Een overenthousiaste ouder die langs de zijlijn de jonge spelertjes van het andere team uitscheldt of de eeuwige discussie wiens beurt het is om de truitjes te wassen. Voor veel ouders van sportende kinderen zijn het helaas zeer herkenbare situaties. Hoe ga je daar als ouder, trainer of sportclub mee om? Het Centrum Ethiek in de Sport heeft een mogelijke oplossing uitgewerkt.
Hoe ga je om met schreeuwende ouders aan de zijlijn van het sportveld of met trainers die je kind te vaak op de bank houden?
Ouders hebben een grote impact op hun sportende kinderen. Ze schrijven ze natuurlijk in bij een sportclub en moeten ze naar trainingen en wedstrijden brengen. Tegelijk kunnen ze hun kinderen motiveren om het te blijven doen of net demotiveren door hun gedrag thuis of langs de zijlijn. Hetzelfde met trainers die bijvoorbeeld altijd dezelfde kinderen op de bank laten zitten.
Om daarbij te helpen heeft het Centrum voor Ethiek in de Sport een soort spel opgesteld. Aan de hand van 20 concrete voorbeelden moet de communicatie en het begrip tussen de club, de trainer, de ouders en de ouders onderling verbeteren. "Alles is in functie van het kind, want zij zijn de dupe van schreeuwende ouders aan de zijlijn of slechte communicatie tussen ouder en trainer", zegt Evy Van Coppenolle van het Centrum Ethiek in de Sport aan VRT NWS.
Een van die concrete voorbeelden:
Bij elke concrete situatie horen tips voor trainers en voor ouders. In bovenstaand voorbeeld over de ruziemakende ouders zijn dat onder meer deze tips: "Wij supporteren VOOR onze ploeg, nooit TEGEN de tegenstander" of "Laat je niet provoceren door andere ouders of de tegenspelers".
"Een ander typisch voorbeeld is dat van ouders die langs de zijlijn tactische richtlijnen staan te roepen naar de kinderen", zegt Van Coppenolle. "In essentie is dat de taak van de trainer." Een van de tips in dit voorbeeld is "Moedig hen aan, op het juiste moment, en op de juiste manier: wees de ondersteunende ouder en niet de geflipte supporter".
"Met deze kaarten kunnen ouders en trainers dus in gesprek gaan om te bekijken hoe ze dat in de praktijk gaan oplossen", legt Van Coppenolle uit. "Wie heeft welke taak? En zo kunnen ze elkaar beter begrijpen." In het totaal zijn er 20 dergelijke voorbeelden die zo uit de praktijk komen. Bij elk voorbeeld horen verschillende tips, zowel voor de trainer als voor de ouders. We lichten er enkele uit:
Discussie over wiens beurt het is om de truitjes te wassen:
Tip voor de trainer: maak taken concreet en afgebakend zodat ouders weten waarvoor ze zich engageren
Tip voor de ouders: besef dat veel trainers ook vrijwilligers zijn
Uitschelden van de scheidsrechter:
Tip voor de trainer: wees een rolmodel, jouw gedrag heeft een grote invloed op hoe de ouders zich gedragen
Tip voor de ouders: je kind moet leren om emoties te beheersen, toon dat jij dat ook kan
Mijn kind zit vaak op de bank:
Tip voor de trainer: stel eerlijke speelkansen voorop, denk ook aan plezier en langetermijnontwikkeling van jonge sporters
Tip voor de ouders: bespreek je zorgen rustig, op het juiste moment met de juiste persoon
Hoge prestatiedruk op kinderen:
Tip voor trainer: reageer goed op winst en verlies, bekijk persoonlijke ontwikkeling op lange termijn
Tip voor ouders: doorkruis de rol van de trainer niet
"Het plezier van het kind moet steeds centraal staan", zegt Van Coppenolle. "Alles draait rond fair play: niet alleen op het veld, maar ook naast het veld. Zowel voor trainers die hun sporters instructies geven tot de ouders die juichen voor hun kinderen. Dat gebeurt best op een serene en integere manier."
De bedoeling is dat de sportclub een sessie aanvraagt bij het Centrum Ethiek in de Sport of de zogenoemde "Toolbox Sportouders" aankoopt (red. 28 euro) om zelf zo’n sessie te organiseren met de trainers en ouders. "We zien ook dat veel sportfederaties en lokale sportdiensten dit aankopen voor hun sportclubs", klinkt het.


