringsproblemen grote achterstand hebben opgelopen.
Maar Vlaams minister van Energie Zuhal Demir (N-VA) ging niet op die vraag in. De halvering op 1 januari blijft behouden. "We bouwen af omdat we niet willen vervallen in oversubsidies", zei Demir begin oktober in het Vlaams Parlement. "Experts zeggen dat de premies niet meer nodig zijn voor de rendabiliteit."
Het fiscaal voordeel voor het installeren van laadpalen vermindert, zowel voor particulieren als bedrijven. De regeling werd in september 2021 door de federale regering ingevoerd om een versnelde aangroei van de laadinfrastructuur voor elektrische wagens mogelijk maken in ons land.
Het fiscaal voordeel voor particulieren, zowel eigenaars als huurders, zakt op 1 januari 2023 van 45 naar 30 procent, op 1 januari 2024 naar 15 procent. Het voordeel wordt volgens federaal minister van Financiën Vincent Van Peteghem (CD&V) stelselmatig afgebouwd om mensen aan te zetten tot een snelle investering. Het bedrag waarvoor een belastingvermindering kan worden verleend is wel beperkt tot 1.500 euro per laadpaal en per belastingplichtige. Het laadstation moet bovendien "intelligent" zijn en mag enkel gebruikmaken van groene stroom.
Ook bedrijven worden via een verhoogde investeringsaftrek gestimuleerd om laadpalen te plaatsen. Voor hen wordt het voordeel op 1 januari 2023 afgebouwd van 200 naar 150 procent. Hun laadinfrastructuur moet tijdens een deel van de dag ook toegankelijk zijn voor andere gebruikers.
Als deel van de geleidelijke afstap van fossiele brandstoffen, mogen nieuwe verkavelingen met minsten vijf woningen geen aardgasaansluiting meer voorzien. Ook voor gebouwen met vijf of meer appartementen geldt de maatregel.
Aardgasverdelers mogen sinds 2021 geen aansluiting meer voorzien bij grote nieuwbouwprojecten. Verkavelingen, appartementsgebouwen, of groepswoningbouwprojecten met meer dan vijf woningen, appartementen of niet-residentiële gebouwen vallen vanaf 1 januari 2023 ook onder die noemer. De gefaseerde uitstap moet in 2025 rond zijn voor nieuwbouwprojecten. Tegen 2050 wil de Vlaamse regering dat zo weinig mogelijk fossiele brandstoffen worden gebruikt voor verwarming.
Soms, in combinatie met een hernieuwbaar energiesysteem, kan aardgas nog wel. Het gaat dan om collectieve warmtekrachtkoppeling of collectieve bijverwarming. De hoofdverwarming moet dan instaan voor minstens 85 procent van de bruto-energiebehoefte.
Middelgrote appartementsgebouwen moeten vanaf 1 januari beschikken over een energieprestatiecertificaat voor de gemeenschappelijke delen (EPC GD), zoals de traphal of het dak. Naar schatting gaat het om zo'n 60.000 gebouwen.
Grote appartementsgebouwen, van minstens 15 wooneenheden, moeten al sinds 1 januari 2022 in het bezit zijn van zo'n EPC GD. Voor kleine gebouwen, met minder dan vijf eenheden, gaat de maatregel in op 1 januari 2024. Gebouwen die daartussen vallen moeten vanaf 2023 in orde zijn.
De verantwoordelijkheid valt op de schouders van de eigenaar of de vereniging van mede-eigenaars (VME) en staat los van de verkoop of verhuur. Als bij controle blijkt dat er geen EPC van de gemeenschappelijke delen aanwezig is, kan de eigenaar van het appartementsgebouw of de VME een boete krijgen. Die kan tussen de 500 en 5.000 euro bedragen.
Minister van Energie Zuhal Demir voorziet financiële ondersteuning voor energiebesparende renovatiewerken. De eigenaar of VME kan een beroep doen op Mijn VerbouwPremie via het online loket.
Wie vanaf 1 januari 2023 een huis of appartement koopt, krijgt vijf jaar de tijd om de woning EPC-label D te doen behalen. De renovatieplicht is een eerste stap in het plan van het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA) om uiteindelijk alle residentiële gebouwen energiezuinig te maken. Voor niet-residentiële gebouwen bestond zo'n verplichting al, en die wordt nu uitgebreid.
Een energieprestatiecertificaat, of EPC, geeft weer hoe energiezuinig een gebouw is. Vanaf 2023 start het plan om gebouwen gefaseerd op te werken naar het beste label, A. En er is nog werk aan de winkel: de gemiddelde woning in België heeft momenteel een energielabel D. Daarom worden nieuwe eigenaars van woningen met label E of F verplicht om te renoveren. De termijn van vijf jaar gaat in met het verlijden van de akte. Haalt u het renovatiedoel van minimaal label D niet tijdig, dan riskeert u een boete van 500 tot 200.000 euro.
Ook het renteloze renovatiekrediet, dat tot voor kort tussenbeide kon komen, wordt hervormd. Het is niet langer renteloos. De volledige terugbetaling van de rente wordt vanaf 2023 vervangen door een rentesubsidie. Hoe energiezuiniger de verbouwingen, hoe hoger die steun: 2 procent voor renovaties tot label D, 2,5 procent voor label C, 3 procent voor label B en 3,5 procent voor label A.
