Vrouwen die een kind willen van een overleden partner zullen meer tijd krijgen om een vruchtbaarheidsbehandeling op te starten. Dat stelt federaal minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) voor en staat in de Mediahuiskranten. Nu moet zo'n behandeling met ingevroren zaadcellen van een partner gebeuren binnen twee jaar na zijn overlijden.
Van 2 naar 10 jaar? Vrouwen die zwanger willen worden van overleden partner zullen daar meer tijd voor krijgen
Het was de bekende blogster Laura Verhulst - Madam Bakster - die het thema deze zomer op de agenda zette. Ze is een traject gestart om zwanger te worden van haar echtgenoot, die vorig jaar overleed aan kanker. Voor hij aan zijn chemobehandeling startte, werden zijn zaadcellen ingevroren.
Volgens de huidige wetgeving moet Laura na het overlijden van haar man zes maanden wachten met een vruchtbaarheidsbehandeling. De termijn voor een bevruchtingstraject ligt dan weer op twee jaar. Federaal minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) erkent dat die termijn kort is: "Dat is veel tijdsdruk voor iemand die toch al door een heel moeilijke en zware periode gaat."
Een termijn van twee jaar is veel tijdsdruk voor iemand die toch al door een heel moeilijke en zware periode gaat
Federaal minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke
De minister stelt daarom voor om die termijn van twee jaar te laten vallen, zodat een vrouw meer tijd krijgt om te beslissen of ze al dan niet voor een zwangerschap met hulp van een ivf-behandeling gaat. In de praktijk heeft ze dan tien jaar tijd om zwanger te worden.
Vandenbroucke heeft het voorstel op de regeringstafel gelegd en ziet binnen de regering geen problemen om de wet te wijzigen. Ook CD&V-Kamerlid Nawal Farih pleitte er gisteren nog voor om de wet aan te passen "omdat het onmenselijk is om vrouwen in rouw onder tijdsdruk een beslissing over hun kinderwens te laten nemen."


