Dat de KU Leuven zo lang mogelijk heeft gewacht om te communiceren over een verkrachtingszaak, was een goede beslissing. Dat zegt professor seksuele en reproductieve gezondheid Ines Keygnaert (UGent) in "VRT NWS laat". Vlaams minister van Justitie en Toerisme Zuhal Demir (N-VA) is het niet eens met die keuze, ondanks de uitdrukkelijke vraag van het slachtoffer. "De universiteit heeft gedaan wat het slachtoffer wou. Dat dit toch een publiek proces is geworden, bewijst dat we een maatschappij in verandering zijn", vertelt Keygnaert.
Moet een verkrachtingszaak openbaar worden gemaakt? "Belangrijk dat slachtoffer regie in handen houdt"
Het verhaal begint zes jaar geleden, wanneer een professor aan de universiteit een studente verkracht. Vorige week werd de man veroordeeld en komt de zaak ook meteen voor het eerst aan het licht. Volgens minister Demir heeft de KU Leuven niet voldoende uitleg gegeven over de zaak. Daarom besluit ze om enkele geplande subsidies op te schorten, tot er meer duidelijkheid is.
Het slachtoffer van de verkrachting had nochtans zelf uitdrukkelijk gevraagd aan de KU Leuven om niét te communiceren over de zaak, en alles uit de media te houden. Zij was dus wel tevreden met de aanpak van de universiteit. Maar volgens minister Demir is het belangrijk dat zaken als deze toch openbaar gemaakt worden, zo vertelt ze in "De afspraak".
De universiteit communiceert uiteindelijk wel, maar wacht zo lang mogelijk. En dat was een goede keuze volgens professor seksuele en reproductieve gezondheid Ines Keygnaert. "De universiteit heeft gedaan wat het slachtoffer zelf wou, en dat is heel belangrijk. Wie een verkrachting meemaakt, verliest eigenlijk de controle over zijn of haar leven en integriteit. Dus het is heel belangrijk dat een slachtoffer zelf de regie in handen houdt, om controle terug te winnen. Een slachtoffer moet hierin gehoord en gevolgd worden."
En dat is eerder uitzonderlijk. Het duurt meestal ook lang voor een slachtoffer durft te spreken over de feiten. Volgens een onderzoek van Keygnaert blijkt dat wie slachtoffer wordt van seksueel geweld in slechts 7 procent van de gevallen hulp zoekt. En nog minder mensen leggen ook een klacht neer, slechts 4 procent van de slachtoffers. "Dus wat deze studente vraagt is niet abnormaal. Schaamte speelt daarin een zeer grote rol, en veel slachtoffers leggen nog steeds de schuld bij zichzelf."
Je moet geen namen noemen om een maatschappelijke discussie te kunnen voeren
Ines Keygnaert, professor seksueel geweld (UGent)
Maar intussen zijn de feiten dus wel aan het licht gekomen, tegen de wensen van de studente in. Dat dit nu toch een publieke zaak geworden is, bewijst volgens Keygnaert dat we een maatschappij in verandering zijn. "We vinden het nodig om ons beter uit te spreken over wat we aanvaardbaar vinden, en vooral over wat we niet aanvaardbaar vinden. Er wordt nu ook verwacht van organisaties, en in dit geval universiteiten, dat ze een veilige omgeving creëren, waar de focus op bijvoorbeeld studeren kan liggen."
Moeten we dan openlijk communiceren over zaken als deze, en ze gebruiken om beleidswijzigingen door te voeren? Volgens Keygnaert alvast niet. "Een beleid aanpassen, dat kan helemaal los gebeuren van een specifieke zaak. Je moet geen naam vermelden om een maatschappelijke discussie te voeren. Op die manier gaat het slachtoffer alle emoties van toen opnieuw beleven, en dat kan heel veel negatieve gevolgen hebben."
Ook het argument van minister Demir dat dit nieuws het laatste zetje zou kunnen zijn voor andere slachtoffers om wél een klacht in te dienen, spreekt Keygnaert tegen. "Hier is een slachtoffer dat duidelijk heeft aangegeven dat ze er niet over wou praten. Dus dit geeft eerder de boodschap dat het verhaal toch naar buiten komt, of je het nu wil of niet. Er is nu eigenlijk een extra drempel bij gekomen. We moeten hier als maatschappij zeker over praten, maar we kunnen dat ook doen met meer aandacht voor slachtoffers en hun trauma."