De nieuwe doelstelling geldt bij een notariële overdracht in volle eigendom, zoals een aankoop of schenking, en bij het vestigen van een opstalrecht of erfpacht. Andere vormen, zoals de overdracht van aandelen, een erfenis of schenking met behoud van vruchtgebruik, vallen niet onder de maatregel. Ook tijdelijke constructies en beschermde monumenten zijn vrijgesteld.
Niet-residentiële gebouwen moesten in 2022 al aan bepaalde enrgiebesparende voorwaarden voldoen. Vanaf 1 januari wordt dat pakket uitgebreid. Binnen vijf jaar na de overdracht moet de eigenaar minimaal vijf procent hernieuwbare energie (of label E) gebruiken.
Ook in 2023 kunnen mensen die een woning afbreken en heropbouwen, nog genieten van een gunstiger btw-tarief. De federale regering verlengde het gunstregime met één jaar.
De overheid beschouwt het afbreken van een woning om een nieuwe te bouwen niet als een renovatie. Op de sloop en de nieuwbouw gelden daarom een btw-tarief van 21 procent.
Vanaf begin 2021 tot eind 2022 voerde de federale regering tijdelijk een verlaagd btw-tarief van 6 procent in op sloop en heropbouw. De maatregel maakte deel uit van de relanceplannen na de coronacrisis. De maatregel werd uiteindelijk verlengd tot eind 2023.
Mobiliteit
De federale regering doet het gebruik van palm- en sojaolie voor transport in de ban. Voor palmolie is dat op 1 januari, voor sojaolie op 1 juli 2023. De zogenaamde biobrandstoffen hebben vanuit klimaatoogpunt geen voordeel ten opzichte van fossiele brandstoffen, zei minister van Energie Tinne Van der Straeten (Groen).
Palm- en sojaolie worden soms bijgemengd in diesel. Het gaat in principe om biobrandstoffen, maar ze veroorzaken wel ontbossing op grote schaal. "Ze kosten de consument geld aan de pomp en in plaats van minder veroorzaken ze méér uitstoot door de massale ontbossing om deze gewassen te telen. Gekker dan dit moet het niet worden", aldus Van der Straeten.
Omdat palm- en sojaolie niet meer zullen meetellen voor de verplichtingen inzake hernieuwbare energie in transport waaraan brandstofleveranciers moeten voldoen, hoopt de regering de stimulus weg te nemen zodat het gebruik ervan wordt uitgefaseerd.
Volgens Van der Straeten werkt de regering nog aan een bredere afbouw of uitfasering van de eerste generatie biobrandstoffen, die gebaseerd zijn op voedsel en voedergewassen. "Op deze manier evolueren we naar biobrandstoffen van andere generaties. Dit is geen eindpunt." Ook investeringen in elektrisch vervoer en het spoor moeten het gebruik van verouderde biobrandstoffen afremmen.
Op Nieuwjaar wordt het startschot gegeven voor de geleidelijke afbouw van het fiscaal gunstregime voor bedrijfswagens. De benzine- en dieselkosten van plug-inhybrides die vanaf 1 januari 2023 gekocht, gehuurd of geleaset zijn, zijn nog maximaal voor 50 procent aftrekbaar. Het is de eerste stap in het plan van minister van Financiën Vincent Van Peteghem (CD&V) om zo veel mogelijk elektrische auto's op de baan krijgen.
Voor diesel en benzine wordt het fiscaal voordeel stapsgewijs afgebouwd. Vanaf 2026 geldt de aftrekbaarheid alleen nog voor emissieloze wagens. Voor bedrijfswagens die pas na 1 juli 2023 worden aangekocht, stijgt bovendien de CO2-solidariteitsbijdrage. Hoeveel die stijging inhoudt, hangt af van het brandstoftype en de CO2-uitstoot van de wagen.
Minister van Mobiliteit Lydia Peeters (Open VLD) start op 1 januari met de uitrol van het decreet Basisbereikbaarheid. Zo moet het hele openbaarvervoernetwerk geleidelijk aan worden hervormd.
Eigenlijk werd het decreet al in 2019 goedgekeurd door toenmalig minister van Mobiliteit Ben Weyts (N-VA). Het was een eerder vaag plan, dat uiteindelijk op het bureau van opvolger Lydia Peeters terechtkwam. In brede lijnen moet er een meer vraaggestuurd openbaar vervoer komen op vier lagen: treinnet, kernnet, aanvullend net en vervoer op maat. In plaats van de aangekondigde big bang, zal die hervorming in fases gebeuren.
Oorspronkelijk moest die basisbereikbaarheid al in zijn geheel worden ingevoerd in begin 2021, maar dat werd meerdere keren uitgesteld. In afwachting werd er jarenlang amper geïnvesteerd in het Vlaamse openbaar vervoer. In oktober vroeg het Vlaams Parlement aan het Rekenhof om een onderzoek te doen naar de vertragingen.
