Met energieprijzen die de voorbije week het ene dagrecord na het andere verpulverden, was het zonneklaar: onze overheden moesten op het Overlegcomité iets doen. Dat beseften ze ook, maar al even groot was het besef dat de mogelijkheden beperkt zijn. De voorbije maanden leverden de verschillende regeringen al meerdere inspanningen om onze energiefacturen naar beneden te halen. Maar het arsenaal is stilaan uitgeput. En een bazooka heeft ons land niet. De redding moet van hogerop komen: van Europa.
Na het Overlegcomité: geen Belgische bazooka tegen energiecrisis, hopelijk wel een Europese
Het is dan ook niet toevallig dat premier Alexander De Croo (Open VLD) op zijn persconferentie na het Overlegcomité meteen naar Europa verwees. Als België bijvoorbeeld alleen een prijsplafond op gas zou opleggen, gaat het gas simpelweg de andere richting uit. Naar onze buurlanden of verder, simpelweg omdat die meteen meer zullen bieden. Hetzelfde geldt voor het prijsmechanisme voor de elektriciteit: dat wordt Europees bepaald. Concreet betalen we de kost van de duurste elektriciteitscentrales. Dat zijn momenteel oudere en minder efficiënte ("marginale") gasgestookte centrales, ergens in Europa. Ze moeten correct worden vergoed omdat ze ultiem de elektriciteitsnetten in balans houden. Die centrales niet aanzetten, omdat je daarvoor simpelweg niet wil betalen, betekent dat een aantal elektriciteitsconsumenten tijdelijk in het donker zal zitten. Of erger nog: dat het net instort. Dus moeten we dan maar leven met heel hoge stroomprijzen, ook al worden die marginale centrales momenteel almaar duurder. Precies omdat het gas waarmee ze hun stroom opwekken zo peperduur is geworden.
Het tekent nog maar eens de complexiteit en het internationale karakter van de energiemarkt. Een Europa- en zelfs wereldomvattende markt waartegen een klein landje als België onmogelijk kan optornen.
Prijsplafond gas invoeren
Daarom dus het doorverwijzen naar Europa. Te beginnen met een Europees plafond tegen de waanzinnige gasprijzen. Ons land was er dit voorjaar als één van de eersten vragende partij voor, samen met onder meer Spanje, Italië en Portugal. Maar de meeste andere lidstaten waren niet overtuigd. Dat begint nu te keren: Duitsland staat er niet meer weigerachtig tegenover. Ook huidig voorzitter Tsjechië breekt nu een lans voor een prijsplafond. De Tsjechische premier Petr Fiala riep de Europese regeringsleiders op zo snel mogelijk rond de tafel te gaan zitten om de steigerende gasprijzen in bedwang te houden.
De vraag is of zo'n plafond wel haalbaar is én hoe hoog dat dan moet liggen. Op de Europese gasmarkt liep de dagprijs vorige vrijdag op tot maar liefst 346 euro, terwijl die in Azië rond de 150 euro ligt. In de VS schommelt hij rond de 30 euro, dat is ruim 11 keer lager. Maar Amerika baadt in het gas: de ruim 500.000 schaliegasbronnen maken de VS tot de grootste producent ter wereld. De overschotten exporteren ze met hun lng-tankschepen naar de rest van de wereld. Om de Amerikanen, Algerijnen, Qatari en zelfs onze meest loyale leverancier de Noren naar hier te lokken, zal het plafond in de EU best wat boven de 150 euro liggen. Ter vergelijking: een jaar geleden stond de gasprijs nog op 28 euro. Dat is ruim vijf maal goedkoper. Bovendien is het best mogelijk dat de Aziaten hun prijs optrekken en de gastankers toch nog Europa voorbijvaren.
Het plafond voor de gasprijs ligt best wat boven de 150 euro. Dat is nog vijf maal duurder dan een jaar geleden
Ook de onderlinge solidariteit onder de EU-lidstaten zelf blijft een teer punt. Gaan alle EU-landen zich houden aan het prijsplafond? Rusland probeert alleszins nu al verdeeldheid te zaaien. Zo stemt het eigengereide optreden van Hongarije tot nadenken. Het kondigde gisteren nog aan dat het zijn import van Russisch gas tot eind oktober met één klap ruim zal verdubbelen. Over de prijs is niets geweten. Maar het kan best zijn dat die een pak lager ligt dan wat op de West-Europese markt wordt geboden.
BTW-verlaging en sociaal tarief verlengd
Toch hebben onze regeringen nog een paar instrumenten in handen, onder meer een financiële ondersteuning van de gezinnen. Dit voorjaar werd het BTW-tarief op gas en elektriciteit al verlaagd van 21 naar 6 procent. Die verlaging zou aanvankelijk tot 31 december lopen, maar wordt nu verlengd tot eind maart. Met facturen die netto makkelijk tot 8.500 euro kunnen oplopen, scheelt dat toch al gauw bijna 1.300 euro op jaarbasis.
