Naar hoofdinhoud
De schat bestaat uit twee volledige ringen en zogenaamd hakzilver, in stukjes gebroken zilveren voorwerpen.

Zilverschat uit de Vikingtijd gevonden in Noorwegen

In Noorwegen is een zilverschat uit de Vikingtijd gevonden. De vondst bestaat bijna helemaal uit in stukjes gehakte zilveren voorwerpen. Dit zogenaamde hakzilver stamt uit de periode die de overgang vormt tussen ruilhandel en het gebruik van muntstukken in de handel. Het zilver werd gewogen en gebruikt als betaalmiddel en de kleine stukjes maakten het gemakkelijker het gewenste gewicht te bekomen. De vondst werd eind vorig jaar gedaan in de gemeente Stjørdal in centraal Noorwegen en is nu bekendgemaakt. 

Luc De Roy
Gepubliceerd:

Op 21 december vorig jaar deed Pawel Bednarski met zijn metaaldetector de vondst van zijn leven. Eigenlijk was het eerder toevallig dat hij er die dag op uitgetrokken was. Het weer was al een tijdje niet al te best, maar de voorspellingen gaven een paar dagen beter weer. Bednarski besloot zijn kans te wagen en te gaan zoeken op een stuk land op het Kongshaug-plateau in Stjørdal. 

"Het eerste voorwerp dat ik vond, was een kleine ring die er op het eerste gezicht niet al te interessant uitzag. Toen verscheen er nog een ring en dan een stuk van een armband", zei Bednarski. 

Uiteindelijk haalde hij een hele schat aan kleine zilveren objecten uit de grond, onder meer stukken van muntstukken, juwelen en zilverdraad, die allemaal slechts 2 tot 7 centimeter onder het oppervlak zaten. 

"De objecten hingen vol klei, dus het was niet gemakkelijk om te zien hoe ze eruitzagen. Het was pas toen ik thuis kwam en een van de stukken van een armband afspoelde, dat ik besefte dat dit een opwindende vondst was", zei hij. 

Bednarski legde de stukken voor aan archeologen van de provincie Trøndelag, die bevestigden dat de vondst interessant was en waarschijnlijk uit de Vikingtijd stamde. 

Maar het was pas toen er contact werd opgenomen met onderzoeker en archeoloog Birgit Maixner van het NTNU Vitenskapsmuseet (Wetenschapsmuseum) in Trondheim, dat Bednarski te weten kwam hoe opwindend de vondst wel was.  

Twee eenvoudige zilveren ringen waren de eerste voorwerpen die tevoorschijn kwamen. Dergelijke ringen maken vaak deel uit van gevonden schatten, maar ze worden zelden gevonden in graven uit de Vikingtijd. Dat suggereert dat ze waarschijnlijk gebruikt werden als betaalmiddel en niet als juwelen.

46 objecten

De vondst bestaat uit 46 zilveren voorwerpen en het zijn bijna allemaal fragmenten. Naast twee volledige, eenvoudige ringen gaat het om Arabische munten, een gevlochten halsband, verschillende armbanden en kettingen, die allemaal in kleine stukjes gesneden zijn, wat hakzilver genoemd wordt. 

"Deze vondst stamt uit een tijd toen stukken zilver gewogen werden en gebruikt werden als betaalmiddel. Dat systeem noemt men 'gewichtseconomie' en het was in voege in de overgangsperiode tussen de eerdere ruileconomie en de latere munteconomie", zei Maixner. 

In West-Europa begon men munten al te gebruiken in de periode van de Merovingen (550-800 n.C.) maar het was pas tegen het einde van de Vikingtijd - laat in de 9e eeuw - dat men in Noorwegen munten begon te slaan. Tot aan de Vikingtijd was de ruileconomie algemeen in de noordse landen maar tegen het einde van de 8e eeuw - het begin van de Vikingtijd - begon de gewichtseconomie haar intrede te doen.  

Zes tienden van een koe

"De gewichtseconomie was een veel soepeler systeem dan de ruileconomie. In de ruileconomie had je bijvoorbeeld al een behoorlijk aantal schapen nodig als je die wilde ruilen voor een koe. Gewogen zilver was daarentegen gemakkelijk te hanteren en te vervoeren en je kon er de goederen mee kopen die je wilde", zei Maixner. 

De 46 stukjes zilver uit de schat wegen in totaal 42 gram. Hoeveel koeien zou je voor die hoeveelheid zilver hebben kunnen kopen in de Vikingtijd? 

"We kunnen uiteraard niets met zekerheid zeggen, maar de Gulating-wet geeft ons enkele aanwijzingen over de prijs van een koe. Een beetje rekenen op basis van die wet suggereert dat deze schat ongeveer zes tiende van een koe waard was", zei Maixner. De Gulating is een van de oudste wetgevende vergaderingen in Noorwegen.

"De hoeveelheid zilver in de schat was in die tijd behoorlijk wat waard - vooral voor één individu -, als je weet dat het nog niet zo lang geleden is dat middelgrote boerderijen met vijf koeien algemeen werden."