Motorfietsen moeten voortaan na een ongeval of bij een doorverkoop verplicht naar de keuring. Dat heeft het Departement Mobiliteit en Openbare Werken gemeld. Eigenaars kunnen terecht bij vijftien van de huidige Vlaamse keuringscentra.
Op basis van een Europese richtlijn voert de Vlaamse regering vanaf 1 januari 2023 voor motorfietsen, net als voor auto's, een keuring in. Die zal niet periodiek gebeuren, maar wel bij een tweedehandsverkoop of als de motoren betrokken waren bij een ongeval. Minister van Mobiliteit Lydia Peeters schat dat het in het eerste geval om jaarlijks 300.000 keuringen zal gaan en ongeveer 200 in het tweede.
Voor een afspraak bij de technische keuring betalen eigenaars 48,10 euro. De nadruk zal liggen op de verkeersveiligheid en de milieu- en consumentenbescherming.
De keuring wordt verplicht voor motorfietsen, driewielers en vierwielers met een verbrandingsmotor met een cilinderinhoud van meer dan 125 cc. Ook elektrische en hybride motorfietsen zijn onderhevig, als ze een maximumvermogen hebben van meer dan 11 kilowatt en een maximumsnelheid hoger dan 45 kilometer per uur.
De verkeersbelasting voor oldtimers stijgt op 1 januari van 42 naar 100 euro. Dat heeft het Vlaams Parlement beslist tijdens de begrotingsopmaak van 2022.
Oldtimers, voertuigen die meer dan 25 jaar in het verkeer zijn gesteld en zijn ingeschreven onder de O-nummerplaat, staan niet ingeschreven onder de normale verkeersbelasting, maar genieten een verlaagde verkeersbelasting. Vanaf 2023 gaat die omhoog. Volgens minister van Financiën Matthias Diependaele (NV-A) blijft de prijs meevallen. Omdat het vaak om grote en vervuilende motoren gaat, zou een inschrijving onder de normale tarieven een erg groot prijskaartje hebben.
Particuliere eigenaars van pick-uptrucks genieten niet langer van een fiscaal voordeel. Vanaf 2023 moeten de voertuigen gewoon ingeschreven worden als personenwagens, zolang ze niet voor commerciële doeleinden moeten dienen.
Tot nu toe lag de verkeersbelasting voor pick-uptrucks lager dan de gewone tarieven. Bovendien waren ze vrijgesteld van de inschrijvingstaks. Daarmee moesten vooral wagens met professionele doeleinden een voordeel krijgen, maar ook andere bestuurders maken gebruik van dat voordeel. Sinds 2016 is het aantal pick-uptrucks in ons land namelijk gestegen van 25.000 naar 37.000.
Met dat fiscaal achterpoortje wil de Vlaamse regering nu komaf maken. Vanaf 1 januari wordt de regeling geschrapt. Wie na die datum een pick-up bestelt en geen ondernemingsnummer kan voorleggen, betaalt voortaan zoals andere voertuigen op basis van motorinhoud en uitstoot.
De verandering geldt enkel voor pick-ups. Andere lichte vrachtvoertuigen genieten nog steeds van het oude, gunstige tarief.
In plaats van tolken, krijgen niet-Nederlandstaligen vanaf 1 januari 2023 bijstand van een audiovertaling bij het afleggen van hun theoretisch rijexamen. Die is beschikbaar in het Frans, Duits of Engels.
Bij het afleggen kan iemand kiezen om met een hoofdtelefoon de vragen op het blad ook voorgelezen te krijgen. Dat gebeurt dan eerst in het Nederlands en dan in de gekozen taal. Wettelijk is voorzien dat de kandidaat het examen kan afleggen in vier talen, voor andere talen zijn dus geen vertalingen beschikbaar.
De maatregel maakt deel uit van een breder traject om fraude bij rijexamens tegen te gaan. Ook is het bijbehorende prijskaartje een stuk kleiner. De bijdrage voor het inschakelen van een beëdigde tolk, die de kandidaat zelf bijlegt, bedraagt vandaag 55 euro, ten opzichte van 35 euro voor de audiovertaling. Dit tarief wordt wel nog geïndexeerd op basis van de gezondheidsindex van eind december 2022.
Justitie
Het notariaat wordt op 1 januari grondig hervormd. Zo zullen de kosten voor de aankoop van een gezinswoning voortaan lager uitvallen en wordt het statuut van de notaris gemoderniseerd. Daarnaast worden ook een aantal excessen aangepakt. "Dit is de belangrijkste hervorming van het notariaat van de laatste 70 jaar", zegt federaal minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open VLD).
Vorig jaar publiceerde het Prijzenobservatorium van de FOD Economie een studie waaruit bleek dat het notariaat dringend aan hervorming toe was. De laatste aanpassing van hun statuut dateerde namelijk van 1980. Daarom heeft Van Quickenborne, in overleg met de sector, nu een grondige hervorming doorgevoerd.
Zo wordt de prijs voor een aankoop van een gezinswoning gedrukt. Door een combinatie van forfaitaire bedragen voor de aankoopakte en de kredietakte en een korting op de erelonen, zou een mediaanwoning van 232.500 euro meer dan 1.000 euro goedkoper moeten worden. De minister maakt zich sterk dat de aankoop van een woning op die manier in 98 procent van de gevallen voordeliger zal uitvallen. Die korting zal wel enkel gelden voor de aankoop van de eigen woning, waarin de koper ook zelf gaat wonen.
