De politievakbonden roepen agenten op om van 15 december tot 15 januari waar mogelijk geen boete uit te schrijven voor verkeersovertredingen. De bonden doen dat omdat de federale regering zich volgens hen niet aan de afspraken heeft gehouden over loonsopslag en de eindeloopbaanregeling van agenten.
De vier politievakbonden (VSOA, NSPV, ACV en ACOD) schakelen een versnelling hoger in hun protest tegen de federale regering. Ze hebben de periode van 15 december tot 15 januari uitgeroepen tot "boetevrije maand". Alleen "inbreuken die de veiligheid rechtstreeks in gevaar brengen", zullen nog beboet worden. Het is aan de agenten om elke situatie te beoordelen en passend op te treden, zegt Carlo Medo (NSPV): "Wij vragen hen dat ze, in plaats van een proces-verbaal op te stellen, in situaties waar dat mogelijk is eerder belerend optreden."
Overtredingen zoals gsm'en achter het stuur, de gordel niet dragen of fietsen zonder licht, kunnen dus een maand lang onbestraft blijven. Ook bij snelheidsovertredingen zal de agent de inschatting maken of er al dan niet een boete nodig is. Of er geflitst zal worden, willen de bonden nog niet kwijt. "Dat zullen we zien", klinkt het bij Vincent Houssin (VSOA).
Onvrede over loopbaanbeleid
De actie is gericht tegen enkele beslissingen van de federale regering over de loopbaan van politieagenten. Begin dit jaar bereikten de bonden een akkoord met de regering over een opslag van 60 euro netto in 2023. Maar in het begrotingsakkoord werd uiteindelijk beslist dat het extra geld gespreid zal worden over drie jaar.
De regering heeft woordbreuk gepleegd
Carlo Medo, politievakbond NSPV
Daarnaast heeft de regering aan die opslag ook de afbouw van de voordelige eindeloopbaanregeling van de politie gekoppeld. Nu kunnen agenten vanaf 58 stoppen met werken. Vanaf volgend jaar dooft die regeling uit, en tegen 2030 wordt 63 de vroegst mogelijke pensioenleeftijd. Ook die aanpassing was volgens de vakbonden anders afgesproken. "We willen nu het signaal geven dat de regering woordbreuk heeft gepleegd", zegt Carlo Medo.


