De Franse gemeenschap heeft haar eerste verlengde herfstvakantie achter de rug. Eerder dit jaar werd beslist dat de zomervakantie er twee weken wordt ingekort, waardoor de herfst- en krokusvakantie elk een week langer worden. Aan de schoolpoort klinken de eerste reacties positief, en ook pedagogen hebben hoge verwachtingen. "Een lange zomervakantie kan een negatief effect hebben op de leerprestaties van kinderen", weet Pedro De Bruyckere.
Voor het eerst twee weken herfstvakantie in het Franstalig onderwijs: de voor- en nadelen gewogen
Wat is er ook alweer beslist in het Franstalig onderwijs?
Vanaf dit schooljaar wordt de zomervakantie in het Franstalig onderwijs met twee weken ingekort. Het schooljaar is er gestart op 29 augustus en eindigt op 7 juli. In plaats daarvan worden de herfst- en krokusvakantie verlengd en duren ze nu elk twee weken. De kerst- en paasvakantie blijven zoals ze zijn, al valt die laatste wel wat later. Daarmee wordt het zogenoemde “7+2”-model gevolgd: zeven weken les, gevolgd door twee weken vakantie. De wijziging past binnen een bredere hervorming van het Franstalig onderwijssysteem.
Franstalig België – en bij uitbreiding het hele land – evalueert de eerste verlengde herfstvakantie. De toerismesector bijvoorbeeld wrijft in haar handen: naar de kust zakten de voorbije twee weken beduidend meer toeristen af, en ook dierentuin Pairi Daiza spreekt van meer bezoekers. Een mooi neveneffect, maar hoe blikken scholen zelf erop terug?
Van kinderen die zeggen “meer uitgerust” te zijn, leerkrachten die er “deugd” van hebben gehad tot ouders voor wie “eigenlijk niet veel veranderde”: bij een basisschool in Laken horen we vooral positieve stemmen. Al was het volgens sommigen ook goochelen om oppas te vinden: “Mijn vrouw en ik moesten werken, het was niet makkelijk”.
Pedagogische voordelen
In het Nederlandstalig onderwijs is een hervorming van het vakantiesysteem niet voor meteen. Afgelopen zomer leverde de Vlaamse Onderwijsraad een rapport af met een duidelijke boodschap: "Bij de onderwijspartners blijkt er – in elk geval voorlopig – geen algemeen draagvlak te zijn voor een andere indeling van het schooljaar."
En dat is jammer, vindt pedagoog Pedro De Bruyckere. Hij ziet namelijk heel wat pedagogische voordelen van tel. “Een lange zomervakantie kan een negatief effect hebben op de leerprestaties van kinderen. De band wordt te lang doorgeknipt. Vooral kansarmere kinderen, die vaak minder gestimuleerd worden, en kinderen van wie de ouders minder tijd met hen kunnen doorbrengen, ondervinden daar nadelen van. Ga je op kamp of reis of kan je veel activiteiten doen, dan is dat negatieve effect minder aanwezig.”
Bovendien zorgt het “7+2”-model voor meer balans, meent De Bruyckere. “De trimesters zijn meer gestroomlijnd, het zwaartepunt ligt niet meer op de lange periode van september tot december.”
Tijd voor gezin
Collega-pedagoog Philippe Noens (Odisee hogeschool) erkent de voordelen van een kortere zomervakantie, al maakt hij ook een kanttekening. “We zien inderdaad een positief effect op de leerachterstand, vooral bij gezinnen in een kwetsbare situatie, maar het is jammer dat we een vakantieperiode begrijpen als iets wat de batterijen moet opladen voor de volgende schoolperiode aanbreekt. Vakantie is meer dan een periode weg van de school. De luxe van het gezin – een comfort dat de school mist – is dat niet alles moet renderen om zinvol te zijn. Van de vaste plaatsen innemen tijdens het ontbijt tot zeuren om wat langer op te blijven: in een gezin spelen allerlei routines en gewoontes die op zichzelf moeilijk uit te leggen zijn, maar de lijm van het gezin vormen. Als we vinden dat het gezin de hoeksteen van de samenleving is, moeten we het gezin ook de tijd geven zich te (heruit)vinden.”
Noens denkt ook aan leerkrachten, schooldirecties en ondersteunend onderwijspersoneel. “Zij werken in de zomer een week langer door en starten in augustus vroeger op. Als je daar twee weken van afsnoept, wordt hun window of opportunity voor vakantie wel heel kort. Ook zij hebben het recht om afstand te kunnen nemen van hun werk.”
“We mogen de impact van onze prestatiesamenleving ook niet onderschatten”, gaat Noens verder. “De week van kinderen en jongeren zit vaak eivol. Hoeveel tijd hebben ze om echt vrij te spelen en rond te hangen, zonder dat er iets "moet"? Het lijkt goed om op termijn zoals in de Franse gemeenschap de vakantieperiodes te herindelen, maar laat dit vooral geen opstap worden naar minder."
Conservatief
Socioloog Ignace Glorieux pleit voor het systeem dat in het Franstalig onderwijs is geïmplementeerd. “Sterker nog: 25 jaar geleden heb ik exact dit systeem voorgesteld aan de toenmalige Vlaamse minister van Onderwijs, Luc Van den Bossche. Waarom we vandaag nog steeds geen stap vooruit staan? De schrik voor verandering. Onze vakbonden zijn zeer conservatief op dat vlak en houden wel vaker vernieuwing tegen. Nu, let wel: bij onze zuiderburen leefde de discussie nog langer, zij hebben er eveneens 25 à 30 jaar over gedaan om de knoop door te hakken.”
Of het nieuwe systeem de beoogde pedagogische doelen haalt, weten we ten vroegste eind juni. “Al zou ik zeker twee à drie schooljaren wachten vooraleer we conclusies kunnen trekken”, aldus Glorieux. “Mocht ik vandaag Vlaams minister van Onderwijs zijn, ik zou eerst naar de positieve en negatieve gevolgen onder de taalgrens kijken. Zij zijn als het ware een sociaal experiment waaruit we kunnen leren. Bovendien komen we uit een woelige coronaperiode, en zitten we nog steeds met het lerarentekort. Ons onderwijs heeft veel meegemaakt, en het is toch een gevoelige ingreep.”
"Durven aanpakken"
“De huidige schoolkalender is namelijk helemaal verweven door onze samenleving”, aldus De Bruyckere. “Denk maar aan de prijzen om op reis te gaan: die liggen in september een pak lager.” Glorieux verwacht dat een omschakeling in praktijk meevalt. “Ouders moeten het hoe dan ook vaak met vier weken vakantie doen, terwijl een schoolkalender vijftien weken vakantie telt. Daar verandert een verschuiving niets aan.”
“Ik vind het veel problematischer dat kinderen om 15.30 uur naar huis worden gestuurd, of op woensdag ’s middags vrij zijn. In praktijk resulteert dat vaak in moeders die vier vijfde werken om dat op te lossen. De schoolkalender loopt sowieso niet gelijk met de arbeidstijden van de ouders. Dan wegen voor mij de eventuele pedagogische voordelen zwaarder door.”
Mocht Vlaanderen haar eigen koers varen en uiteindelijk voor een ander systeem kiezen – een compromis, bijvoorbeeld – hoeft dat volgens Glorieux geen probleem te zijn. “In Nederland zijn eveneens drie onderwijszones. In Duitsland hanteert zelfs elke deelstaat haar eigen schoolkalender. Laten we dit soort problemen durven aanpakken, in plaats van ze op voorhand al af te schrijven als onmogelijk op te lossen.