Daarnaast wordt ook ingezet op transparantere facturen en worden de excessen aangepakt. Zo wordt de lucratieve overeenkomst tussen notarissen en grote vastgoedprojecten voortaan beperkt tot een forfaitair bedrag van 550 euro per akte. Familiale akten, zoals de zorgvolmacht of een akte van erfopvolging, worden voortaan forfaitair vastgelegd op 195 euro.
Voorts zal ook de opstart van een eerste bedrijf voortaan voordeliger kunnen. Het totaalbedrag, inclusief de aan de overheid verschuldigde kosten, zal in de toekomst 1.000 euro bedragen tegenover 1.500 euro nu.
Ten slotte wordt ook het statuut van notaris gemoderniseerd. Zo zal het voortaan mogelijk zijn om als 'toegevoegd notaris' aan de slag te gaan. Op die manier kunnen personen het beroep uitoefenen zonder in een vennootschap te treden en voltijds als zelfstandige te moeten werken.
"Dit is de belangrijkste hervorming van het notariaat van de laatste 70 jaar", aldus Van Quickenborne. "We zijn daarbij niet over één nacht ijs gegaan. We kiezen voor lagere tarieven, meer transparantie en rechtszekerheid, betere voorwaarden voor startende ondernemers en een modern statuut."
Door een herziening van het Burgerlijk Wetboek die op 1 januari 2023 in werking treedt, wordt communiceren via e-mail wettelijk erkend als geldige kennisgeving. In de praktijk worden e-mails al dagelijks gebruikt als bewijsmateriaal en meestal ook aanvaard. Er was echter nog geen wettelijke basis voor de rechtsgeldigheid. Daar komt nu verandering in, met de herziening van Boek I van het Burgerlijk Wetboek.
In het nieuwe artikel wordt de ontvanger voldoende beschermd. Zo wordt een kennisgeving via e-mail pas geacht de geadresseerde te hebben bereikt als die op voorhand aanvaard heeft om op die manier aangeschreven te worden. "Dat kan via een formele specificatie in het contract, maar het kan ook op basis van gewoonte afgeleid worden", zegt Mieke Verplancke, vennoot bij het advocatenbureau Van Eeghem OndernemingsAdvocaten aan De Tijd. "Als de personen binnen dezelfde context al via e-mail gecommuniceerd hebben, dan kan daaruit een goedkeuring afgeleid worden."
Volgens Verplancke blijft het daarom opletten. "Als blijkt dat u de mail gelezen heeft, door te antwoorden of via een leesbevestiging, dan is de kennisgeving sowieso geldig gebeurd." Zonder leesbevestiging of antwoord moet de verzender bewijzen dat de ontvanger de e-mail wel degelijk ontvangen of gelezen heeft.
Arbeidsmarkt
Wie langer dan twee jaar werkloos is, moet vanaf begin 2023 gemeenschapsdienst doen. Dat heeft de Vlaamse regering beslist. Weigeraars dreigen hun uitkering te verliezen. De beslissing voor de invoering van de verplichte gemeenschapsdienst, maakte deel uit van het Vlaamse regeerakkoord.
Een langdurig werkloze zal een taak krijgen bij een lokaal bestuur, zoals straatveger, begeleider op de schoolbus of bij de groendienst. Dat kan voor maximaal 64 uur per maand. De werkloze behoudt zijn uitkering, die wordt aangevuld met een vergoeding van 1,30 euro per uur. Het is aan de arbeidsbemiddelaar VDAB om samen met de werkloze te bepalen of die verplicht aan de slag moet.
In Vlaanderen zijn 70.000 mensen langer dan twee jaar werkloos. Voormalig Vlaams minister van Werk Hilde Crevits, die de drijvende kracht is achter de invoering van de gemeenschapsdienst, redeneerde dat de gemeenschapsdienst de arbeidsattitude, zoals stiptheid of samenwerken met collega's, kan aanscherpen. "Mensen die meer dan twee jaar op zoek zijn, staan erg ver van de arbeidsmarkt. Ik wil hen weer goesting geven om de stap naar de arbeidsmarkt te zetten", zei ze daarover. Zieken zijn vrijgesteld van de plicht, net als werklozen van wie de VDAB meent dat het niet past in hun traject naar een baan.
Deze maatregel is bedoeld als een positief traject voor langdurig werkzoekenden, niet als straf. De werkzoekende krijgt de kans enkele competenties aan te scherpen, krijgt een laagdrempelige opstart en levert een maatschappelijke bijdrage.
Bedrijven met relatief veel langdurig zieke werknemers kunnen vanaf 1 januari een financiële sanctie krijgen. De langdurig zieken zelf verliezen 2,5 procent van hun uitkering als ze na lang aandringen blijven weigeren om mee te werken aan het re-integratieproces. De nieuwe maatregelen maken deel uit van het 'Terug naar Werk'-plan van federaal minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit).
