Naar hoofdinhoud
Johny Vosté in Dachau

De vijf boeken van de week: de zoektocht naar Johny Vosté, de Congolese Belg in Dachau en hoe bouw je een "village" voor je kind?  

Hoe kwam Johny Vosté, een Congolese Belg, in het concentratiekamp van Dachau terecht? Documentairemaker Wannes Peremans kon dit verhaal alleen maar vertellen in een boek. En hoe zet je de volkwijsheid - "it takes a village to raise a child" - om in de praktijk? Pedagoge Lynn Geerinck deelt haar tips in "Goed omringd". En een misdaadroman van een pastoor met een pastoor in de hoofdrol: dit zijn de vijf boeken die VRT NWS deze week tipt. 

Myriam Blieck Siska Thuysbaert
Gepubliceerd:

Tijdens zijn onderzoek voor de reeks "Voices of Liberation" over de bevrijding van West-Europa vond programmamaker en researcher Wannes Peremans een bijzondere foto van een blanke en een zwarte man, genomen op de dag van de bevrijding van het concentratiekamp van Dachau. Het onderschrift luidt: "Dit is de Belgische Congolees Johny Vosté, de enige zwarte man in het concentratiekamp van Dachau." Maar was dat wel zo? En wie was Johny Vosté? Peremans zoekt een antwoord op die vragen in het boek "Waar is Johny? De zoektocht naar een Congolese Belg in Dachau" (uitgeverij Borgerhoff & Lamberigts). 

Zoon van Mechelse koloniaal en zijn Congolese huishoudster

"Het begint allemaal in Congo", vertelt Peremans op Radio 1. "Daar wordt Johny in 1924 geboren als kind van de Mechelse koloniaal Alfons Vosté en zijn Congolese huishoudster Fatouma." Na een aantal jaar keert vader Alfons met zijn zoon terug naar zijn heimat Mechelen. Daar is ook Peremans’ zoektocht naar Johny Vosté begonnen. "Ik ben eerst nagegaan of hij nog leefde", zegt de auteur. "Dat zou gekund hebben, maar het was niet het geval. Ik heb wel een andere overlever van Dachau gesproken die Johny ontmoet had in het kamp. Zo wist ik meteen dat mijn verhaal echt was."

17 jaar en verzetsstrijder

Via berichten uit Mechelse weerstandskringen ontdekte Peremans dat Johny als jonge snaak van 17 jaar in 1941 in het verzet stapte. Hij werd verraden en in de zomer van 1942 naar Duitsland gebracht. Via een hele resem tussenstations belandde hij uiteindelijk in Dachau. Hij overleefde dankzij zijn talenkennis, aldus Peremans. "Hij sprak goed Duits en gooide het af en toe op een akkoordje met de bewakers."

Een bijzondere vondst

En dan was er nog een heel bijzonder document. Een van de medegevangenen van Johny, Edward Kupfer, was erin geslaagd om drie jaar lang een dagboek bij te houden over het leven in het kamp. Bij de bevrijding vroeg Kupfer aan zijn medegevangenen te verklaren dat het dagboek echt was en dat hij een betrouwbare Duitser was. Een van de gevangen die de verklaring ondertekend heeft was Johny Vosté. 

"Ineens had ik het gewoon vast, een briefje van Johny Vosté. Dat was misschien wel de leukste vondst van heel mijn boek", vertelt Peremans. Later dook ook nog een tweede foto op, in kleur, gemaakt in Dachau door een Amerikaanse militaire arts en die nu bewaard wordt in een museum in Washington. 

Peremans is ervan overtuigd dat er nog meer mensen in Mechelen Johny hebben gekend maar dat hij die nog niet gevonden heeft.

BELUISTER: De zoektocht van Wannes Peremans naar Johny Vosté - Voorproevers (Radio 1)

Lynn Geerinck is pedagoge, mama van drie jonge kinderen, manager kinderzorg en auteur van "Goed omringd. It takes a village to raise a child" (uitgeverij Borgerhoff & Lamberights). Daarin doet Geerinck uit de doeken hoe je een "village" bouwt die je helpt bij het grootbrengen van je kind: grootouders, tantes, nonkels, framily, buren, maar ook kinderbegeleiders in creches en leerkrachten. "Je village creëren, dat moet je echt zélf gaan orkestreren", vertelt Geerinck op Radio 1.

