"Als gij mij het minst verwacht, zal ik komen." Het stond op het bidprentje van mijn opa toen ik 11 was en maakte toen al indruk. Ruim 30 jaar later was het de beurt aan mijn vader. Hartstilstand, op een zonovergoten ochtend afgelopen mei. Onverwacht, voor ons beiden. Het eerste overlijden dat zo dichtbij kwam en vooral: dat een emotionele en zakelijke mallemolen op gang bracht. Van defibrillators die de crematieoven beschadigen tot onvindbare adressen en paswoorden, welke praktische lessen kan je als leek leren uit een overlijden?
En dan sterft je vader plots: de absurd praktische lessen die je leert bij een eerste overlijden
Sterfdag, telefoneerdag
Het is het telefoontje dat iedereen ooit krijgt, tenzij je zelf je ouders helaas levensloos vindt. Maar als het gebeurt, rep je je in alle haasten naar de plaats van het gebeuren. In mijn geval: het woonzorgcentrum om de hoek. Toen ik de kamer binnenstormde, had ik niet verwacht op de huisarts te botsen. Je gaat ervan uit dat het personeel perfect kan inschatten wanneer iemand overleden is. Maar dat moet officieel geconstateerd worden en op papier gezet met datum en een vermoedelijke doodsoorzaak. Dat laatste wordt - meestal - zo ruim mogelijk geformuleerd. "Plotse dood", viel er te lezen.
Dan volgen onwezenlijke uren naast het rusthuisbed waarbij je geslingerd wordt tussen dankbaarheid (er was geen lijdensweg aan voorafgegaan) en woede (het hemeltergende waarom?). Maar evengoed de uren van een cascade aan telefoontjes. De werkgever op de hoogte brengen (want je daagt uiteraard niet op vandaag) en een begrafenisondernemer kiezen. Het lichaam moet geen 24 uur blijven liggen, het moet zo snel mogelijk een koelcel in voor bewaring.
Die dag was het voor de begrafenisondernemer toevallig erg druk met liefst zes overlijdens. We konden vader als laatste 's avonds laten ophalen. Dat schiep tijd. Welgekomen tijd. Ten eerste: je kan fysiek "rustig" afscheid nemen ondanks de chaos in je hoofd. Ten tweede: je kan de hechtste familie op de hoogte brengen, zelfs aanbellen aan de deur om het slechte nieuws te brengen en door te spoelen met sloten koffie.
En ten derde: er kan overlegd worden. Vader had er lak aan te praten over de dood. "Ik zal het niet meer weten, het maakt me niet uit", was zijn standaardantwoord en hij wisselde vervolgens vlotjes van onderwerp. Maar daar sta je dan. Cremeren of begraven? Kist, urne of uitgestrooid? Met kerkelijke plechtigheid of zonder? Koffietafel of niet? Als er niets vooraf doorgepraat is, is het afwegen wat de overledene het liefste zou gehad hebben. Schipperen tussen giswerk en je goesting doen. Een uitvaartverzekering waarbij alles van A tot Z wordt geregeld, ik overweeg het sterk voor de toekomst.
Wanneer de begrafenisondernemer dan aankomt, is het alweer een afweging maken: blijf ik erbij als de dierbare wordt meegenomen of aanschouw ik het liever niet? Het is geen prettig zicht: het lichaam gaat een koelzak in, afhankelijk van de lijkstijfheid kan dat - sorry - met gekraak gepaard gaan, en wordt weggerold op een metalen kar. Dat gebeurt allemaal met de nodige zorg en respect, maar hoe je het ook draait of keert: het blijft pijnlijk bevreemdend, een haast puur wetenschappelijk gebeuren. Naast mijn vader lopen tot hij uit het wzc werd gedragen (hem begeleiden tot het laatste), was voor mij een vorm van verwerking.