De regering kondigde in oktober vorig jaar al aan dat er werk gemaakt werd van de responsabilisering van langdurig zieken, maar ook van bedrijven, mutualiteiten en artsen. De plannen maken deel uit van het voornemen van de regering om de werkzaamheidsgraad op te krikken tot 80 procent.
De wet roept een mechanisme in het leven om zowel langdurig zieke werknemers als hun werkgevers financieel te sanctioneren, zij het na een hele cascade aan verwittigingen. Langdurig zieken kunnen zo 2,5 procent van hun uitkering verliezen als ze na lang aandringen blijven weigeren om mee te werken aan hun re-integratie op de werkvloer. Bedrijven waar in de laatste vier kwartalen zeker drie werknemers zijn uitgevallen voor minstens twaalf maanden én waarbij het aantal langdurig zieken drie keer hoger ligt dan het gemiddelde in de privé en twee keer hoger dan het gemiddelde in de eigen sector, betalen per kwartaal een bijdrage van 0,635 procent op de lonen, wat neerkomt op 2,5 procent op jaarbasis.
Vanuit het middenveld komt kritiek op het ontwerp. Volgens de christelijke vakbond ACV en het christelijke ziekenfonds CM gaat het om maatregelen die niet effectief zijn, duwen ze zieken verder in de miserie en leiden ze de aandacht af van de hoofdoorzaak van een half miljoen langdurig zieken: het niet aanpakken van ziekmakend werk.
Leerkrachten kunnen vanaf 1 januari na een langdurige ziekte eenvoudiger terugkeren naar de klas. Voorheen moesten ze minstens de helft van hun opdracht weer opnemen, maar nu wordt tewerkstelling vanaf 20 procent mogelijk.
"Op dit moment zien we dat veel langdurig zieken volledig in ziekteverlof blijven omdat halftijds starten te zwaar is. De regelgeving stond een stapsgewijze en menselijke terugkeer al lang in de weg", legt Weyts uit. Zo kan je na een periode van ziekteverlof deeltijds gaan lesgeven via het stelsel van verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte. Dat moet dan wel meteen halftijds en bovendien kunnen jonge leerkrachten vaak geen beroep doen op dat stelsel.
Nu zullen leerkrachten na een langdurige ziekte aan 20 procent tewerkstelling kunnen herstarten. Tijdens het verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte zou wie kan, dus al één dag per week kunnen terugkeren of enkele uren per dag opnemen. Het loon zou dan worden aangevuld met een ziekte-uitkering.
De nieuwe regelgeving zorgt er ook voor dat een gewoon doktersbriefje volstaat om ziekte te verantwoorden. Vroeger was een speciaal medisch attest vereist dat enkel voor leerkrachten bestond, maar minister Weyts schrapt dat attest nu volledig.
Arbeidsongeschikte zelfstandigen zullen vanaf 1 januari 2023 weer aan de slag kunnen gaan zonder dat ze op voorhand toelating hebben van de adviserende geneesheer.
De wetswijziging komt er op voorzet van een werkgroep die door minister van Zelfstandigen David Clarinval (MR) in het leven was geroepen om een zogenaamd terug-naar-werk-traject uit te werken. Die voerde aan dat er nood is aan meer flexibiliteit wanneer een zelfstandige zijn (aangepaste) activiteit wil hervatten na een periode van arbeidsongeschiktheid.
Vandaag moet een zelfstandige op voorhand toelating krijgen van de adviserend arts van zijn ziekenfonds om een activiteit gedeeltelijk uit te oefenen met het oog op een volledige of gedeeltelijke re-integratie op de arbeidsmarkt. Voortaan zou het volstaan dat de zelfstandige de aangepaste werkhervatting meedeelt en toelating aan de adviserend arts vraagt uiterlijk de eerste werkdag die de aangepaste werkhervatting voorafgaat.
Het maximale aantal uren dat studenten kunnen werken aan een voordelig tarief zonder het kindergeld te verliezen stijgt op 1 januari van 475 naar 600 uur per jaar. Dat staat in de meerjarenbegroting voor 2023-2024 van de federale regering. De maatregel duurt zeker tot en met 2024.
Het voorstel voor de maatregel rond studentenarbeid kwam uit de koker van Open VLD-vicepremier Vincent Van Quickenborne. Ook Horeca Vlaanderen en Unizo zijn voorstander. "Het zijn zeer nuttige maatregelen waar we al lang voor pleiten. Deze uitbreiding van de uren verstoort de markt dus niet, maar is wel cruciaal voor die bedrijven die er een beroep op doen."
Toch klinkt er ook kritiek. Volgens de christelijke vakbond ACV is de maatregel vooral goed nieuws voor de werkgevers. De studenten zullen langer werken aan een lager loon, luidt het. "Je betaalt na je 475 uren namelijk wel een hogere sociale zekerheidsbijdrage, maar krijgt er een werkbonus en vakantiegeld voor in de plaats."
Studenten met een studentenjob kunnen vanaf volgend jaar meer uren werken zonder dat ze hun recht op het Groeipakket verliezen. De Vlaamse regering keurde daarrond een voorstel van Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Hilde Crevits (CD&V) goed.
