In Brussel hebben de Servische president Vucic en de Kosovaarse premier Kurti acht uur lang aan de onderhandelingstafel gezeten. Zonder succes. Het meest dringende punt: een oplossing voor de nummerplaten van de Servische Kosovaren. Maar een akkoord kwam er dus niet. De spanningen met de Servische minderheid in Kosovo lopen op. Europa is ongerust en vreest voor geweld.
Urenlang topoverleg over nummerplatenruzie is mislukt: vrees dat conflict tussen Servië en Kosovo weer oplaait
Europees buitenlandcoördinator Josep Borrell had gehoopt een eind te kunnen maken aan de spanningen tussen Kosovo en zijn Servische minderheid, met een compromisvoorstel over de nummerplaten. Maar ook na acht uur onderhandelen raakten de Servische president Aleksandar Vucic en de Kosovaarse premier Albin Kurti er niet uit.
Kosovaarse nummerplaten
De kwestie van de Servische nummerplaten moest nochtans dringend opgelost worden. In de jonge staat Kosovo wonen zo'n honderdtwintigduizend mensen van Servische origine. Duizenden auto's rijden er nog rond met een Servische nummerplaat. De Kosovaarse overheid wil die meteen verbieden. Iedereen moet een Kosovaarse plaat op de auto schroeven, wie toch met een Servische rijdt kan 150 euro boete krijgen. Vanaf april zouden de nummerplaten zelfs volledig verboden worden.
Maar dat zien de Servische Kosvaren niet zitten. Zij houden vast aan hun Servische identiteit, en rekenen op de grote broer uit Belgrado - Servië dus - om hen te beschermen. Veel Servische Kosovaren betalen hun belastingen niet, of hun elektriciteitsrekening. Zij boycotten de staat.
Recent hebben ze uit protest over de nummerplatenkwestie zelfs het werk neergelegd of ontslag genomen, als agent, ambtenaar of rechter. In de Servische dorpen heeft de Kosovaarse staat op dit ogenblik dus gezag noch personeel.
Terwijl de Kosovaarse regering net probeert om de autoriteit van de staat overal te doen gelden, ook dus in de Servische gebieden. Sinds Kosovo zich in 2008 van Servië afscheurde, is het nooit gelukt om de tweespalt te doorbreken. De meeste Serviërs in Kosovo aanvaarden het gezag van de regering niet.
Dit is een negatief signaal, en beide partijen dragen verantwoordelijkheid
Europees buitenlandcoördinator Josep Borrell
Nieuw geweld valt helaas niet uit te sluiten. Bij een vorige deadline over de nummerplaten braken vorige zomer al kleine incidenten uit. Europa wil nochtans koste wat het kost vermijden dat het smeulend conflict weer oplaait, zeker nu er in Europa al een oorlog woedt, in Oekraïne. Ook de Verenigde Staten hadden de druk op de Kosovaarse premier Albin Kurti de voorbije dagen opgevoerd, in de hoop dat hij een compromis zou aanvaarden.
Dat gebeurde dus niet. Europees bemiddelaar Borrell stak zijn frustratie na afloop dan ook niet weg. Hij noemde het een negatief signaal, en zei "de lidstaten en onze partners te zullen informeren over het niet-constructieve gedrag van de partijen." Borrell voegde eraan toe dat dat in het bijzonder geldt voor Kosovo, want Servië bleek nog bereid het Europese compromis te aanvaarden, Kosovo niet.
De door de NAVO geleide vredesmacht in Kosovo telt zo'n vierduizend soldaten. In het noorden van Kosovo, daar waar de Serviërs wonen, zijn er ook 130 mensen van Eulex, een Europese missie die de rechtstaat helpt te functioneren.
Bij een gebrek aan politiemensen en ordehandhavers in het Servische deel van Kosovo, moet de ordehandhaving door Eulex worden gegarandeerd. Geen sinecure. Europa vreest een gapende leegte op het gebied van veiligheid. België heeft in 2008 vrij snel de onafhankelijkheid van Kosovo erkend. Ons land helpt het vredesproces, en had begin deze eeuw zelfs meer dan duizend soldaten in Kosovo.