De dag erna: administratief absurdistan
De dag erna moet een uitvaart geregeld worden. Dat begint met een afspraak bij het uitvaartcentrum waar de identiteitskaart van de overledene wordt ingeleverd. De begrafenisondernemer brengt de betrokken stad of gemeente op de hoogte, zodat overheidsdiensten automatisch kennis nemen van het overlijden. Met andere woorden: er is geen telefoontje of mail meer nodig naar pakweg de pensioendienst, ook in de bibliotheek bleek vaders lenerspas ongeldig gemaakt. Toch is niet alles perfect geregeld. Mijn vader had nog een 5-tal ziekenhuisafspraken staan. De arts-specialist in het ziekenhuis krijgt op zijn computerscherm weliswaar een zwart kader te zien bij het patiëntendossier, waarmee aangegeven wordt dat de patiënt overleden is, maar de afspraken blijven staan. Die moet je zelf nog annuleren.
In overleg met onze moeder werd voor een gedeeld graf op het urnenveld gekozen. "Dat is enkel op gekochte grond", meldde de begrafenisondernemer voorzichtig. Waarop er documenten getekend dienden te worden en de bankkaart moest worden bovengehaald. Exact 24 uur na zijn dood waren er al voor 400 euro kosten. Naast het emotionele aspect blijft de dood natuurlijk een zakelijk commerciële aangelegenheid. De uitvaartsector is geen liefdadigheidsinstelling. Een gemiddelde begrafenis kost makkelijk 5.000 euro.
De concessie werd in ons geval verleend voor 30 jaar. Dat betekent dat gedurende 30 jaar de gemeente normaal geen andere bestemming zal geven aan deze specifieke plaats op het kerkhof. Als je de kleine lettertjes leest, is de concessie verlengbaar "als er een verzoek gebeurt minstens twee maanden voor de verstreken tijd". We spreken over 2052. Tegen dan ben ik hopelijk 72 jaar en kan ik het me enigszins nog herinneren. Of beter: sturen ze me een herinnering.
Over drukproeven, flatterende foto's en pincodes
Dan volgen de rouwbrieven die je zo snel mogelijk de deur uit wil. De uitvaart vindt immers plaats binnen de 5 werkdagen. De formulering van de rouwbrief, het is me wat. Het begint al bij de foto. Tja, het liefst een flatterende foto waarop de persoon in kwestie staat zoals hij of zij echt was. Dat betekent talloze fotoalbums doorploeteren of eindeloos scrollen op je laptop, op zoek naar dat ene lucky shot. Vader slaagde er vaak in de camera te mijden of simpelweg "niet te pakken" op beeld. Van een collega hoorde ik dat zijn ouders op latere leeftijd een professionele fotosessie hadden gehouden om toch eens wat deftige recente foto's te verzamelen én voor het latere rouwkaartje. Verstandig, lijkt me dat nu. Van rouwbrief en -kaart krijg je telkens een proefdruk. Helaas ben je in die periode een compleet wrak en mis je al eens een verkeerd gespelde naam of datum. Laat zeker een derde partij nalezen, het bespaart je achteraf gesakker.
De rouwbrieven. Bpost levert ze en/of je kan ze zelf ronddragen. Dan moet je wel iedereen weten wonen. Maar wat als je vader jarenlang trouwe vrienden of collega's had die je enkel bij voornaam kende. Je wilt absoluut een zekere Lydia of Maurice erbij hebben, maar het is een speld in een hooiberg zoeken als je hun familienaam niet kent. Zelfs sociale media brengen dan geen soelaas. Gelukkig had onze tante een handgeschreven adressenlijst liggen om ons deels te depanneren. De gsm van papa bleek ook een bron van onschatbare waarde, ware het eerst niet dat we de pincode moesten achterhalen. Al een geluk dat de man voor alles dezelfde code gebruikte, zodat een welgemikt gokje toegang verschafte. Weet dat je gratis via de notaris een zogenoemde digitale kluis kan aanleggen: bij een sterfgeval worden de gegevens, waaronder paswoorden van bijvoorbeeld socialemediakanalen, doorgegeven aan erfgenamen.
