Vlaanderen streeft naar 50 opvangplaatsen per 100 kinderen, maar de West-Vlaamse centrumsteden scoren doorgaans veel beter. Leuven haalt met 73% de grootste dekking, daarna volgen Roeselare (62%), Brugge (59%) en Kortrijk (59%). West-Vlaanderen doet het dus goed. “Maar verder investeren op lokaal en bovenlokaal vlak blijft broodnodig”, zegt de Kortrijks schepen Philippe De Coene (Vooruit).
Roeselare, Brugge en Kortrijk zitten bij Vlaamse top qua opvangcapaciteit baby’s en peuters
Jaarlijks zet Kortrijk tijdens de "Week van de Kinderopvang" de 650 kinderbegeleiders in de stad in de bloemetjes. “In moeilijke tijden met een hoge werkdruk geven zij elke dag het beste van zichzelf om baby’s, peuters en schoolgaande kinderen te laten groeien en bloeien. Maar het is en blijft een knelpuntberoep. Het statuut kent heel wat tekortkomingen, overal haken mensen af”, zegt de Kortrijkse schepen van Sociale Vooruitgang en Zorg Philippe De Coene.
Knelpuntberoep
Het beroep van kinderbegeleider is al jaren een knelpuntberoep, maar bovenop het tekort zorgen ook de hoge energieprijzen voor problemen. “Hier is het steeds 21 °C in huis, waardoor de energiekosten enorm hoog oplopen”, zegt Sylvie Kesteloot, opvangmoeder van acht baby’s en peuters. “Ik vind dat we daar best extra steun kunnen gebruiken. Een sociaal tarief voor kinderbegeleiders en opvangmoeders zou een goede ingreep zijn.”
66% dekking is ambitie in Kortrijk
De West-Vlaamse centrumsteden doen het in vergelijking met de rest van Vlaanderen behoorlijk goed. Op de 100 kinderen jonger dan drie jaar, haalt Kortrijk een dekkingsgraad van 59%, in 2013 was dat nog 45%. “Op dit moment telt Kortrijk 1376 opvangplaatsen of 59% van het totaal aantal kinderen onder de drie jaar. Onze ambitie blijft 66% aan het einde van deze legislatuur”, zegt De Coene. “Het komt er dus op neer om de bestaande voorzieningen te behouden maar ook nieuwe opvangplaatsen te creëren. Dat kan door een premiestelsel uit te werken en een zakelijk ondersteuningsbeleid te voorzien. Maar vooral de hogere overheid moet sleutelen aan het statuut.”
Werkweek van 55 uur
Sylvie Kesteloot werkt al acht jaar als kinderbegeleider in de Kortrijkse deelgemeente Heule. “Sowieso zorg ik voor acht baby’s en peuters, maar als je de buitenschoolse erbij telt zijn dat er dertien. Maar het wordt steeds moeilijker om het vol te houden, ik ken al heel wat mensen in de sector die er de brui aan geven”, zegt Sylvie Kesteloot. De problemen zijn al lang gekend. “Ik werk gemakkelijk 55 uur per week, maar de verloning is er niet naar. We streven al een tijd naar een statuut als bediende. Want als er nu kinderen ziek vallen, hebben we geen vervangingsinkomen. En dan heb ik het nog niet over de begeleiders zelf, wanneer zij niet kunnen werken wegens ziekte. De torenhoge energieprijzen zijn een probleem dat moeilijk in te schatten valt, maar ik hou mijn hart vast. Een sociaal tarief voor opvangouders zou daar al een stap in de goede richting kunnen zijn.”
Regionaal nieuws uit West-Vlaanderen