Behoud van Groeipakket
Studenten die gebruik maken van de mogelijkheid om meer te werken zullen dat kunnen doen zonder de voordelen van het Groeipakket te verliezen. Dat heeft de Vlaamse regering beslist. Met de huidige regelingen in het Groeipakket zou het kunnen dat jobstudenten die meer dan 475 uur per jaar willen werken hun recht op het Groeipakket verliezen. Om dat te vermijden past minister Crevits het aantal uren studentenarbeid in het Groeipakket aan, ook naar maximaal 600 uur per jaar.
De wijziging gaat in vanaf januari en geldt voor twee jaar. Nadien zal de maatregel, net zoals de beslissing van de federale regering, geëvalueerd worden.
Flexijobs worden vanaf 1 januari uitgebreid naar verschillende sectoren: sport, podiumkunsten, film, maar ook bepaalde ondersteunende functies in de zorg. Deze worden toegevoegd aan de horeca, de detailhandel (bakker, slager, supermarkt, etc.) of zelfs kapsalons. De flexijob laat een werknemer toe om tegen voordelige voorwaarden een bijberoep uit te oefenen. De werkgever betaalt slechts 25% werkgeversbijdrage (geen gewone sociale lasten en loonbelasting), terwijl de werknemer geen werknemersbijdrage of loonheffing betaalt over het flexiloon. Het mechanisme is bedoeld voor gepensioneerden en mensen die al minstens 4/5de voor een andere werkgever werken
Op 1 januari komt een einde aan de vereenvoudigde regeling voor tijdelijke werkloosheid. Vanaf dan gelden opnieuw de normale procedures om tijdelijke werkloosheid in te voeren, wat betekent dat werkgevers en werknemers vanaf 1 januari opnieuw aan een aantal administratieve verplichtingen zullen moeten voldoen.
Zo zullen de werkgevers opnieuw genummerde controlekaarten C3.2A moeten afleveren aan elke werknemer die tijdelijk werkloos is, wat ook de reden is van die tijdelijke werkloosheid. De werkgever moet daarnaast ook opnieuw een papieren of elektronisch validatieboek bijhouden, als het gaat om tijdelijke werkloosheid wegens economische oorzaken en slecht weer.
Samen met het einde van de vereenvoudigde regeling komt er ook een einde aan de vereenvoudigde uitkeringsaanvraag.
Naast de klassieke regeling voor arbeiders en bedienden kunnen energie-intensieve bedrijven nog tot eind maart het bijzondere stelsel tijdelijke werkloosheid voor de energiecrisis inroepen.
Vanaf 1 januari 2023 moeten bedrijven een bijkomende RSZ-bijdrage per uitzendkracht per dag betalen vanaf ze per semester meer dan 40 opeenvolgende dagcontracten toekennen. Dat moet het overmatige gebruik van dagcontracten in de interimsector aan banden leggen. In juli werd daarover een akkoord bereikt in de Nationale Arbeidsraad, dat ook van toepassing is op jobstudenten.
Tussen 2015 en 2020 was de helft van alle interimcontracten dagcontracten. Die worden lang niet alleen gebruikt om onvoorspelbare piekmomenten op te vangen, laakten de vakbonden in juli. "Door te werken met opeenvolgende dagcontracten schuiven bedrijven de kost voor superflexibele arbeid af op de sociale zekerheid. Mensen die met dagcontracten werken, zijn vaker werkloos en kunnen bij ziekte niet terugvallen op gewaarborgd loon betaald door de werkgever", klonk het bij de vakbonden. "Dagcontracten resulteren ook in zeer veel onzekerheid voor de betrokken interimmers, zowel financieel als in de planning van hun privéleven."
"Tienduizenden uitzendkrachten worden, soms zelfs weken of maanden aan een stuk, tewerkgesteld met opeenvolgende dagcontracten. Ze bevinden zich daardoor in een precaire situatie, waarin het combineren van werk en privéleven allerminst evident is", erkent ook federaal minister van Economie en Werk, Pierre-Yves Dermagne.
Volgens het akkoord stijgt de bijzondere RSZ-bijdrage die bedrijven moeten betalen naarmate het aantal opeenvolgende dagcontracten stijgt: bij 40 tot 59 opeenvolgende dagcontracten gaat het om 10 euro per uitzendkracht per dag, bij meer dan 100 opeenvolgende dagcontracten loopt het bedrag op tot 40 euro per uitzendkracht per dag. Naast het ontraden van dagcontracten door de bijkomende bijdrage blijft het principe overeind dat dagcontracten enkel gebruikt kunnen worden wanneer daarvoor een noodzaak is, zonder dat dat een businessmodel mag worden, werd bevestigd in de Nationale Arbeidsraad.
Een nieuwe wet over de platformeconomie, waaronder bijvoorbeeld maaltijdbezorgers en Uber-chauffeurs vallen, treedt op 1 januari in voege. De wet maakt deel uit van de arbeidsdeal waarover de regering voor de zomer een akkoord bereikte. De nieuwe wetgeving moet een einde maken aan de onduidelijkheid rond het statuut van deze platformwerkers, en daarnaast zullen alle platformwerkers op kosten van het platform verzekerd worden tegen arbeidsongevallen, ook wanneer het gaat om zelfstandigen.
