Twee familiedrama’s in één weekend zetten de teller van feminicide in ons land dit jaar op een trieste 22. In Dendermonde had het vrouwelijk slachtoffer de voorbije vier jaar vier keer aangifte van huiselijk geweld gedaan. Politie en justitie doen wat ze kunnen om escalaties te voorkomen, maar om duurzame veiligheid te garanderen is meer hulp nodig, zeggen Liesbet Stevens, adjunct-directeur van het Instituut voor Gelijkheid van Vrouwen en Mannen, en Veerle Cielen, referentiemagistraat partnergeweld.
Na familiedrama’s in Dendermonde en Marke: wat kan politie doen na meldingen van geweld en is escalatie altijd te voorkomen?
Afgelopen weekend werden twee vrouwen vermoord door hun huidige of voormalige partner. In Dendermonde werd vrijdagavond een zwangere vrouw samen met haar vijfjarig zoontje om het leven gebracht door haar man, in Marke werd een vrouw door haar ex-partner gedood. Haar kleinkind kon ontkomen. Daarmee werden in 2022 in totaal 22 vrouwen het slachtoffer van vrouwenmoord, evenveel als vorig jaar.
De vrouw uit Dendermonde deed de voorbije vier jaar vier keer aangifte van huiselijk geweld. Volgens het parket van Oost-Vlaanderen werd elke oproep onmiddellijk beantwoord door de politie en vond telkens een gesprek plaats. "Noch de man, noch de vrouw wilde een verklaring afleggen of wilde het huiselijk geweld laten vaststellen”, klinkt het.
Welke stappen kan de politie ondernemen na een melding van intrafamiliaal geweld, wat als een slachtoffer geen klacht wil indienen en valt een escalatie altijd te voorkomen? “De afspraak” vroeg het aan Liesbet Stevens, adjunct-directeur van het Instituut voor Gelijkheid van Vrouwen en Mannen, en aan Veerle Cielen, referentiemagistraat partnergeweld.
Feminicide of vrouwenmoord is de moord op vrouwen enkel en alleen omdat ze vrouwen zijn. “Concreet gaat het om situaties waarin vrouwen het slachtoffer zijn van seksueel geweld en zo vermoord worden, om intrafamiliaal geweld of om geweld in een eergerelateerde context”, verheldert Stevens. “Belangrijke kanttekening: de meeste slachtoffers in zo’n context zijn vrouwen, maar omgekeerd kunnen ook mannen een dodelijk slachtoffer zijn.”
Elk jaar worden in ons land 50.000 pv's over intrafamiliaal geweld opgesteld. “Enorm veel”, zegt Cielen. “Het is een van de materies waar de politie het meest mee in aanraking komt. Zij doen ongelofelijk veel tussenkomsten van bijvoorbeeld buren of aangiften. Die meldingen gaan van slagen en verwondingen over bedreigingen tot het niet willen meegeven van de kinderen.”
Wellicht zijn de 50.000 processen-verbaal een flinke onderschatting. “We weten dat er een hoog dark number is, lang niet elke geweldpleging raakt tot bij het parket.”
“Daar kunnen we weinig over zeggen”, aldus Cielen. “We kennen de zaak niet, en bovendien maakt ze het voorwerp uit van een gerechtelijk onderzoek. Wel kan ik verzekeren dat we als openbaar ministerie samen met de politie streven naar veiligheid binnen het gezin. Een uitdagende taak, want intrafamiliaal geweld en partnergeweld zijn complexe problemen waarvoor geen eenvoudige oplossingen bestaan. Politie en justitie kunnen zorgen voor kortdurende veiligheid, maar voor duurzame veiligheid moeten we samenwerken met andere partners.”
Het koppel uit Dendermonde verhuisde onlangs in de hoop zo een nieuwe start te maken, maar volgens Stevens is het quasi onmogelijk om zonder hulp van buitenaf de cirkel van geweld te doorbreken. “Dat lukt alleen haast nooit. Je kan niet verwachten van iemand die dag in, dag uit in een gevaarlijke situatie leeft, dat hij of zij zelf grenzen kan stellen. Je kan je de vraag stellen of in de zaak in Dendermonde dat signaal voldoende is gegeven.”
