In 2021 heeft de Europese Unie 181 miljard euro uitgegeven. De Europese Rekenkamer schat, op basis van steekproeven, dat 3 procent daarvan eigenlijk niet uitbetaald had mogen worden. In 2020 ging het om 2,7 procent. De Europese Rekenkamer geeft daarom, voor het derde jaar op rij, een afkeurend oordeel over de uitgaven. Een tik op de vingers van de lidstaten en de Europese Commissie, die beter moeten controleren of projecten wel in aanmerking komen voor subsidies uit het EU-budget.
Europese Unie op de vingers getikt: van 181 miljard euro aan uitgaven werd een deel onterecht uitbetaald
"Hoe meer fouten, des te meer kans op fraude"
De Europese Rekenkamer houdt elk jaar verschillende projecten die Europese subsidies hebben gekregen onder de loep. Is geld om werklozen te helpen wel juist besteed? Zijn er bij grote projecten openbare aanbestedingen gehouden en zijn die correct verlopen? Hebben landbouwers wel correcte informatie gegeven over hun bedrijf? Voor sommige Europese uitgaven is het risico op fouten of fraude klein, zoals bij Erasmusbeurzen. Bij andere Europese fondsen is het risico dan weer groot.
"Vooral bij cohesiefondsen is het risico groot, omdat de controle gebeurt door de lidstaten", zegt het Belgische lid van de Europese Rekenkamer Annemie Turtelboom. "En ook bij fondsen voor onderzoek en ontwikkeling, omdat daar de regels zo complex zijn." De conclusie van de Europese Rekenkamer: in 3 procent van de uitgaven zijn er fouten vastgesteld, en dat is te veel, zegt Turtelboom. "Hoe meer fouten, des te meer kans er is op fraude." De Europese Rekenkamer heeft 16 gevallen van vermoedelijke fraude overgemaakt aan de Europese antifraudedienst OLAF en aan het Europees Openbaar Ministerie.
Onvoldoende controle door de lidstaten
Veel projecten worden gezamenlijk beheerd door de Europese Commissie en de lidstaten. Het land in kwestie moet nagaan of het project wel in aanmerking komt voor een subsidie: zal het bijvoorbeeld voor economische groei en werkgelegenheid in een bepaalde regio zorgen? Beantwoordt het aan de criteria van het Europese fonds in kwestie? En bij de uitbetaling moeten de lidstaten ook nagaan of alle regels gevolgd zijn. Dat blijkt niet altijd het geval te zijn.
Zo geeft Turtelboom het voorbeeld van een project in Frankrijk om werklozen op te leiden. Een kwart van de deelnemers aan de opleiding bleken echter helemaal niet werkloos te zijn. Of een landbouwerskoppel uit Polen. Man en vrouw hadden elk apart subsidies aangevraagd voor twee landbouwbedrijven. Bij controle door de Rekenkamer bleek dat ze die subsidies hadden gekregen voor één en hetzelfde landbouwbedrijf. In beide gevallen had betere controle door de Franse en Poolse overheid de uitbetaling van de subsidie kunnen voorkomen.
"De grootste foutenmarge zit bij fondsen waar de lidstaten een grote verantwoordelijkheid hebben", zegt Turtelboom. "Daar zijn wij bezorgd over, omdat er bij het Europese Herstelfonds, dat er gekomen is de economie te steunen na de coronapandemie, er nog meer bevoegdheid aan de lidstaten wordt gegeven".
Europees geld wordt te langzaam uitgegeven
De Rekenkamer vindt ook dat de lidstaten het geld uit de Europese investeringsfondsen te langzaam uitgeven. Van het geld dat beschikbaar was voor België voor de periode 2014-2020, is maar liefst 1,1 miljard euro (bijna 40 procent) nog niet uitgegeven, omdat de projecten niet voltooid geraken. Voor alle landen samen gaat het om 160 miljard euro.