Als uit de analyse van de tewerkstellingssituatie blijkt dat aan een minimumaantal in de wet bepaalde criteria is voldaan, zal er een weerlegbaar vermoeden gelden van het bestaan van een arbeidsovereenkomst. Het gaat dan om criteria zoals exclusiviteit, geolokalisatie, bepalen van tarieven, inperken van de vrijheid om zelf de werkuren of de afwezigheidsperiodes te bepalen...
Voor platformwerkers die als zelfstandige beschouwd worden, moet een verzekering tegen lichamelijke schade afgesloten worden, voor ongevallen tijdens de uitvoering van betalende opdrachten of op weg naar en van deze opdrachten. Wie als werknemer voor een platform werkt, is automatisch verzekerd tegen arbeidsongevallen.
De federale regering snoeit in het fiscaal gunstregime voor auteursrechten. Minder beroepsgroepen komen in aanmerking voor de regeling en er gelden nieuwe limieten.
Sinds 2008 worden auteursrechten onderworpen aan gunstigere belastingtarieven. Het fiscaal stelsel was aanvankelijk bedoeld voor schrijvers en kunstenaars, maar ook bijvoorbeeld architecten, softwareontwikkelaars en advocaten maken er gebruik van.
Volgens de federale regering wordt het systeem te ruim toegepast "als gevolg van onduidelijke definiëring". Daarom verkleint ze het toepassingsgebied nu naar de groepen waarvoor het fiscaal gunstregime in het leven werd geroepen.
Voor wie gebruik kan blijven maken van de regeling, verlaagt de komende jaren bovendien het deel van het totale inkomen dat als auteursrechten mag worden aangegeven. Het gaat om een tweede plafond, naast het absolute plafond van niet-geïndexeerd 37.500 euro (64.070 euro voor aanslagjaar 2023). Vanaf 1 januari 2023 mag maximaal 50 procent van het totale inkomen als auteursrechten aan een gunstig tarief worden belast. Vanaf 2024 zakt dat percentage naar 40 procent en vanaf 2025 naar 30 procent.
Voor beroepsgroepen die geen aanspraak meer mogen maken op een gunsttarief voor auteursrechten, is er volgend jaar nog in een uitdoofstelsel voorzien. Ook bij hen komt daarbij maximaal 50 procent van het totale inkomen in aanmerking, al wordt het maximumplafond bij hen gehalveerd.
Varia
Kroatië voert op 1 januari de euro in, en het land gaat vanaf dan daarnaast ook deel uitmaken van de Schengenzone. Het land wordt het twintigste waar met de euro kan worden betaald. Als EU-lidstaat is Kroatië wettelijk verplicht om tot de eurozone toe te treden wanneer het aan alle voorwaarden voldoet. Die hebben vooral betrekking op de economische integratie in de eurozone en de convergentie met de euro.
Van de 27 EU-landen zullen vanaf 1 januari enkel Bulgarije, Tsjechië, Hongarije, Polen, Roemenië en Zweden de euro nog niet hebben ingevoerd. Denemarken evenmin, maar dat land heeft in het kader van het Verdrag van Maastricht een opt-outclausule bedongen en is daarom niet verplicht om op termijn tot de eurozone toe te treden.
Het is de eerste keer in meer dan een decennium dat de Schengenzone gaat uitbreiden. Daardoor verdwijnen de controles aan de grenzen met Slovenië en Hongarije, wat volgens Zagreb onder meer de toegang van toeristen tot de vakantiebestemming aan de Adriatische kust makkelijker moet maken. De controles op de Kroatische luchthavens vallen wel pas vanaf 26 maart weg.
Binnen de Schengenzone zijn de controles aan de binnengrenzen afgeschaft. Dat veronderstelt wel dat de 26 deelnemende landen hun grenzen met de rest van de wereld afschermen. Naast Bulgarije en Roemenië zijn enkel Ierland en Cyprus lid van de Europese Unie maar niet van de Schengenzone. Als eilanden bevinden die landen zich wel in een bijzondere situatie. Ook de niet-EU-lidstaten IJsland, Noorwegen, Zwitserland en Liechtenstein zijn lid van Schengen.
De prijs van postzegels zal op 1 januari met ongeveer 15 procent stijgen. De prijs van een niet-prioritaire postzegel stijgt met 16,8 procent tot het eenheidstarief van 1,39 euro, de prioritaire postzegel wordt 14,8 procent duurder en kost vanaf 2023 2,17 euro.
Ten opzichte van 2019, toen de niet-prioritaire postzegel van 0,95 euro werd ingevoerd, is de prijs al met bijna de helft (46,3 procent) gestegen. De prijs van de prioriteitszegel is sinds 2017 in waarde verdrievoudigd.
Ook voor internationale zendingen zullen de prijzen in 2023 tot 21 procent stijgen, evenals voor sommige binnenlandse pakketten. Zo stijgt de prijs van het goedkoopste pakket (0 tot 2 kilo) van 4,4 tot 5,04 euro per stuk (+ 14,6 procent). Een nationaal aangetekend pakket verzenden, is nu 12,2 procent duurder (prijsstijging van 7,53 euro naar 8,45 euro).
