Over 8 dagen begint in de Egyptische badplaats Sharm-el-Sheikh de 27e klimaatconferentie (COP) onder een slecht gesternte, toch wat betreft de klimaatambities. De officiële doelstelling van een maximale opwarming van anderhalve graad wordt steeds minder realistisch, en toch blijft ze overeind. Waarom is dat precies, en wat mogen we in Sharm-el-Sheikh verwachten?
Waarom klimaatconferenties vasthouden aan maximaal anderhalve graad opwarming, hoewel dat al lang niet meer realistisch lijkt
Parijs, herfst 2015. De klimaatconferentie van de Verenigde Naties wordt afgesloten met een historisch akkoord: de verdere opwarming van de planeet - vergeleken met de periode 1850-1899 - moet "ruim onder 2 graden Celsius" blijven en er wordt naar gestreefd om die te beperken tot anderhalve graad. Sindsdien is die anderhalve graad altijd overeind gebleven in de slotverklaringen van de daaropvolgende klimaatconferenties, ook al wordt de belofte stilaan ingehaald door de realiteit.
Hoe realistisch is de anderhalve graad nog?
Rewind naar de herfst van vorig jaar, toen op de belangrijke COP26 in Glasgow de landen na vijf jaar (met een jaar uitstel door corona) hun vernieuwde klimaatambities op tafel moesten leggen. Want we waren een heel eind afgeweken van het juiste pad richting anderhalve graad. Er waren veel grotere inspanningen nodig. Maar wat uiteindelijk werd afgesproken in Glasgow, bleek nog steeds ruim ontoereikend: we zouden richting 2,4 graden opwarming gaan. Toch werd de anderhalve graad bevestigd in de slottekst, met een achterpoortje: in het jaar dat volgde zouden de landen hun huiswerk opnieuw moeten maken om het dan voor te leggen in Sharm-el-Sheikh.
Een soort "tweede zit van de tweede zit" noemt klimaatwetenschapper Wim Thiery (VUB) het. Uitzonderlijk, want normaal werd pas iedere vijf jaar een update verwacht. Maar het moest: "Als de volgende update pas in 2027 zou hebben plaatsgevonden, was de anderhalve graad sowieso onmogelijk geweest."
Glasgow vorig jaar was een soort "tweede zit" maar weer slaagden de deelnemende landen niet. De hete aardappel werd doorgeschoven naar Sharm-el-Sheikh. Maar...
Een jaartje uitstel dus voor betere "NDC's" (Nationally Determined Contributions), de klimaatdoelstellingen die ieder land (of een groep landen zoals de EU) moet indienen. Maar het heeft nauwelijks aarde aan de dijk gezet, zo bleek afgelopen week in enkele nieuwe klimaatrapporten: tot nu toe gaven amper een 25 tal landen (van de 193) hun NDC een update. De mondiale uitstoot zou daardoor tegen 2030 met 1 procent extra verminderen, terwijl 45 procent nodig is. De VN spreekt over "een verloren jaar" en noemt de inspanningen "ruim onvoldoende".
Ons koolstofbudget, de hoeveelheid CO₂ die we maximaal nog mogen uitstoten om de anderhalve graad te halen, slinkt zienderogen. Eigenlijk zou het allemaal zeven keer sneller moeten gaan wat betreft het afbouwen van onze uitstoot van broeikasgassen zoals CO₂ en methaan. Op papier kan het nog altijd. "Het venster is er, maar we zien ook dat het zich aan een razend tempo aan het sluiten is", vertelt Thiery.
Aan het huidige tempo is het koolstofbudget voor anderhalve graad helemaal op over ongeveer acht jaar. Vanaf dan zouden we dus volledig koolstofneutraal moeten worden om het niet verder te laten lopen, maar de ambitie is momenteel om in 2050 koolstofneutraal te worden - althans toch in de EU, Japan, de VS, Canada, Korea en enkele andere landen - en dat wordt al een heikele klus. Om die te laten slagen, is het net heel belangrijk om tussen nu en 2030 al heel wat voorbereidend werk te doen qua vermindering van de uitstoot.
We zouden eigenlijk zeven keer sneller onze uitstoot van broeikasgassen moeten afbouwen vergeleken met wat nu op tafel ligt
Halen we dus die anderhalve graad nog? Het valt te betwijfelen. "Het ziet er op dat vlak heel slecht uit. We zien dat er op klimaatvlak nauwelijks nog iets beweegt", horen we. De oorlog in Oekraïne en de energiecrisis hebben de focus verlegd.
"In Sharm-el-Sheikh is er veel minder momentum voor verbeterde NDC's dan in Glasgow vorig jaar. De focus zal wellicht meer liggen op kwesties als water, het klimaatfonds en loss & damage" - de rijke landen die veel historische schuld hebben aan de klimaatopwarming en die de armere landen nu moeten vergoeden, zowel voor de geleden klimaatschade als voor projecten die in de toekomst de impact zouden moeten beperken.
De onderhandelaars zouden in Egypte kunnen opteren voor een verder uitstel. De nationale klimaatambities kunnen dan voortaan élk jaar herbekeken worden in plaats van elke vijf jaar. Zelfs als dat erdoor komt, wordt het wellicht "too little, too late": te weinig en te laat, want de tijd raakt op.
Is het dan allemaal slecht nieuws? Zeker niet. Nieuwe technologieën om naar een koolstofneutrale samenleving (met weinig of geen fossiele brandstoffen) te gaan, ontwikkelen zich snel; hernieuwbare energie wordt goedkoper en wordt op grote schaal geïnstalleerd, ook in groeilanden die pas na 2050 koolstofneutraal willen worden zoals China en India; Sharm-el-Sheikh is niet het eindpunt, en er bestaan ook andere platformen dan de COP. Er beweegt wel degelijk van alles, maar het moet allemaal dus sneller, veel sneller, zegt de wetenschap.
