De voorbije weken is wat al het armste land van Amerika was, verzeild geraakt in een chaos waarbij gewapende bendes de straten controleren. Er is een tekort aan alles: voedsel, medicijnen en vooral brandstof en waar die goederen wel beschikbaar zijn, maakt een torenhoge inflatie ze te duur voor de meeste Haïtianen.
Haïti verzinkt in totale chaos: "Burgeroorlog met lage intensiteit"
Haïti -het westelijke deel van het Caraïbische eiland Hispaniola- was in feite al het meest politieke instabiele en armste land van Latijns-Amerika toen waarnemend premier Ariel Henry een maand geleden aankondigde dat hij de brandstofsubsidies moest schrappen. Daarop zijn de prijzen voor brandstof geëxplodeerd en zo ook wat er overbleef van staatsbestel in het land.
De straatsbendes die toch al erg machtig waren, hebben de facto de macht gegrepen. De grootste bende heeft de belangrijkste opslagplaats van brandstoffen nabij de hoofdstad Port-au-Prince bezet en daarrond loopgrachten gegraven om de ordediensten buiten te houden. In dat depot ligt ongeveer 38 miljoen liter benzine en diesel opgeslagen.
Het gevolg laat zich raden: de prijs voor brandstof op de zwarte markt schiet door het dak en wordt onbetaalbaar, maar dat is het ook voor ziekenhuizen, warenhuizen en andere zaken die een voor een stil vallen of klanten en patiënten moeten weigeren. Ook de banken in Haïti staan op instorten.
De crisis is niet enkel voelbaar in Port-au-Prince, maar in alle delen van het land en ook daar grijpen gewapende bendes de macht. Ouders weigeren om hun kinderen nog naar school te sturen omdat ze daar het risico lopen om ontvoerd te worden en pas vrij gelaten worden als er losgeld betaald wordt. Die gijzelingen zijn dagelijkse kost in Haïti, waar het recht nu enkel nog uit de loop van een geweer of de punt van een mes komt.
"Zo goed als burgeroorlog"
De president van buurland Dominicaanse Republiek -die de andere helft van het eiland omvat- Luis Abinader omschreef de situatie in Haïti als "een burgeroorlog met een lage intensiteit". De veel rijkere Dominicaanse Republiek vreest vooral voor een nieuwe toevloed van vluchtelingen uit Haïti.
Dat land is in feite steeds verder in een chaos verzeild geraakt na de moord op president Jovenal Moïse in de zomer van vorig jaar. De omstandigheden van die moord zijn nog altijd niet duidelijk en dus wijzen de politieke clans in Haïti elkaar met de vinger. De overgangsregering lijkt steeds meer de controle over het land te verliezen en nieuwe verkiezingen worden steeds opnieuw uitgesteld wegens "de politieke instabiliteit".
Een buitenlandse vredesmacht lijkt geen optie: tussen 2004 en 2017 was er een vredesmacht van de Verenigde Naties in het land en die heeft zich impopulair gemaakt door seksueel misbruik van vrouwen en kinderen en de verspreiding van ziektes zoals cholera waarbij 10.000 Haïtianen zouden zijn omgekomen. Een zware aardbeving heeft jaren geleden honderdduizenden slachtoffers geëist en het beetje infrastructuur dat er was, werd toen verwoest.
Haïti omvat de westelijke helft van het Caraïbische eiland Hispaniola. Er wonen iets meer dan 11 miljoen mensen. De meesten zijn afstammelingen van zwarte slaven die daar in de 17e en 18e eeuw door Franse kolonisten werden naartoe gevoerd. Het land werd in 1804 onafhankelijk na een van de weinige succesvolle slavenopstanden en was daarmee na de Verenigde Staten het tweede onafhankelijke land in Amerika.
Daarna is Haïti verzeild geraakt in een eindeloze reeks staatsgrepen en oorlogen waardoor het erg verarmd is. Het is nu het armste land in de Amerikaanse sfeer en politiek schommelt het tussen dictaturen en chaos. De VS is een aantal keer militair tussenbeide gekomen -de laatste keer in 1994- maar zonder blijvend succes.