Proximus trekt op 1 januari de prijzen van een groot deel van zijn diensten op. Het gaat volgens het telecombedrijf om verhogingen met gemiddeld 4 à 6 procent. Bij concurrent Orange worden de prijzen op 15 januari verhoogd.
De vorige prijsverhoging bij Proximus dateert van 1 mei. Toen ging de prijs van de populaire Flex-bundels met 3 tot 4 euro per maand de hoogte in. Vanaf januari rekent Proximus nog eens 3 tot 4,5 euro per maand extra voor de meeste bundels.
Ook het tarief voor vast internet wijzigt deze keer. Het abonnement Internet Maxi wordt 3 euro duurder, tot 54,99 euro per maand of 59,99 euro op fiber. Internet Essential, het goedkoopste abonnement van Proximus, blijft wel op 25 euro per maand.
Het maandelijkse tarief voor de gsm-abonnementen Mobilus wijzigt niet, maar Proximus past wel de prijs van enkele oudere producten aan en maakt ook dataverbruik buiten bundel en belminuten voor prepaidklanten duurder. De prijs voor een vaste telefoonlijn stijgt met 1,5 euro per maand tot 26,13 euro.
Proximus past ook sommige tarieven van zijn lowcostmerk Scarlet aan. De formule Loco Internet (onbeperkt internet) gaat van 32 naar 34 euro per maand, het Trio Pack (internet, tv en vaste lijn) van 40 naar 42 euro per maand. Proximus verwijst opnieuw naar de sterke inflatie. "Die brengt een aanzienlijke kostenstijging met zich mee, met name voor salarissen, energie en prijzen van technologische apparatuur", zegt het bedrijf.
Telecomoperator Orange trekt vanaf 15 januari de prijzen op voor klanten met mobiele telefonie, televisie en internet. Anderzijds worden de mobiele datavolumes verdubbeld, zo meldt Orange Belgium. Voor klanten met een bundel (internet en/of tv) of verschillende mobiele abonnementen blijft de prijs van mobiele telefonie wel gelijk.
In alle Vlaamse bisdommen ligt het tarief voor kerkelijke huwelijken en uitvaarten vanaf 1 januari op 300 euro. Dat is 25 euro meer dan het huidige bedrag van 275 euro.
De prijsstijging geldt zowel in het aartsbisdom Mechelen-Brussel als in de bisdommen Antwerpen, Brugge, Gent en Hasselt. De Bisschoppenconferentie wijst op "de inflatie, oplopende energierekeningen en andere kosten eigen aan het kerkgebouw" als reden voor de tariefverhoging.
De laatste keer dat de Bisschoppenconferentie de prijs voor kerkelijke huwelijken en uitvaarten verhoogde was in 2019. Toen was er ook een prijstoename van 25 euro. Daarvoor lag het tarief sinds 2011 op 250 euro.
Uit het jaarrapport van de Katholieke Kerk bleek dat er opnieuw een daling was van het aantal mensen dat trouwde voor de Kerk. In 2021 werden zowat 4.035 kerkelijke huwelijken voltrokken, tegenover 5.971 in 2019. Daarnaast vonden 41.760 kerkelijke uitvaarten plaats in 2021, ofwel 37,2 procent van alle overlijdens. In 2019 waren dat 44.920 kerkelijke uitvaarten, of 41,3 procent van alle overlijdens.
Vanaf 1 januari mogen alle koffiecapsules in de blauwe pmd-zak. Fost Plus, het bedrijf achter de pmd-zakken, heeft daarvoor een akkoord gesloten met de producenten Nespresso, Nestlé (voor de Starbucks by Nespresso, Nescafé Farmers Origins en Nescafé Dolce Gusto) en JDE Peet's (L'Or en Douwe Egberts). Tot nog toe werden veel capsules gewoon weggegooid, terwijl ze nochtans nog veel waardevolle materialen bevatten.
Daar past Fost Plus voortaan een mouw aan. Na jaren van onderzoek met Nespresso heeft het bedrijf een recyclagesysteem uitgewerkt, waar ook concurrenten van de koffiemaker zich bij hebben aangesloten. De pmd-centra worden aangepast om de capsules uit te sorteren, waarna ze door een Duitse en Nederlandse partner worden gerecycleerd. In heel het land zullen hierdoor alle koffie- en andere drankencapsules, zowel van aluminium als van plastic, in de blauwe zak mogen.
Vanaf nieuwjaar moeten bedrijven overschakelen op transparante vuilzakken voor hun restafval. Dat heeft de Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) beslist opdat inzamelaars makkelijker kunnen controleren op sorteerfouten.
De maatregel geldt enkel voor restafval dat in containers belandt. Hoe transparant de vuilzakken moeten zijn, is niet specifiek vastgelegd. De enige eis is dat eventuele fouten voortaan makkelijk te ontdekken zijn.
Verkeerd sorteren zal voortaan ook strenger worden aangepakt. Als het foute vuilnis in de zak met restafval belandt, moeten inzamelaars de inhoud opnieuw sorteren. De kosten daarvan zijn vanaf het nieuwe jaar voor de rekening van het bedrijf zelf in de vorm van een boete. Volgens OVAM is nog ongeveer de helft van wat bij bedrijven in de restcontainer terechtkomt, eigenlijk recycleerbaar.