It takes a village to raise a child

Lynn is initiatiefneemster van village-dates waarbij ouders de opvang van kinderen collectief organiseren via informele netwerken. Inspiratie hiervoor vond ze tijdens een bezoek aan een dorp in Togo. "Het viel me op dat kinderen daar een enorme vrijheid genoten. Ik kon geen individueel kind koppelen aan een individuele ouder. Als je bij ons naar een speeltuin gaat, zie je heel snel welk kind bij welke ouder hoort." In het dorp waren er wel volwassenen die rondliepen en nabij waren, maar "dat was niet specifiek de vader of moeder van het kind". 

Opvoeden doe je niet alleen

Vroeger vormde zich zo'n village spontaan, vaak was dat het dorp. Nu is de opvoeding de verantwoordelijkheid geworden van het kerngezin, vaak nog meer van de mama dan van de papa, vindt Geerinck. Kraamzorg is bijvoorbeeld in een formeel jasje gegoten, terwijl dat vroeger informeel ging via tantes en buren die aan de deur kwamen met kraamkost.

Vandaag lijden ouders onder een parentale burn-out omdat ze denken dat ze heel veel alleen moeten torsen. Door het toenemend individualisme zijn we het niet meer gewoon uit te reiken en collectiviteit aan te moedigen in ons leven. Daarbovenop komt die hyper-verantwoordelijkheid om het goed te doen met je kind. Voor kinderen is zo'n village iets waardevol: het maakt hun belevingswereld rijker. 

BELUISTER: "Eens een bepaalde leeftijd is bereikt, is het mooi dat je die extra ondersteuningsfiguren kan binnenbrengen" - Lynn Geerinck in "Voorproevers" (Radio 1)

Momenteel is de misdaadroman “Moord voor de avonddienst” (uitgeverij Luitingh-Sijthoff) van Richard Coles een bestseller in Groot-Brittanië. Flip Feyten las het boek en vindt het een goede detective in de traditie van Agatha Christie.

Popartiest wordt pastoor en auteur

Coles was in de jaren 80 toetsenist bij de Britse popgroep The Communards die hits scoorden met covers van "Don’t leave me this way” en “Never can say goodbye”. Na de split volgde hij een theologische opleiding en werd hij dominee in de Anglicaanse kerk. 

Als pastoor – rector – komt hij terecht in Finedon, een kleine parochie in Northamptonshire. Coles is ook een bekend mediafiguur die opduikt in allerlei televisie- en radioprogramma’s. Na het overlijden van zijn partner schreef Coles een eerste boek over zijn rouwverwerking. En nu is er dus een misdaadroman met een notering in de top 10 van The Sunday Times. 

Agatha Christie achterna

Het verhaal begint met het voornemen van de pastoor een toilet te plaatsen achteraan in de kerk. Enkele bazige oude dames van het parochiecomité zijn tegen - vaste bezoekers van de kerk moeten hierdoor hun vertrouwde zitplaats afstaan - en er ontstaan allerlei intriges.

“Het is écht een goed boek”, vertelt Feyten op Radio 1. Hij schrijft heel goed met schitterende dialogen. De hoofdpersoon is net als hij een pastoor in een kleine parochie. Als pastoor heeft hij vertrouwelijke gesprekken en is hij op de hoogte van de zieleroerselen van zijn parochianen. Wanneer er drie moorden gebeuren, wordt hij de speurder die de puzzelstukken bijeenlegt. 

Coles past hiervoor het Agatha Christie-principe toe waarbij iedereen wel een motief heeft om de moord te plegen. Als lezer word je een paar keer op het verkeerde spoor gezet. En net als Agatha Christie slaagt hij erin sterke nevenpersonages op te voeren. Ondertussen is een tweede boek met dezelfde detective-pastoor aangekondigd. Het verschijnt in juni 2023 met als titel “A death in the parish”.

In de 16e eeuw ontketenen de geuzen een burgeroorlog in de Lage Landen. Wie waren die bonte rebellen? Historicus Pieter Serrien reconstrueert hun verhaal in een klepper van een boek: "In opstand. Geuzen in de Lage Landen" (Overamstel Uitgevers). 

De "Kleine IJstijd" versterkt de politieke en religieuze spanningen

De opkomst van de geuzen kwam niet uit de lucht vallen. In de tweede helft van de 17e eeuw kampt Europa met de gevolgen van een klimaatcrisis. In de winter van 1664-1665 vriest zelfs de Schelde dicht met grote gevolgen voor de Nederlanden die afhankelijk zijn van de import.

