Australische onderzoekers hebben het poepsimpel computerspelletje Pong aangeleerd aan een extern brein. Dat heeft het wetenschappelijk tijdschrift Neuron gepubliceerd. Het is de eerste keer dat wetenschappers erin slagen om hersencellen op een schaaltje in een labo een computerspel aan te leren. Professor Steven Laureys legt uit hoe dat kan in "Laat".
Wetenschappers slagen erin om gekweekte hersencellen het videospelletje Pong te laten spelen
Het computerspelletje Pong uit 1972 is een van de eerste videospellen. Verre van ingewikkeld dus. Het lijkt op tafeltennis: de bedoeling is om je paletje te verplaatsen zodat het balletje naar de tegenstander weerkaatst. Doe je dat niet op tijd, dan krijgt je tegenstander een punt.
Na amper vijf minuten konden wetenschappers het spelletje aanleren aan gekweekte hersencellen die in een glazen laboratoriumschaaltje lagen. Dat is het onderzoek waar professor Steven Laureys enthousiast van wordt in "Laat". "Het is echt toponderzoek. De gekweekte hersencellen of neuronen komen van menselijke stamcellen en muizenfoetussen die een klompje of minibrein vormen, ongeveer zo groot als het topje van mijn pink. Dat minibrein met ongeveer een miljoen hersencellen reageert op dat Pong-spelletje."
Die klompjes gaan in dat schaaltje niet letterlijk tafeltennis spelen, maar die hersencellen communiceren wel via kleine elektrische signalen. "Die signalen worden geanalyseerd door een computer", zegt Laureys. En op die manier konden wetenschappers zien hoe het minibrein dat computerspelletje aanleerde.
1 op de 3 Vlamingen wordt vroeg of laat geconfronteerd met een hersenaandoeningen, dus we moeten daar mee in investeren
Wat is het nut?
Dat spelletje is eigenlijk gewoon een signaal geven om je paletje naar boven of beneden te sturen. Volgens professor Laureys spelen die gekweekte hersencellen onbewust, zonder de emoties die daarmee gepaard gaan. "Ik herinner mij de eerste keer dat ik Pong speelde: als ik won was ik blij en als ik verloor, was ik gefrustreerd."
"Je kan het vergelijken met artificiële intelligentie, zoals een thermostaat: als je temperatuur naar beneden gaat, dan springt de verwarming aan. Je thermostaat voelt niet dat het koud is, zoals wij dat kunnen voelen. En dat is een fundamenteel verschil: dit kan je geen bewustzijn noemen."
Wat we hier vooral uit kunnen leren, is hoe je brein connecties maakt. "Het brein maakt duizenden miljarden connecties en die interacties beter begrijpen is heel belangrijk. 1 op de 3 Vlamingen wordt vroeg of laat geconfronteerd met een hersenaandoening, dus we moeten daar mee in investeren."