Een bitter vleugje CSI
Wie kiest voor crematie, krijgt de vraag voorgeschoteld of de overledene een defibrillator of pacemaker had. Die moet eruit, want de batterij kan bij extreme hitte ontploffen en de crematieoven en sensoren beschadigen. Metalen bouten of schroeven mogen blijven zitten. Chirurgische metalen worden na crematie uit de as gezeefd of verwijderd met magneet en kunnen gerecycleerd worden, voor onder meer de luchtvaartsector.
Bij crematie is een bijkomend verslag door een tweede arts vereist als er eerder een natuurlijk overlijden is vastgesteld. Als het lichaam verbrand wordt en er later twijfel bestaat, is het bewijsmateriaal weg. De tweede arts dient om een verdacht overlijden uit te sluiten. Dat papa het weekend voordien na een valpartij een onzachte landing had gemaakt op zijn nachtkastje, werd logischerwijze niet vastgesteld als "verdacht overlijden ten gevolg van een handgemeen". Het blauwe oog en de wonde hadden een vroeger tijdstip verraden.
Drie volle dagen verlet
Intussen ben je al een paar dagen verder in de hele rouwrollercoaster. Een paar kliks op de interne site van mijn werkgever maakte duidelijk dat ik recht had op drie dagen "omstandigheidsverlof". Drie volle dagen voor een ouder. De bittere realiteit. Ruim onvoldoende om praktische regelingen te treffen, laat staan het verdriet een plaats te laten zoeken. Dat vertaalt zich in vakantie opnemen, dagen die er niet altijd in bulk zijn of waarmee je vast leukere plannen had. Tip: voor onverwachte gebeurtenissen zet ik jaarlijks - al twintig jaar lang - tien vakantiedagen over. Het deed in het verleden menig wenkbrauw fronsen, maar die zuinigheid heeft nu gerendeerd. De twee weken extra kwamen van pas. Al was het maar om een wzc-kamer leeg te maken, ook daarvoor bestaat een deadline: je krijgt maximaal vijf dagen bij een sterfgeval. De wachtlijsten in de zorg zijn lang, er moet plaats gemaakt worden.
Durf te vragen langs beide kanten
De begrafenisondernemer stopte een dik boek met uitvaartteksten in mijn hand en de boodschap dat een plechtigheid 30 tot 45 minuten kan duren. In een tranendal waar de moed je in de schoenen zinkt, is dat boek een waar godsgeschenk. Bladeren, lezen, kiezen en samenstellen. Klaar.
Ik wilde een iets persoonlijker afscheid dat bol stond van de anekdotes en vaders lievelingsmuziek. Dat betekent nachtjes wakker liggen, schrijven, YouTuben en schrappen. Maar het is evengoed durven te vragen: in de familie of bij vrienden rondhoren of er iemand iets wil voorlezen of vertellen? En daar komt soms verrassend genoeg een positief antwoord op. Mensen willen verdriet letterlijk delen. Laat die warmte gerust toe of geef ze.
Wie de tijd heeft, twijfel alsjeblieft niet om een plechtigheid bij te wonen. Dat er een volle zaal was bij de uitvaart van mijn vader zal me eeuwig bijblijven. Dat ik als nakomertje de helft van de mensen in de zaal totaal niet kende, stoorde niet. Integendeel, het was het ideale excuus om iedereen kort te spreken en tot dan onbekende verhalen over mijn vader op te vangen. Net als deze vrijblijvende tip: "Mijnen beste werkmakker" of "onze lieve buurman" zegt dat tikkeltje meer in een rouwregister dan de klassieke "veel sterkte" of "innige deelneming". Details, hoe banaal ze ook lijken, bieden grote troost. Zelfs een halfjaar later haal ik daar nog kracht uit.