Arabische munten waren de belangrijkste bron van zilver in de Vikingtijd. Eén manier waarop ze in Scandinavië terecht kwamen, was door de pelshandel. Het opknippen van de munten maakte het makkelijker om het gewenste gewicht te verkrijgen.

Verborgen of geofferd?

Waarom zou iemand een dergelijk fortuin begraven hebben? "We weten niet of de eigenaar het zilver verstopt heeft om het veilig te stellen - en dan verhinderd is geweest het opnieuw op te halen - of dat het begraven werd als een offer of een gift aan een god", zei Maixner. 

De meeste stukjes zilver die gevonden zijn, wegen minder dan een gram, wat doet veronderstellen dat ze herhaaldelijk gebruikt zijn als betaalmiddel. Dat de eigenaar betrokken zou geweest zijn bij handel, is dan ook een redelijke veronderstelling.

Maar was hij een lokale verkoper die zijn goederen al verkocht had of was hij een bezoeker die goederen kwam kopen om ze door te verkopen? Een aantal ongewone kenmerken van de objecten kunnen enkele mogelijkheden onthullen.   

Denen op reis naar Trøndelag?

Typisch voor Scandinavische schatten uit de Vikingtijd is dat ze één fragment van elk object bevatten. Deze vondst bevat echter verschillende stukken van hetzelfde soort artefact. Zo zit er een bijna volledige armband in de vondst, die verdeeld is in acht stukken. Gedacht wordt dat brede armbanden van dit type in de 9e eeuw in Denemarken werden gemaakt. 

"We kunnen zien dat de eigenaar zich had voorbereid op handel drijven door het zilver in geschikte gewichtseenheden te verdelen. De persoon in kwestie had toegang tot volledige brede armbanden, een oer-Deens object, wat erop lijkt te wijzen dat de eigenaar in Denemarken verbleef voor hij naar het gebied rond Stjørdal -Trøndelag - reisde", zei Maixner. 

Een ander ongewoon kenmerk is de ouderdom van de Arabische munten. Doorgaans zijn zo'n drie kwart van de islamitische munten in Noorse vondsten uit de Vikingtijd geslagen tussen 890 en 950 n.C. Uit deze vondst zijn slechts 4 van de 7 munten gedateerd, maar ze stammen uit de late jaren 700 of vroege jaren 800 tot later in de 9e eeuw. 

"De relatief hoge ouderdom van de islamitische munten, de brede armbanden en de hoge mate van versnippering van de meeste objecten zijn meer kenmerkend voor vondsten uit Denemarken dan uit Noorwegen. Deze kenmerken maken het ook redelijk aan te nemen dat de artefacten dateren van rond 900 n.C.", zei Maixner. 

Weegschalen als deze werden gebruikt in de gewichtseconomie. Dit exemplaar werd gevonden in een grafheuvel bij Bjørkhaug in Steinkjer, een andere gemeente in de provincie Trøndelag.

Strategische plaats

In de Vikingtijd stroomde de Stjørdalselva-rivier kalmpjes in een brede S-bocht langs boerderijen die vandaag bekend staan als Værnes, Husby en Re. Het gebied rond de Hognes- en Moksnes-boerderijen was een brede vlakte in de binnenkant van de bocht. Op de plaats waar de meanders het dichtst bij elkaar kwamen, vormde het plateau van Kongshaug (Koningsheuvel) een smalle, verhoogde landbrug naar de vlakte - de enige toegang vanuit het zuiden. Aan de andere kant van de vlakte, bij wat vandaag de Husby boerderij is, was er een wad door de Stjørdalselva. 

Het Kongshaug-plateau nam dus een zeer strategische plaats in op de noord-zuidweg aan de toegang tot het Stjørdal-gebied, dat zelf een belangrijke handelsroute was tussen het oosten en het westen. 

"Gewichten en munten uit de Vikingtijd die gevonden zijn op de vlakte in de rivierbochten en bij de Husby-boerderij, tonen aan dat er handel werd gedreven in dit gebied. Een graf uit de Vikingtijd aan de Moksnes-boerderij - waarin een weegschaal om zilver te wegen gevonden werd tussen de artefacten - bevestigt dit", zei Maixner. 

"Misschien vond de eigenaar van de zilverschat de handelspost onveilig en verstopte hij zijn waardevolle voorwerpen aan de toegang tot de vlakte, op het Kongshaug-plateau. Daar bleef het liggen, tot Pawel Bednarski het zo'n 1100 jaar later vond."

En hoe voelt dat, om na meer dan 1000 jaar de schat te ontdekken? "Fantastisch! Ik had nog nooit zo'n ontdekking gedaan - het is iets dat je maar één keer meemaakt", zei Bednarski. 

Dit artikel is gebaseerd op een persmededeling van NTNU, de Norges teknisk-naturvitenskapelige universitet, de Technisch-Natuurwetenschappelijke Universiteit van Noorwegen.   

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Wat schuilt er achter Go Church? En hoe komt het dat vooral kwetsbare minderjarigen hier slachtoffer van worden? VRT NWS Pano trok op onderzoek.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"