Het risico om in armoede te belanden is in 2021 gedaald. Dat staat in het Armoede-jaarboek. 1 op de 8 Belgen leeft volgens dat rapport in een gezin in armoede. Hun inkomen ligt lager dan de armoederisicogrens. Maar de groep die het moeilijk heeft om rond te komen, is waarschijnlijk veel groter.
Risico om in armoede te belanden is uitzonderlijk gedaald door coronasteun: 1 op de 8 Belgen is arm
In België leeft 12,7 procent van de bevolking in een gezin waarvan het inkomen onder de armoederisicogrens valt. Dat betekent dat één op de acht inwoners wordt beschouwd als arm. De meesten van hen wonen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Daar leeft 25,4 procent van de mensen in een gezin in armoede. In het Vlaams Gewest is dat 7 procent, in het Waals Gewest 17,3 procent. Dat staat in het nieuwe Armoede-jaarboek van de Universitaire Stichting voor Armoedebestrijding en is gebaseerd op cijfers van 2021.
Opvallend: in 2021 is het risico om in armoede te belanden gedaald ten opzichte van 2020. Dat komt omdat de armoederisiscogrens stabiel is gebleven. Dat zit zo: inkomens nemen doorgaans toe, en de inkomens bepalen de armoederisicogrens. Wanneer de inkomens stijgen, stijgt de grens mee. Maar tijdens de coronacrisis zijn de inkomens gedaald in plaats van gestegen. Die daling werd wel gecompenseerd door overheidssteun en zo is het totale inkomen dat de grens bepaalt, ongeveer gelijk gebleven.
In België is de armoederisicogrens voor een alleenstaande €15.513 per jaar. Dat komt neer op een inkomen van ongeveer €1.293 per maand. Voor een gezin van twee volwassenen en twee kinderen wordt dat een gezamelijk inkomen €2.715 per maand. Ligt je inkomen lager dan dat? Dan word je beschouwd als ‘arm’.
Bepaalde groepen hebben een hoger armoederisico. Alleenstaanden, eenoudergezinnen en huurders bijvoorbeeld, maar ook mensen die niet (kunnen) werken, laaggeschoolden en Belgische inwoners die buiten de Europese Unie geboren zijn.
Tekortkomingen
De armoederisicogrens is een Europese afspraak om armoede te kunnen vatten in cijfers. Het is een strikte grens. Iemand die bijvoorbeeld een paar euro's meer verdient dan de grens valt buiten de cijfers en zou dus geen risico lopen op armoede, wat in de praktijk niet zo is. Volgens het Armoede-jaarboek leeft in de praktijk 22,4 procent van de Belgen in een gezin dat kwetsbaar is voor armoede. Een pak meer dus dan de 12,7 procent die effectief onder de risicogrens vallen.
De grens wordt nu enkel bepaald door beschikbaar inkomen. Dat gaat van loon tot kinderbijslag, huuropbrengsten en allerhande uitkeringen, met aftrek van belastingen en premies. Er wordt geen rekening gehouden met schulden zoals bijvoorbeeld een lening of met vermogen zoals een spaarboekje, obligaties of aandelen.
Nochtans zou het interessant kunnen zijn om die mee in rekening te brengen, zegt coördinator van het Jaarboek Jill Coenen: "Dan krijg je zicht op een groep die niet in de armoede-statistieken voorkomt, maar tegelijk ook weinig spaargeld heeft om op terug te vallen. En als je geen spaargeld hebt om op terug te vallen, dan heb je een grote kans, als er een crisis is zoals nu, snel je reserves uit te putten, en dan heb je niks meer om op terug te vallen."
Focus op migratie
Het centrale thema van het Armoede-jaarboek is migratie. "We zien dat bijvoorbeeld bij mensen die geboren zijn buiten de Europese Unie één op de drie in armoede leeft. Dat heeft deels te maken met de ongelijke onderwijskansen en arbeidsmarktkanten van migranten. En ook met discriminatie op tal van domeinen in onze samenleving."
"We zien ook dat heel veel migranten de stap naar een OCMW niet durven te zetten, omdat ze bang zijn dat ze hun verblijfsrecht zouden verliezen. Wie van buiten de EU als migrant naar België komt, moet kunnen aantonen dat hij in zijn eigen levensonderhoud kan voorzien. Die regelgeving is echter niet helder en zou moeten aangepast worden."

