KULeuven en UMC Amsterdam gaan een nieuwe therapievorm testen bij jongvolwassenen met zelfmoordgedachten. Het gaat om een vorm van gesprekstherapie, en nieuw daarbij is dat ze van bij het begin de ouders sterk gaan betrekken bij de behandeling van hun volwassen kind.
KU Leuven test nieuwe therapievorm bij jongvolwassenen met zelfmoordgedachten: "We herstellen verbinding tussen ouder en kind"
Wie met vragen over zelfdoding zit, kan terecht op de Zelfmoordlijn op het gratis nummer 1813 of op zelfmoordlijn1813.be. Nood aan een gesprek? Dan kan u 24/7 terecht bij Tele-Onthaal op het nummer 106 of chatten via www.tele-onthaal.be . Jongeren kunnen terecht bij Awel op telefoonnummer 102 of via chat op awel.be .
Elke dag sterven drie Vlamingen door zelfdoding. Samen met Nederland is Vlaanderen zo bij de trieste koplopers van de suïcidecijfers. Bij jongeren tussen 18 en 25 jaar is het zelfs de belangrijkste doodsoorzaak.
Jongeren en volwassenen met zelfmoordgedachten krijgen nu meestal gesprekstherapie of antidepressiva, of een combinatie van beide. Die gesprekstherapie richt zich in de eerste plaats op de jongere zelf. Die leert welke stressfactoren een trigger zijn en hoe je daarmee om kan gaan. Helaas zijn patiënten hier niet altijd voldoende mee geholpen.
De KU Leuven en UMC Amsterdam zullen nu in het onderzoeksproject ALIVE een nieuwe gesprekstherapie testen bij 138 jongeren: ABFT (attachment based family therapy). Daar staat niet langer enkel de jongvolwassene centraal, maar ook de band met de ouder of het gezin: een aanbeveling van de Wereldgezondheidsorganisatie. In de Verenigde Staten leidde de therapie al tot goede resultaten.
Verbinding beschermt
"Als mensen suïcidaal worden is dat vaak omdat ze blootgesteld worden aan heel veel stressfactoren, die ze niet meer goed de baas kunnen alleen", vertelt klinisch psycholoog Guy Bosmans, één van de onderzoekers (KU Leuven). "Mensen die erin slagen om dan hulp en ondersteuning te zoeken, zijn dan wat beschermd tegen die stress". En net daarop werkt de nieuwe therapie.
Bij kinderen is het normaal dat de ouders betrokken worden in de therapie, terwijl dat bij volwassenen niet gebeurt. "Maar jongvolwassenen, jonge twintigers, zijn nog volop in ontwikkeling naar volwassenheid", zegt Bosmans. "Dat maakt het erg lastig om hulp te vragen, want je zou dat zogezegd zelf moeten kunnen, je bent volwassen".
"Ik heb u nodig"
De jongvolwassenen willen vaak hun ouders beschermen of hebben het gevoel dat ze niet bij hen terecht kunnen.
En dat is helemaal geen teken van een slechte thuissituatie of moeilijke opvoeding, benadrukt Bosmans. "Meestal is dat niet het gevolg van "slechte" ouders, maar door de manier waarop je met elkaar communiceert. Ouders voelen zich machteloos omdat ze jarenlang goed voor hun kind proberen zorgen en dat niet lijkt te lukken".
Ouders voelen zich machteloos omdat ze goed voor hun kind proberen te zorgen en dat niet lijkt te lukken
Guy Bosmans, klinisch psycholoog (KU Leuven)
Tegelijk raakt het kind ervan overtuigd dat de ouders er niet zullen staan. "Vervreemding en boosheid komt dus vaak van het verlangen om op de ander te kunnen rekenen. Het gevoel "ik heb u nodig"."
In de nieuwe therapie stellen de onderzoekers in een eerste gesprek na een crisis al voor om de ouders te betrekken in de therapie. "We hebben gemerkt dat bijna alle jongeren aan wie we dat voorstellen, akkoord gaan." Daarna hebben ouder en jongvolwassene apart gesprekken om te ontdekken waar de vertrouwensbreuk vandaan komt. "Zo herstellen we de verbinding tussen ouder en kind".
Het onderzoek gebeurt in België in zeven centra voor mentale gezondheid die je kan vinden op deze website .