Die "Kleine IJstijd" versterkt ook de politieke en religieuze spanningen die op dat moment in onze contreien heersen. De Spaanse koning Filips II, die vanuit Madrid met ijzeren vuist over de Lage Landen regeerde, zag het als zijn heilige missie om het katholicisme te bewaren en te bewaken. "Hij wilde niks te maken hebben met enige vorm van protestantisme", vertelt Serrien op Klara. 

Bedelaars

De hele opstand begint, nog voor er ook maar sprake is van de term "geuzen", met een groep calvinistische edellieden die de strijd aanbinden tegen de geloofsvervolgingen. Ze trekken met z’n allen naar Brussel om aan de landvoogdes en halfzus van Filips II, Margaretha van Parma, hun eisen voor te leggen. "Ce ne sont que des gueux", klinkt het bij haar entourage. "Het zijn maar bedelaars". Het is een titel die de geuzen de komende decennia met veel trots zullen dragen.

"Liever Turks dan paaps"

De minachting van de regeringslieden voor de geuzen maakt snel plaats voor onrust over de bijval die ze krijgen van de brede bevolking. Het protest groeit zowel in de steden als op het platteland. "De geuzen laten Turkse snorren groeien en dagen de katholieken uit, terwijl ze roepen "liever Turks dan paaps"."

In 1566 escaleert de situatie en komt het tot de beruchte Beeldenstormen. "Dat is echt religieus geweld, gericht tegen de symbolen van de katholieke Kerk", legt Serrien uit. In een mum van tijd staan de hele Lage Landen in vuur en vlam. De geuzenopstand verenigde de verdeelde Nederlanden in een gemeenschappelijke strijd voor meer vrijheid en tegen de verdrukking.

BELUISTER: "Liever Turks dan paaps" - Pieter Serrien over de woelige geschiedenis van de geuzenopstand in de Lage Landen

Wist je dat de Oostenrijkse troonopvolger Franz Ferdinand in 1914 in zijn favoriete hotel in Blankenberge had moeten logeren? En wat deed bokslegende Muhammad Ali in 1979 op de parking van vroegere GB in Schoten? In "De verloren geschiedenis van Vlaanderen" (Standaard Uitgeverij) reist Jos Vandervelden samen met fotograaf Alexander Dumarey langs 50 plekken in Vlaanderen waar de geschiedenis even halt hield.

Franz Ferdinand in Blankenberge en Karl Marx in Brussel

Het boek slingert van Blankenberge, waar de Oostenrijkse troonopvolger Franz Ferdinand in 1914 een hotelkamer boekte een paar maanden voordat een kogel hem zou treffen in Sarajevo en WOI zou losbarsten, naar een bijzonder gildehuis op de Brusselse Grote Markt. 

"In de loop van de 19e eeuw is het gildehuis la maison du cygne, nu een restaurant, verveld tot een revolutionaire herberg waar vrijgevochten lieden uit andere Europese landen kwamen", zo vertelt Vandervelden op Radio 1. "Een van die befaamde lieden die daar drie jaar rondgehangen heeft, was Karl Marx."

Later werd in datzelfde huis de Gouden Schoen uitgereikt. "De winnaar werd ter plaatse gekozen door de juryleden die gezellig zaten te tafelen. Iemand nam de telefoon en belde rechtstreeks naar de winnende voetballer, zonder groot galabal", weet Vandervelden. "Daarna ging er een ander telefoontje naar de BRT en kwam het nieuws op de radio."

Muhammad Ali komt naar Schoten

Nog zo’n opmerkelijke plek in het boek is de parking van de vroegere GB van Schoten. Daar kwam bokslegende Muhammad Ali in 1979 langs op een moment dat zijn carrière in het slop zat en hij bijna blut was. Zijn manager stuurde hem op promotietournee door Europa gesponsord door GB en het automerk Fiat. 

In België mocht hij de handen van Eddy Merckx, Will Tura en Jean-Marie Pfaff schudden, beroemdheden waarvan Ali het bestaan niet eens kende. De grote finale vond plaats op de parking van de GB van Schoten. "Ali komt daar aan in het nieuwe Fiat-model, in een pak met daarop het logo van GB. Maar dat pak zit zo strak wanneer hij uitstapt, dat het meteen openscheurt terwijl de fans toekijken", vertelt Vandervelden. 

BELUISTER: Jos Vandervelden ontdekt verhalen op onverwachte plekken - Voorproevers (Radio 1)

Meer weten over

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Maak van VRT NWS jouw voorkeursbron op Google

Google heeft een nieuwe functie gelanceerd waarmee je zelf kunt kiezen welke bronnen je eerst ziet wanneer je zoekt. Zo mis je nooit meer het laatste nieuws van VRT NWS.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"