Tijdens de zomermaanden is het aantal aanvallen op Europese bedrijven in de energiesector gevoelig gestegen. Dat schrijft de krant De Standaard. De hackers hadden het al gemunt op bedrijven in Italië en Luxemburg, maar België blijft voorlopig buiten schot. Het Centrum voor Cybersecurity neemt wel extra voorzorgsmaatregelen.
Waar er doorgaans één of twee aanvallen per week op Europese energiebedrijven plaatsvinden, is dat aantal tijdens de zomermaanden gevoelig gestegen. In juli waren er drie aanvallen per week, in augustus vijf. Die aanvallen gebeuren met zogeheten ransomware of gijzelsoftware: de hackers blokkeren de computersystemen en vragen vervolgens losgeld om dat systeem weer vrij te geven.
In augustus gebeurde dat bijvoorbeeld in Italië. Zowel het overheidsbedrijf GSE - dat zich specialiseert in hernieuwbare energie - als de Italiaanse multinational Eni kregen zo'n aanval te verduren. Of en hoeveel losgeld er werd geëist, is niet bekend. In juli was ook al het Luxemburgse bedrijf Creos getroffen.
Wie die aanvallen uitvoert? Er wordt gekeken in de richting van Rusland, maar dat is moeilijk hard te maken, zegt Miguel De Bruycker, directeur van het Belgische Centrum voor Cybersecurity. "We zien dat de bekende hackersgroepen zich gereorganiseerd hebben sinds de crisis in Oekraïne. We zien dat die groepen op het Darkweb in het Russisch communiceren, maar dat is op zich geen bewijs dat ze ook echt Russisch zijn. Maar er zijn dus wel indicaties."
Het is tegelijkertijd ook zo dat een aantal van die aanvallen werden opgeëist door de groep Blackcat. Die zou eerder al de hacking hebben uitgevoerd bij het Duitse Oiltanking - dat de opslag van olieproducten verzorgt - en bij het Amerikaanse Colonial Pipeline. Toen was de grootste pijpleiding van de VS enkele dagen buiten gebruik.
In België zijn er voorlopig geen incidenten gemeld. Maar, zo zegt De Bruycker: "We zijn wel extra waakzaam en nemen bijkomende beschermingsmaatregelen. Het is wel heel moeilijk te bepalen hoe groot het risico voor ons land is."

