Een experimenteel vaccin tegen borstkanker heeft op een veilige manier een sterke immuunrespons opgewekt tegen een sleuteleiwit van tumoren. Dat is gebleken uit een beperkte fase I-test. De bevindingen suggereren dat het vaccin gebruikt zou kunnen worden om verschillende types van borstkanker te verhinderen of te behandelen, waaronder een bijzonder agressieve vorm van borstkanker. Er wordt nu een uitgebreidere fase II-test uitgevoerd met het vaccin.
"Omdat dit geen gerandomiseerd klinisch onderzoek was, moeten de resultaten als voorlopig beschouwd worden, maar de bevindingen zijn veelbelovend genoeg om het vaccin nu te evalueren in een grotere, gerandomiseerde klinische test", zei dokter Mary 'Nora' Disis. Bij een gerandomiseerd onderzoek krijgt een deel van de deelnemers het actieve middel en een ander deel, de controlegroep, een placebo. Dit fase II-onderzoek is nu al aan de gang en de onderzoekers zoeken nog deelnemers.
Nora Disis is professor geneeskunde aan de School of Medicine van de University of Washington (UW) en directeur van het UW-Cancer Vaccine Institute, waar het vaccin ontwikkeld en getest is. Ze is de hoofdauteur van de studie over de klinische test die nu gepubliceerd is.
De beperkte fase I-test was opgezet om de veiligheid van het vaccin te testen en om te zien of het een immuunrespons zou opwekken tegen een bepaald eiwit.
Het vaccin heeft als doelwit een eiwit dat human epidermal growth factor receptor 2 (HER2) genoemd wordt. HER2 wordt gevonden op het oppervlak van veel cellen, maar bij tot wel 30 procent van de borstkankers is er een overproductie van HER2, tot 100 keer de hoeveelheid die bij normale cellen wordt gezien. Deze 'HER2-positieve' kankers zijn doorgaans agressiever en meer geneigd terug te komen na behandeling.
Maar de overproductie van HER2 lokt ook een immuunreactie uit die gunstig kan zijn. Meer bepaald is het zo dat patiënten met HER2-positieve borstkankers bij wie zich een bepaald type immuunreactie voordoet die cytotoxische of celdodende immuniteit genoemd wordt, minder kans lopen hun kanker te zien terugkeren na de behandeling en over het algemeen langer overleven dan patiënten die een dergelijk immuunrespons niet vertonen.
Om zo'n soort respons te stimuleren, creëerden Disis en haar collega's een DNA-vaccin. In tegenstelling tot eiwitvaccins, die een eiwit of een deel van een eiwit bevatten waarvan je wil dat het immuunsysteem dat als doelwit neemt, bevatten DNA-vaccins de DNA instructies voor dat doelwit-eiwit.
Als het ingespoten wordt, wordt dit DNA opgenomen door cellen rond de plaats van de injectie, die dan het eiwit beginnen te produceren waarvoor de code in de DNA-instructies van het vaccin zit. De cellen zullen dan dat eiwit aan het immuunsysteem overdragen en dat proces maakt het waarschijnlijker dat er een sterke, cytotoxische immuunrespons opgewekt wordt.
Het vaccin dat in deze test gebruikt is, bevat de DNA-instructies voor een deel van HER2 dat zich meestal in de cel bevindt. Van dit intracellulair deel is geweten dat het sterkere cytotoxische immuunresponsen uitlokt.
Langere overleving
Aan de test namen 66 vrouwen met uitgezaaide kanker deel. Al de vrouwen hadden een volledige standaardtherapie achter de rug en hadden ofwel volledige remissie bereikt - waarbij de kanker (tijdelijk) niet meer actief lijkt - ofwel hadden ze enkel nog tumoren in hun beenderen. Die tumoren hebben de neiging erg traag te groeien.
De deelnemers aan het onderzoek werden verdeeld in 3 groepen en elke deelnemer kreeg 3 injecties. Eén groep kreeg 3 injecties met een lage dosis van 10 microgram van het vaccin, een tweede groep kreeg 3 injecties met een middelmatige dosis van 100 microgram en de derde groep 3 injecties met een hoge dosis, 500 microgram (0,0005 gram). Daarnaast kregen ze ook allemaal een geneesmiddel dat het immuunsysteem stimuleert, granulocyte-macrophage colony-stimulating factor (GM-CSF), een middel dat cytotoxische immuniteit bevordert.
De deelnemers werden dan opgevolgd gedurende 3 tot 13 jaar, de mediane opvolgperiode was bijna 10 jaar. Een lange opvolging was belangrijk omdat HER2 gevonden wordt op vele andere types van cellen. De onderzoekers wilden er zeker van zijn dat de vaccinatie geen auto-immuunreactie zou uitlokken tegen ander, gezond weefsel dat drager is van HER2.
"De resultaten toonden aan dat het vaccin erg veilig was", zei Disis. "Het was zelfs zo dat de meest voorkomende neveneffecten die we bij ongeveer de helft van de patiënten vaststelden, zeer gelijkaardig waren aan wat je ziet bij covidvaccins: roodheid en een zwelling op de plaats van de injectie en mogelijk een beetje koorts, koude rillingen en griepachtige symptomen."
Het vaccin stimuleerde ook met succes de gewenste cytotoxische immuunrespons zonder ernstige neveneffecten uit te lokken. De sterkste immuunrespons werd vastgesteld bij de patiënten die de middelste dosis hadden gekregen.
Hoewel de studie niet opgezet was om na te gaan of het vaccin de progressie van de kanker kon vertragen of verhinderen, stelden de onderzoekers vast dat de deelnemers het veel beter stelden dan verwacht kon worden bij patiënten met gelijkaardige stadia van borstkanker. Normaal zou te verwachten zijn dat zowat de helft van hen zou overlijden binnen 5 jaar na de behandeling.
"We hebben nu deze vrouwen 10 jaar lang opgevolgd en 80 procent van hen leven nog", zei Disis.
"Als de resultaten van de nieuwe gerandomiseerde fase II-test positief zijn, zal dat een sterk signaal voor ons zijn om snel over te gaan naar een definitieve fase III-test", zei Disis.
Bij een fase III-onderzoek moet de werkzaamheid van het middel op voldoende wijze aangetoond worden en dus wordt het onderzocht op een veel grotere groep deelnemers. Als de werkzaamheid aangetoond is en er geen onaanvaardbare bijwerkingen zijn vastgesteld, kan het middel toegelaten worden.
"Ik heb erg goede hoop dat we dicht bij een vaccin staan dat effectief patiënten met borstkanker kan behandelen", zo besloot Disis.
De studie van de onderzoekers van het University of Washington Medicine Cancer Vaccine Institute is gepubliceerd in . Dit artikel is gebaseerd op een persmededeling van de University of Washington.