“Wat zou moeten gebeuren”, schetst Stevens, “is op basis van het proces-verbaal en tijdens de interventie analyseren of de situatie heel gevaarlijk is. Als elementen daarop wijzen, zou zo’n pv bovenaan de stapel moeten worden gelegd.”
“Of moet er onmiddellijk contact worden opgenomen met het parket”, aldus Cielen. “Kwestie is inderdaad dat de interventieagenten de juiste risicotaxatie of inschatting maken op het terrein.” Factoren als een extreem angstig slachtoffer, wapens en geweld naar de keel moeten meer dan één belletje doen rinkelen. “Bij zulke signalen zien we vaak dat dodelijk geweld volgt.” Ook middelenmisbruik en zwangerschap kunnen gevaarlijk zijn. “Een zwangerschap is een risicoperiode en kan zelfs de start van het geweld betekenen”, duidt Stevens. “Een nieuw mensje vormt voor daders een bedreiging voor de mate waarin ze controle kunnen uitvoeren over hun partner.”
“De checklist met alarmerende factoren is maar één onderdeel van het geheel aan maatregelen die we als politie en parket hebben”, verduidelijkt Cielen. “Zo hebben we sinds een aantal jaar bijvoorbeeld ook het tijdelijk huisverbod, waarbij de agressor voor minstens 14 dagen het huis moet verlaten, wat kan worden verlengd tot 3 maanden.” Een justitie-assistent volgt zo’n zaak op de voet op. In Family Justice Centers werken multidisciplinaire teams samen voor een geïntegreerde aanpak.
In de wetenschap dat het voor slachtoffers vaak bijzonder moeilijk is een lijn te trekken, is het aan de samenleving om als schild voor de vrouw en het kind te gaan staan in bedreigende situaties, vindt Stevens. Cielen treedt haar daarin bij. “Het is niet aan het openbaar ministerie om er een oordeel over te vellen, maar het is wel belangrijk dat wij als overheid zeggen: “Hier is een grens overschreden en moeten we tussenkomen”. Ook naar eventuele kinderen toe is dat een belangrijk signaal.”
“Partnergeweld is geen klachtmisdrijf”, legt Stevens uit. “Vervolging – om het zo uit te drukken – kan opgestart worden zonder dat een slachtoffer formeel klacht indient. Elk incident van partnergeweld moet geregistreerd en opgevolgd worden, bij elke interventie moeten de risico-elementen in kaart worden gebracht om te weten welke soort opvolging moet gebeuren.”
“Als ik daar niet was van overtuigd, was ik allang gestopt”, is Cielen stellig. Ook Stevens is hoopvol. “Er kunnen altijd feiten door de mazen van het net glippen, maar door in te zetten op preventie, bescherming van slachtoffers en een aanpak van de daders kan veel vooruitgang geboekt worden. In grosso modo 80 procent van de gevallen gaat het over wederkerig geweld en ligt er een cocktail aan stressfactoren - zoals een slechte behuizing of werkloosheid - aan de basis. Met zulke daders kan je werken, en is bijvoorbeeld (bovenvernoemde) time-out door een uithuisplaatsing belangrijk om beide partners te doen nadenken over wat er aan de hand is."
"Bij de overige 20 procent spreken we van intieme terroristen, bij uitstek mannen die hun partner volledig willen beheersen en waarvoor we nog geen goede behandeling hebben gevonden."
“Ga in gesprek met het slachtoffer”, drukken Cielen en Stevens op het hart. “Bied hulp aan, verwijs hem of haar door, of ga samen naar het CAW of de politie.”
Wie vragen heeft over geweld en misbruik, kan ook van maandag tot vrijdag tussen 9 en 18 uur terecht op het gratis nummer 1712. Chatten kan ook op www.1712.be van maandag tot en met donderdag van 13 tot 17 en van 18 tot 22 uur.