Waarom blijft de anderhalve graad dan meegaan?
De belangrijkste redenen hiervoor zijn deze: er bestaat nu eenmaal een doelstelling over, en het is een morele verplichting naar de wereld toe, zodat we de klimaatimpact zo klein mogelijk kunnen houden. Het is in de hoofden ook belangrijk om te blijven streven naar een bepaald doel - zelfs al weet je dat het moeilijk wordt - omdat je dan tenminste nog ergens in de buurt zal uitkomen. Als je het loslaat, riskeer je nog veel verder van huis te zijn. En in die "rode zone" willen we niet belanden. Het doel is tenslotte ingegeven door de wetenschap. De onderhandelaars en zij die ervoor willen gaan, trekken zich op aan de wetenschap dat het op papier nog altijd kan.
Je wil niet het signaal geven van "we geven onze klimaatambities op"
Peter Wittoeck, Belgisch klimaatonderhandelaar
"We wisten al langer dat die anderhalve graad moeilijk of heel moeilijk zal zijn. Maar het is niet onmogelijk", verwoordt Peter Wittoeck, sinds jaar en dag klimaatonderhandelaar namens België op de jaarlijkse COP, die ambitie. We zijn moreel verplicht om ervoor te blijven strijden, benadrukt hij aan VRT NWS: "Kijk naar wat er nu al gebeurt bij een opwarming van 1,1 graden. We mogen echt niet veel hoger meer gaan. 1,5 graden moet het doel blijven. Want anders geef je het signaal "we geven onze klimaatambities op"."
Wittoeck durft niet zwart op wit te stellen dat de anderhalve graad nog overeind zal blijven in de slottekst van Sharm-el-Sheikh, maar hoopt van wel. En er is altijd nog ruimte om bij te sturen: "Egypte is ook niet het eindpunt. Elk jaar zullen de landen nieuwe NDC's moeten presenteren."
Er is natuurlijk ook de organisatie zelf die met een goed akkoord naar buiten wil komen en niet de geschiedenis wil ingaan als de COP waar de anderhalve graad sneuvelde. Egypte vertegenwoordigt bovendien het Afrikaanse continent, dat al langer in de frontlinie ligt van de zwaarste impact van de klimaatopwarming. Al zal Egypte op deze "Afrika-COP" ook wel hard hameren op het "loss & damage"-dossier, waar de westerse landen nog altijd tekortschieten.
We zitten nu al in de rampenzone, we moeten vermijden dat we in de echte rode zone komen
Dat we er niet zo goed voor staan, zou ertoe kunnen leiden dat we de strijd opgeven. Waarom nog moeite doen als het toch bijna "om zeep" is? Zo'n houding zou evenwel nog veel ergere gevolgen hebben. Want zelfs als we die anderhalve graad niet zouden halen, blijft het belangrijk om de opwarming zo laag mogelijk te houden. Het gaat dan - letterlijk - om een vorm van damage control, het beperken van de schade.
Want elk tiende van een graad maakt een heel groot verschil, hebben wetenschappers al herhaaldelijk benadrukt. Beter een opwarming met pakweg 1,7 graden dan met 2,0 graden. Het verschil tussen bijvoorbeeld anderhalve graad en 2 graden extra is groot, voor de economie, de ecosystemen, de landbouw, de visserij, de biodiversiteit en voor ieder van ons.
Wittoeck vat het zo samen: "We zitten nu al in de rampenzone, bij een verdere opwarming (als het uit de hand zou lopen, red.) kom je pas écht in de rode zone." Want een verdere opwarming betekent nog meer weersextremen zoals lange droogtes, hittegolven of overstromingen dan nu al het geval is. De anderhalve graad komt niet zomaar uit de lucht gevallen: het is de wetenschap die erop gehamerd heeft dat het de limiet is om de impact beheersbaar te houden.
Vier keer meer extreme hittegolven
Wim Thiery geeft een voorbeeld voor de toekomstige generaties: "Als we kijken naar kinderen die vandaag geboren worden, dan hebben berekeningen aangetoond dat die vier keer meer extreme hittegolven gaan meemaken dan hun grootouders, onder een scenario van anderhalve graad opwarming. Bij twee graden extra, is dat al zes keer meer."
Bovendien zit je met het risico dat bepaalde dingen onomkeerbaar gaan veranderen, zoals het Amazonewoud dat een netto-uitstoter van CO₂ zou kunnen worden in plaats van een zogenoemde carbon sink, een plek die veel CO₂ opslaat.
Er staat dus toch wel wat op het spel in Egypte de komende weken, hoewel de COP niet als een scharnierpunt wordt beschouwd op het vlak van klimaatambities. Wat niet betekent dat de onderhandelaars ons misschien toch nog kunnen verrassen.
Waar staan we momenteel?
Momenteel zitten we aan een opwarming van 1,1 graden tegenover de periode 1850-1899, de standaardreferentie die het VN-klimaatpanel IPCC hanteert. We spreken dan over het klimaat, over een gemiddelde over een langere periode van 20 jaar. Als we enkel naar de voorbije 2 à 3 jaar kijken, zitten we eigenlijk al een opwarming van 1,2 graden Celsius. Voor alle duidelijkheid: dat gaat over een wereldwijd gemiddelde, over zee en over land. De oceanen hebben een bufferende werking. Op het land gaat de opwarming dus sneller: in Ukkel komt de 1,2 graden wereldwijd overeen met een opwarming van 2,6 graden Celsius.








