Minder details, meer focus, dat is de korte samenvatting van hoe de nieuwe eindtermen van de tweede en derde graad secundair onderwijs er zullen moeten uitzien. De onderwijskoepels en Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) zijn het daarover eens geworden, nadat het Grondwettelijk Hof in juni een vorige versie van die vernieuwde eindtermen vernietigde. Gerichte aanpassingen hebben de neuzen weer in eenzelfde richting gekregen.
Weg met overbodige details, nadruk op Nederlands, talen en STEM: zo moeten de nieuwe eindtermen voor de tweede en derde graad eruitzien
1. Alweer nieuwe eindtermen, hoezo?
Om dat uit te leggen, moeten we even terugspoelen naar juni: toen vernietigde het Grondwettelijk Hof de gloednieuwe eindtermen voor de tweede en derde graad van het secundair onderwijs. Eindtermen zijn de minimumdoelen die bepalen wat een leerling aan het einde van het schooljaar minimaal moet kennen en kunnen.
Maar volgens het Grondwettelijk Hof waren die nieuwe eindtermen zo omvangrijk en gedetailleerd dat je niet meer kon spreken over minimumdoelstellingen. Meer nog: de vrijheid van onderwijs werd erdoor aangetast. Het Hof volgt daarmee de redenering van het Katholiek Onderwijs en de Steinerscholen die om de vernietiging van de nieuwe eindtermen gevraagd hadden.
Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) koos ervoor om onmiddellijk samen te gaan zitten met de onderwijskoepels om een akkoord te zoeken over aangepaste eindtermen. Zo zijn ze het de voorbije weken en maanden eens geraakt over gerichte aanpassingen in de vernieuwde, maar vernietigde eindtermen, om aan de bezwaren tegemoet te komen.
"We hadden dat voor ons uit kunnen schuiven, maar dat hebben we bewust niet gedaan", benadrukt Weyts. "We wilden duidelijke afspraken, zodat het proces in de ontwikkelcommissies zo vlot mogelijk kan gaan en we zoveel mogelijk discussies kunnen vermijden."
2. Hoe zullen die aangepaste eindtermen eruitzien?
In essentie worden de vernietigde eindtermen sterk versoberd: herhalingen, overbodige details en voorbeelden zullen worden geschrapt. De 16 sleutelcompetenties - gaande van "lichamelijke en geestelijke gezondheid" over "historisch bewustzijn" tot "ondernemingszin" - blijven behouden, maar er worden wel 3 grote prioriteiten aangestipt: Nederlands, talen en wiskunde/exacte wetenschappen/technologie (de zogenoemde "STEM"-vakken). "We raken niet aan de ambities, maar we maken wel keuzes", zo noemt Weyts het.
We raken niet aan de ambities, maar we maken wel keuzes
Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA)
"We willen ook uitdrukkelijk aangeven dat het gaat om minimumdoelen", zegt Weyts. "De term 'eindtermen' is in dat opzichte wat misleidend: alsof het daar stopt. Nee, daarmee begint het net. We willen scholen en leerkrachten stimuleren om verder te gaan dan die minimumdoelen."
In het beroeps, technisch en kunstonderwijs (BSO, TSO en KSO) worden de minimumdoelen aangepast, om meer rekening te houden met de eigenheid van dat type onderwijs. Lees: weer wat meer ruimte voor de beroepsspecifieke vorming, bovenop de basisvorming. Zo kan algemene leerstof ook aan bod komen tijdens praktijkvakken bijvoorbeeld.
3. Tegen wanneer moeten scholen met die nieuwe eindtermen werken?
Nu het akkoord er is, moeten de ontwikkelcommissies per vakgebied weer aan slag. Wel zal een overkoepelende commissie (die bij de vernietigde eindtermen nog niet bestond) per vakgebied eerst een concreet voorstel doen, dat dan kan worden aangepast door de ontwikkelcommissies. Als daar geen eensgezindheid wordt gevonden, kan de overkoepelende commissie de knoop doorhakken.
Het arrest van het Grondwettelijk Hof heeft het onderwijsveld tot september 2025 de tijd gegeven om de eindtermen aan te passen, maar de ambitie is om ze al veel vroeger - tegen komende lente, maart 2023 - klaar te hebben. Het Vlaams Parlement heeft dan nog de tijd om erover te debatteren en te stemmen. Weyts hoopt zo dat de nieuwe eindtermen tegen 1 september 2023 kunnen worden uitgerold.
Aansluitend zou er ook gesleuteld worden aan de eindtermen voor de eerste graad secundair onderwijs, zodat die enigszins samenhangend zijn met die van de tweede en derde graad. "Doel is om uiteindelijk verder komen te staan dan vóór het arrest, zodat die discussie positieve baten heeft voor ons onderwijs en de onderwijskwaliteit", aldus nog Weyts. Nadien komt ook het basisonderwijs aan de beurt.
Hoe reageren de onderwijskoepels?
Lieven Boeve, topman van Katholiek Onderwijs Vlaanderen, reageert opgelucht. "Het probleem met de vernietigde eindtermen was dat ze een volledig onderwijsprogramma vormden, waardoor de leraar de uitvoerder werd van wat de overheid voorschreef. Met de versoberde nieuwe eindtermen kunnen we ervoor zorgen dat scholen en leerkrachten weer van uit die eindtermen hun eigen ding kunnen doen."
"ASO-scholen zullen bijvoorbeeld weer meer eigen vakken kunnen aanbieden, zoals pakweg Duits of esthetica. In TSO en BSO zal er meer ruimte zijn om meer te investeren in die praktijk en de specifieke vakken."
"Kwaliteit wordt niet meer verward met kwantiteit", concludeert Boeve. "Het gaat om diepgang: liever wat minder doelen die we grondig kunnen verwerven, dan te veel doelen waarbij iedereen van alles iets weet, maar waarbij de leerstof niet grondig verworven is."
Koen Pelleriaux, die de GO!-koepel leidt, zegt dat hij geen vragende partij was voor vernietiging van de eindtermen, "omdat daar bijzonder veel tijd ingekropen was". "Dat probleem is, denk ik, wel onder controle nu, omdat we vertrekken van de vernietigde eindtermen en niet van een wit blad. Dat geeft ons ook de mogelijkheid om een aantal problemen in die nieuwe versie op te lossen."
"In het GO! was er vooral kritiek op het feit dat de basisvorming zeer ruim was en er weinig tijd was voor het specifieke. In het KSO was er bijvoorbeeld heel wat kritiek dat leerlingen te weinig tijd kregen om bijvoorbeeld hun instrument te leren bespelen. In het TSO moest er nu ook te veel tijd gestoken worden in specifieke tijden van het Frans, waardoor de essentie van de richting onder druk kwam. Dat zou je nu kunnen oplossen met deze herziening."
Voor Walentina Cools van de OVSG (Onderwijsvereniging van Steden en Gemeenten) is het belangrijk dat de herwerking meteen over het hele secundair onderwijs gaat. "We vinden dat in één beweging de eindtermen voor de drie graden moeten worden herbekeken. Na de tweede en de derde graad moet dus ook de eerste graad onder de loep worden genomen. Ook dat is opgenomen in de kadertekst en de afspraken. Zo krijgen we een logische opbouw en een set eindtermen waarmee het secundair onderwijs klaar is voor de toekomst.”