Het sociaal tarief voor een gemiddeld gezin ligt momenteel op jaarbasis ruim 7.600 euro lager dan de goedkoopste commerciële contracten
Ook de uitbreiding van het sociaal tarief wordt verlengd. Tot eind maart zullen 1 miljoen Belgische gezinnen ervan kunnen genieten. Volgens de laatste cijfers op de V-Test (de vergelijkingswebsite van de Vlaamse energieregulator de VREG) betaalt een gemiddeld gezin nu voor de goedkoopste nieuw gas- en elektriciteitscontracten ruim 9.000 euro. Met het sociaal tarief komt dat op "amper" 1.324 euro. Dat is op jaarbasis maar liefst 7.676 euro minder. Het sociaal tarief is dus een zeer krachtig en doelgericht wapen voor wie in (energie)armoede dreigt te tuimelen.
Andere maatregelen die tot eind maart van kracht blijven, zijn accijnsverlagingen op brandstoffen en de tussenkomsten voor stookolie.
Ook de banken zullen worden benaderd om een bijdrage te leveren. De afbetalingen van hypothecaire leningen zouden tijdelijk kunnen opgeschort worden indien mensen in financiële nood raken door de hun zware energierekeningen. Maar de sector zelf wist gisteren nog van niets: de gesprekken moeten dus nog worden opgestart.
Verbruik verminderen
De federale regering benadrukt ook dat de goedkoopste energie diegene is die je niet verbruikt: besparen dus. En ze legt nu ook voor zichzelf beperkingen op: de temperatuur in al haar gebouwen zal ze verlagen tot 19 graden. De temperatuur een graad lager zetten, bespaart 6 à 7 procent op het gasverbruik. Voor een gemiddeld gezin, betekent dat jaarlijks zo'n 360 euro per jaar. Wat dat voor de verwarmingskosten van de federale overheid zal opbrengen, is nog niet duidelijk. De federale regering zal ook het gebruik van airconditioning aan banden leggen tot een maximum van 27 graden, wat dan weer de federale elektriciteitsfactuur moet drukken, net als de beslissing om de verlichting in de federale gebouwen en monumenten tussen 19 en 6 uur uit te schakelen. Aan gezinnen en bedrijven legt de overheid voorlopig niets op. Maar die zijn al spontaan gaan besparen: tijdens afgelopen winter verbruikte ons land zowat 12 procent minder gas dan normaal, zo blijkt uit cijfers van de Europese koepel van gasnetwerkbeheerders. Vooral de industrie deed inspanningen.
De temperatuur een graad lager bespaart 6 à 7 procent of 360 euro minder op de gasfactuur
Bij de gezinnen was dat wat minder: we deden er bijna 9 procent af. Maar dat kan beter: de Nederlandse gezinnen bespaarden maar liefst 19 procent. Bovendien is er volgens de laatste cijfers in augustus amper nog bespaard, ondanks de historisch hoge gasprijzen.
Een nieuwe gerichte informatiecampagne kan daar misschien soelaas brengen, na de eerste bijna schimmige federale sensibilisering van april jongstleden (wie herinnert die zich nog?). In de persnota van het Overlegcomité is er geen letter over terug te vinden. Er zou een nieuwe (federale?) website en campagne klaar staan. Maar nog niet klaar genoeg om nu al te lanceren, blijkbaar. Ook is het onduidelijk wie de regie in handen zal nemen. De federale en gewestelijke overheden kijken naar elkaar: besparingsmaatregelen (onder meer door isolatie, efficiëntere verlichting, warmtepompen) zijn vooral een gewestelijke aangelegenheid. Maar onze overheden zijn er blijkbaar niet uit of gedragsverandering al dan niet gewestelijk of federaal moet worden gestimuleerd.
Dat was duidelijk te merken aan de federale campagne "ikhebimpact ". Die werd wel heel ongelukkig alleen gekoppeld aan het conflict in Oekraïne. Bovendien liep de campagne amper anderhalve maand: van begin april tot half mei (!!). Alsof de energiecrisis in de lente voorbij was. Opvallend ook: op radio en tv was van de campagne amper iets te horen of te zien. Wervende spotjes waren er niet bij. De campagne was dan ook Belgisch. De "landelijke" zenders zijn Vlaams, Brussels of Waals, waardoor "ikhebimpact" sowieso wat minder impact had.
Overwinsten aanpakken
Waar wel meer eensgezindheid over is bereikt, is de manier waarop de regering de overwinsten wil aanpakken. Kerncentrales, windturbines, zonnepanelen, biomassacentrales... bijna alle technologieën die elektriciteit maken zonder daarvoor gas te gebruiken, boeken op dit moment pakken winst. Wind, zon, uranium en in mindere mate biomassa zijn gratis of goedkoop gebleven. De productiekosten van hun elektriciteit bleven dezelfde, maar ze konden die elektriciteit wel tegen superhoge prijzen verkopen, omdat ze dus dezelfde prijs als de duurste gascentrale mogen aanrekenen.
