Twee mannelijke mummies uit Zuid-Amerika zijn door brutaal geweld aan hun einde gekomen. Dat blijkt uit een 'virtuele autopsie' die een internationaal team met verschillende technieken heeft uitgevoerd op drie mummies uit Peru en Chili die gedateerd worden tussen 900 en 1300 van onze tijdrekening. De resultaten tonen aan dat mummies veel meer archeologische informatie kunnen opleveren dan skeletten, zegt het team.
Wetenschappelijk detectivewerk toont aan dat Zuid-Amerikaanse mummies brutaal vermoord werden
Hoe vaak kwam geweld voor in prehistorische menselijke samenlevingen? Een manier om dit te bepalen is te zoeken naar trauma's in prehistorische menselijke stoffelijke resten.
Zo vond een recent overzicht van precolumbiaanse stoffelijke resten aanwijzingen voor trauma's ten gevolge van geweld bij 21 procent van de mannen.
Tot nu toe spitsen de meeste van dergelijke studies zich toe op schedels en ander delen van het skelet, maar een potentieel rijkere bron van informatie zijn mummies, waarbij ook zacht weefsel bewaard is, zeggen de onderzoekers.
Voor hun nieuwe studie gebruikten ze dan ook onder meer 3D computertomografie (3D CT) om drie mummies te onderzoeken uit precolumbiaans Zuid-Amerika die al sinds het einde van de 19e eeuw in Europese musea bewaard worden.
"Hier tonen we dodelijk trauma aan in twee van de drie Zuid-Amerikaanse mummies die we onderzocht hebben met 3D CT. De soorten trauma's die we gevonden hebben, zouden niet opgespoord hebben kunnen worden als de menselijke stoffelijke resten enkel skeletten zouden geweest zijn", zei doctor Andreas Nerlich, een professor aan de afdeling pathologie van de München Klinik Bogenhausen en de corresponderende auteur van de studie.
Nerlich en zijn collega's bestudeerden een mannelijke mummie uit het 'Museum Anatomicum' van de Philipps-Universität Marburg in Duitsland en een vrouwelijke en mannelijke mummie uit het Musée jurassien d'art et d'histoire in Delémont in Zwitserland.
Mummies kunnen op natuurlijke wijze gevormd worden als droge omgevingen, bijvoorbeeld woestijnen, sneller vocht onttrekken aan een ontbindend lichaam dan het rottingsproces kan voortschrijden. Dergelijke omstandigheden komen veel voor in de zuidelijke zones van Zuid-Amerika.
(Lees verder onder de foto's)
Gestorven tussen 740 en 1.120 jaar geleden
De Marburg-mummie maakte deel uit van de Arica-cultuur in wat nu het noorden van Chili is. Te oordelen naar de grafgiften die bij hem gevonden zijn, moet hij in een vissersgemeenschap geleefd hebben.
Hij was zittend begraven en had goed bewaarde maar scheef staande tanden die het soort slijtage vertoonden dat typisch is voor precolumbiaanse mensen voor wie maïs het hoofdvoedsel was. Zijn longen vertoonden littekens van ernstige tuberculose.
Aan de hand van de beenderen kwamen de onderzoekers tot de schatting dat hij een jonge man was tussen 20 en 25 jaar toen hij stierf en dat hij zo'n 1,70 meter lang was. Uit koolstofdatering bleek dat hij gestorven is tussen 996 en 1147 n.C.
Op basis van het aardewerk tussen de grafgiften wordt aangenomen dat de Delémont-mummies waarschijnlijk afkomstig zijn uit de Arequipa-streek in wat nu het zuidwesten van Peru is. Ze waren allebei liggend begraven met hun gezicht naar boven, wat ongewoon is voor mummies uit de hooglanden van Zuid-Amerika.
Koolstofdatering toonde aan dat de man gestorven is tussen 902 en 994 n.C. en de vrouw tussen 1224 en 1282 n.C. Ze droegen kleren die geweven waren uit katoen en haren van lama's of alpaca's en ook haren van viscacha's, knaagdieren die verwant zijn aan chinchilla's.
De toestand van de aorta en de grote slagaders van de man toonden dat hij leed aan arteriosclerose, slagaderverkalking.
(Lees verder onder de foto's)
Twee slachtoffers van moord
De resultaten van het onderzoek tonen aan dat de beide mannelijke mummies op slag gestorven moeten zijn door extreem, opzettelijk geweld.
De onderzoekers konden reconstrueren dat de Marburg-mummie gestorven was doordat "één aanvaller het slachtoffer uit volle macht op het hoofd geslagen heeft en een tweede aanvaller het slachtoffer (dat nog rechtstond of op zijn knieën zat) in de rug gestoken heeft. Een andere mogelijkheid is dat één aanvaller rechts van het slachtoffer stond; hem op het hoofd geslagen heeft en zich dan naar de rug van het slachtoffer heeft gekeerd en hem neergestoken heeft."
Ook de mannelijke mummie uit Delémont vertoonde "aanzienlijk trauma aan zijn cervicale ruggengraat", de nekwervels dus, dat hoogstwaarschijnlijk de doodsoorzaak was. "De aanzienlijke verschuiving van twee nekwervels is op zich al dodelijk en kan geleid hebben tot een onmiddellijke dood."
Enkel de vrouwelijke mummie was een natuurlijke dood gestorven. Ook haar skelet vertoonde aanzienlijke schade, maar dat moet na de dood gebeurd zijn, waarschijnlijk tijdens de begrafenis en het was niet opzettelijk.
(Lees verder onder de foto's)
Nog tientallen Zuid-Amerikaanse mummies die onderzocht kunnen worden
"De beschikbaarheid van moderne CT-scans die de mogelijkheid bieden om 3D reconstructies te maken, biedt unieke inzichten in lichamen die anders niet mogelijk zouden zijn. Eerdere studies zouden ofwel de mummie vernietigd hebben, terwijl röntgenstralen of oudere CT-scans zonder driedimensionale reconstructie de cruciale diagnostische kenmerken die we hier gevonden hebben, niet zouden hebben kunnen opsporen", zei Nerlich.
"Belangrijk is dat de studie van menselijk gemummificeerd materiaal een veel groter aantal trauma's kan blootleggen, vooral opzettelijke trauma's, dan het bestuderen van skeletten. Er zijn tientallen Zuid-Amerikaanse mummies die voordeel zouden hebben bij een gelijkaardig onderzoek als het onderzoek dat we hier gedaan hebben", zo zei hij.
Het onderzoek van de Spaanse, Duitse, Italiaanse, Britse en Amerikaanse onderzoekers is gepubliceerd in . Dit artikel is gebaseerd op een persmedeling van Frontiers en het artikel in Frontiers in Medecine.




