Al een jaar lang is er plaatstekort in de asielcentra van Fedasil. Eerst werden mannen zo goed als allemaal geweigerd, sinds vorige week lukt het ook niet meer om voor alle ouders met kinderen en minderjarige asielzoekers een plaats te vinden. Dat maakt dat het personeel elke dag moet schuiven, zoeken en puzzelen om nieuwe asielzoekers een bed te geven. Ze moeten elke dag slecht nieuws brengen en worden geconfronteerd met schrijnende leefomstandigheden. VRT NWS-journaliste Marjan Temmerman sprak met hen.
Medewerkers van Fedasil getuigen: "Wat doe je als er 12 jongens van amper 18 jaar voor je staan en er zijn maar 4 plaatsen? Dat is superzwaar"
Moe. Meer woorden heeft ze in een eerste reactie niet op de vraag hoe het met haar gaat. Daarna volgt een verontschuldigend lachje en kijkt ze onzeker op. "Het is een rollercoaster van gevoelens geweest het voorbije jaar. Ik herken mezelf soms niet meer."
In het Klein Kasteeltje in Brussel worden asielzoekers in een eerste fase opgevangen. Van daaruit worden ze geplaatst in asielcentra verspreid over het land.
Tot voor kort ging de poort voor registratie 's ochtends rond 8.30 uur open en kregen de nieuwe asielzoekers meteen ook bed, bad en brood. Maar die opvang lukt sinds september vorig jaar niet meer voor iedereen. "Eerst moesten we een paar alleenstaande mannen weigeren, maar die kregen dan de dag nadien wel een plaats", getuigt een medewerker die aan de toegangspoort werkt. "Daarna moesten de mannen soms een paar dagen wachten en vanaf mei weigerden we systematisch alle alleenstaande mannen. We konden hen alleen nog een brief geven."
"Het voelt schizofreen. Mijn job is eigenlijk om mensen een opvangplaats te geven en het voorbije jaar ben ik de persoon die een opvangplaats moet weigeren", vertelt een andere medewerker. "Ik krijg van de collega's door hoeveel vrije plaatsen er zijn en dan moet ik op zicht een triage doen: jij wel, jij niet. Dat is superzwaar."
"De meest kwetsbaren krijgen voorrang. Maar wat doe je als er twaalf jongens van amper achttien voor je staan en er zijn maar vier plaatsen? Het ergste is dat je ze vaak herkent want ze proberen al dagen, soms weken een plaats te krijgen... Hoe moet je dan kiezen? Wat is de juiste beslissing?"
Ik moet op zicht een triage doen: jij krijgt een bed, jij niet
Bij de vraag of het minder moeilijk is om iemand te weigeren uit een eerder veilig land, haalt hij de schouders op. "Ik kan aan de poort niet zien of iemand gevaar loopt in het land van oorsprong. Dat is onmogelijk. Dat is ook niet aan mij om uit te maken. Daarvoor zijn de experts bij het commissariaat (commissariaat-generaal voor vluchtelingen en staatlozen, red.). Mijn job is een bed geven aan wie asiel aanvraagt."
"Ik herken mezelf soms niet meer", vertelt een vrouw van dispatching. "Soms worden de mannen kwaad of bonzen ze op de poort en dan kan ik me niet altijd beheersen. Als ik mezelf zie roepen dan schaam ik me. Die mensen liggen al zolang op straat, ze zijn wanhopig en uitgeput. Het knaagt aan mijn geweten."
Als ik mezelf zie roepen, dan schaam ik me. Die mensen liggen al zolang op straat en zijn uitgeput.
"Wij zijn de enige mensen van de overheid die ze te zien krijgen", vertelt een andere medewerker. "Ze stellen ons vragen en wij hebben geen antwoorden. We sluiten de poort en laten hen aan hun lot over. Het is stresserend want deze mensen hebben recht op een bed. Onderling praten we er veel over. We schreven hier binnen aan tafel ook al talloze nota's en legden pistes voor aan het kabinet om toch iedereen een plaats te geven, maar daar zeiden ze 'het gaat wel lukken'. Er wordt niet naar ons geluisterd. Het is niet voor niks dat onze directeur-generaal Michael Kegels opstapte."
Bij mensen die lang op straat leven, zien we beenwonden die opgezwollen zijn door infecties
De asielzoekers die wel een plaats krijgen, moeten eerst door een medische screening. En op die dienst merken ze dat de situatie veranderde. "Gisteren heb ik hier nog een man gehad die begon te schokken door een bacteriële infectie in het bloed," beschrijft een arts. "En dat gebeurt steeds vaker. We zien bij de mensen die lang op straat leven beenwonden die opgezwollen zijn door infecties. Dat zagen we vroeger zelden. Maandenlang op straat slapen zorgt ervoor dat ze fysiek maar ook mentaal enorm achteruit gaan. Ook schurft zien we nu dagelijks opduiken."
"Als ik hier buitenstap op het einde van de dag, dan verstop ik mijn badge (van fedasil, red.) en zorg ik ervoor dat ik niet herkenbaar ben. Ik ben bang en beschaamd om te stappen langs al die asielzoekers die op straat wachten op een bed. Je moet jezelf echt harden om dit aan te kunnen mentaal."
"Ik zou graag met die mensen op straat gaan praten, vragen wat ze nodig hebben. Hoe ik een beetje kan helpen. We praten er op de dienst vaak over. Het is psychologisch enorm zwaar."
Hoeveel asielzoekers kregen geen opvang?
De asieldiensten Dienst Vreemdelingenzaken en Fedasil waren de voorbije week niet transparant over het aantal gezinnen en minderjarige asielzoekers dat op straat belandde.
Vluchtelingenwerk Vlaanderen probeert elke dag te tellen om zo het probleem in kaart te brengen. Ze schatten dat er nu zo'n 150 ouders met kinderen en nog eens 60 minderjarige asielzoekers op straat slapen.
Voor mannen is er al langer geen plaats meer. Naar schatting wachten er momenteel zo'n 3.000 op een bed. 1.800 daarvan hebben een veroordeling van de rechtbank op zak, die stelt dat de Belgische staat verplicht is om hen een opvangplaats te geven op straffe van een dwangsom. Maar er is nog steeds geen plaats en de dwangsommen worden niet betaald.
*We spraken met verschillende Fedasil-medewerkers. Geen van hen wil bij naam genoemd worden. De namen zijn bekend bij de redactie.