Met name onze 7 kernreactoren maken hierdoor naar schatting ruim 2 miljard extra winst. Een doorn in het oog van de groene (en socialistische) regeringspartners, die het ronduit hebben over "woekerwinsten". Die moeten extra worden belast, benadrukt minister van Energie Tinne Van der Straeten (Groen). Net als de andere technologieën.
Een belasting op een belasting kan niet, dus blijft de belasting op de overwinsten van kerncentrales wat ze is: 38 procent
Enig probleem: de kernreactoren worden al belast op overwinsten: de zogenoemde nucleaire rente of repartitie. De vier jongste reactoren moeten 38 procent van hun overwinsten afstaan aan de Belgische overheid. Goed voor 750 miljoen, zo schatte de regering. Maar dat bedrag is intussen bijgesteld naar 838 miljoen. Niet omdat de regering het percentage naar omhoog heeft kunnen trekken, zoals uit het persbericht wel eens zou kunnen afgeleid worden, maar simpelweg omdat de elektriciteitsprijzen nóg meer zijn gestegen.
De 838 miljoen zal worden gebruikt om de energiefacturen van de Belgische burger te milderen. Maar minister Van der Straeten wilde meer. Concreet: bovenop die nucleaire heffingen nog een extra crisisbelasting. Maar al gauw bleek dat zoiets juridisch onmogelijk is. De Nationale Bank sprak er in haar advies aan de minister al onmiddellijk haar twijfels over uit. Ook de Raad van State was heel duidelijk: een overwinstbelasting bovenop een overwinstbelasting kan niet. De ingreep zou meteen door de Raad Van State en het Grondwettelijk Hof worden vernietigd.
Een ongemakkelijke waarheid, die zowat alle regeringspartijen erkenden. Een extra belasting, zelfs een verhoging van het percentage van de nucleaire heffing... Hoe hard Van der Straeten ook probeerde: het kon niet. Het zou leiden tot een bikkelharde juridische strijd, met als uiteindelijke verliezer de federale regering.
Daarom kozen de regeringspartijen voor een pragmatische oplossing. Geen extra belasting voor de kerncentrales, maar wel een uitbreiding van de 38 procent nucleaire repartitie naar de andere spelers in de energiesector die overwinsten maakten. Daarmee creëerde de regering voor de hele sector een gelijk speelveld. Niet onbelangrijk, want in de discussie rond de verlenging van de kerncentrales zou dat Engie dat wel eens op tafel kunnen gooien om haar onderhandelingspositie nog wat te versterken.
Een belasting op overwinsten van de grote petroleum- en gasproducenten wordt een helse klus
Daarom dus de beslissing om ook andere energieproducenten te gaan belasten op over- of woekerwinsten. Windturbines, zonnepanelen, biomassa, maar ook gas- en petroleumbedrijven (zoals Exxon, Total, Gazprom, Shell, BP) of zelfs exploitanten van gasgestookte elektriciteitscentrales die hun jaren geleden bestelden (en dus heel goedkoop) gas niet gebruiken om elektriciteit te maken, maar gewoon met een forse meerwinst verkopen op de huidige oververhitte markt.
De regering wil die excessen aan banden leggen. Met een crisisbelasting van minstens 38 procent, indien mogelijk nog wat meer. Maar het wordt een helse taak. De olie- en gasbedrijven zijn stuk voor stuk multinationals met hun hoofdkwartieren in het buitenland. Taaie tegenstanders als het op extra belastingen aankomt. Ook voor de offshore windparken wordt het niet eenvoudig. De vraag blijft hoeveel die precies aan overwinsten binnenrijven, omdat ze de verkoop van de meeste van hun stroom al jaren geleden hebben vastgelegd in goedkopere langetermijncontracten. Daardoor kunnen ze niet of veel minder profiteren van de huidige torenhoge stroomprijzen.
De federale regering moet dat nog allemaal uitzoeken en juridisch rondkrijgen. Tegen september moet blijken hoe hard dit allemaal kan worden gemaakt. Ook voor de regionale regeringen ligt er nog behoorlijk wat werk op de plank. Heffingen uit de energiefacturen proberen te halen, isolatie van woningen aanpakken, hernieuwbare energie (zonnepanelen, warmtepompen, windturbines) stimuleren. Het Vlaamse gebouwenpark energie-efficiënter maken en besparingsmaatregelen voor de eigen administratie, het zijn allemaal nog werven die verder moeten uitgewerkt worden.
Liefst niet in verspreide slagorde. Want dat blijft een probleem in ons complexe land. Zo is het toch merkwaardig dat een Belgische ambtenaar binnenkort bij een avondvergadering om 19u00 het licht ziet uitvallen, terwijl aan de overkant zijn Vlaamse collega comfortabel kan voortvergaderen. Badend in het licht en mogelijk zelfs met de thermostaat een graadje hoger.


